De Jordaans in St. Louis (MO, USA)



The Jordaans in St. Louis (MO, USA)

Afgelopen oktober bracht ik een bezoek aan een goede vriend in St. Louis (Missouri) die daar sinds een tweetal jaren woont. Een aardige stad met een indrukwekkende geschiedenis. St. Louis groeide in de negentiende eeuw uit tot één van de vier grootste steden van de Verenigde Staten. De ligging aan de rivieren Mississippi en Missouri maakte de stad ideaal voor handel, industrie en doorreizen. In de jaren ’50 en ’60 van de negentiende eeuw vestigden zich in deze Amerikaanse stad twee Jordaans, de neven Hein/Henry Jordaan (1832-1879) en Maurits A.W. Jordaan (1845-1911). Dit artikel zal voornamelijk betrekking hebben op de eerstgenoemde, een familielid waarover tot voor kort slechts heel weinig bekend was. In St. Louis heb ik twee archieven bezocht waar ik zeer vriendelijk en behulpzaam werd onthaald. Met name de heer Michael Everman ben ik veel dank verschuldigd voor diens enthousiaste hulp! Een verhaal dat begint met een buitenechtelijke relatie in Haaksbergen en eindigt met een hoop schoenen in St. Louis….

Haaksbergen in de jaren ’30 en ’40 van de negentiende eeuw

Dit artikel moet beginnen in het jaar 1832; het geboortejaar van hoofdpersoon Hein/Henry Jordaan (1832-1879). Hein werd op 12 maart 1832 geboren te Haaksbergen als zoon van de ongehuwde Anna Geertruid Jordaan (1808-1840). Zij kreeg in 1831 een relatie met Leonard Trip (1806-1832), de gemeente-ontvanger van Haaksbergen. In 1832 werd Trip verdacht van nalatigheid met betrekking tot het opmaken van de gemeentelijke jaarrekening van 1830.i Uit wanhoop maakte de 25-jarige Trip op 9 februari 1832 een einde aan zijn leven. Dit dramatische einde van een mensenleven viel samen met het begin van een nieuw mensenleven; een maand later beviel Anna Geertruid Jordaan namelijk van zijn zoon: Hein.

Een buitenechtelijke relatie is een taboe, maar was op het negentiende eeuwse platteland ongetwijfeld een groter taboe dan tegenwoordig. Seksualiteit hoorde enkel binnen een huwelijk plaats en daardoor werd het dragen van een voorkind als zondig beschouwd Vaak volgde op een dergelijke zwangerschap alsnog een huwelijk, het zogenaamde ‘moetje’, en kon op die manier de familie-eer enigszins worden gered. Die situatie was binnen de familie Jordaan eerder voorgekomen; zo trouwde een oom van Anna Geertruid Jordaan, mijn voorvader Derk Jordaan (1781-1876), in 1814 met de hoogzwangere Berendina Wessels (1794-1880).1 Wat de exacte reden was voor de zeer late huwelijksinzegening blijft onbekend, maar mogelijk speelde de bescheiden afkomst van Berendina Wessels een rol. Desalniettemin was het huwelijk Jordaan-Wessels een zeer lang en gelukkig leven beschoren. Voor de zwangere Anna Geertruid Jordaan (1808-1840) lag de situatie gecompliceerder; als ongehuwde vrouw een kind baren was ongewenst, maar trouwen met een gemeente-ontvanger die beticht werd van fraude was evenmin allesbehalve positief. De zelfmoord van Trip hakte de knoop door.

Hein Jordaan werd geboren ten huize van zijn grootouders, de notaris Jan Hendrik Jordaan (1773-1834) en Elisabeth Judith Jordaan-ter Horst (1774-1835). Het huis, van oudsher genaamd ‘De Zwaan’, stond tegenover de Grote Kerk aan de Markt te Haaksbergen. Aan de Markt stond eveneens het stamhuis van de Jordaans, genaamd ‘Het Witte Paard’, alwaar in de negentiende eeuw het gezin van voornoemde textielfabrikant Derk Jordaan (1781-1876) en Berendina Jordaan-Wessels (1794-1880) woonde.2 Cornelia Jordaan (1776-1855), een zuster van de twee broers, woonde met haar echtgenoot Ds. Petrus Schey (1763-1853) tegenover de Nederlands-Hervormde Kerk in de Oostenstraat (tegenwoordig Jhr. Von Heydenstraat nr. 5).ii Dit laatste woonhuis werd door het echtpaar Schey-Jordaan aangekocht van de erven Leonard Trip.

De relatie tussen de oude broers Jordaan in Haaksbergen was in de jaren ’30 van de negentiende eeuw gespannen. De familie was bezorgd over het drankgebruik van notaris Jan Hendrik Jordaan en de precaire situatie van een buitenechtelijk kind in Haaksbergen zal die gemoederen allesbehalve hebben bedaard. Ook binnen het gezin Jordaan-ter Horst rommelde het tussen de kinderen.3 Ondanks alle trammelant kon Hein rekenen op onvoorwaardelijke liefde van zijn grootvader. In diens testament van 1834 noemde notaris Jordaan hem “mijn onschuldige lieveling”….

Ik legateer uit bijzondere affectie aan mijn kleinzoontje Hendrik genaamd, in onecht geboren bij mijn dochter Anna Geertruid met wijlen Leonard Trip, in leven rijks en gemeenteontvanger te Haaksbergen, een klein bureau staande in mijn groote kamer door mij present gekregen van Van Eerden te Aalten, ofwel terwijl mijn vrouw hiermede aan berechtigd kan wezen voor mijn halfscheid de som van vijfentwintig gulden, en mede de som van vier honderd guldens, waarvan hij wel den interest zal kunnen genieten, doch de som niet eerder zal kunnen opeischen als hij den ouderdom van achttien jaren zal bereikt hebben, onder opzicht en bestuur van mijnen broeder Berend Jan Jordaan, gemeenteontvanger te Hengelo, die ik tevens bij deze benoem, verzoeke en aanstelle tot voogd over denzelven mijne onschuldigen lieveling.”iii

(citaat uit testament van notaris Jan Hendrik Jordaan, 5 februari 1834)

verm. notaris Jan Hendrik Jordaan (1773-1834), grootvader van Hein/Henry

1 juli 1834 overleed de notaris op 61-jarige leeftijd en een jaar later, op 28 oktober 1835, volgde zijn echtgenote. Het notariskantoor werd overgenomen door de oudste zoon Jan Dinant Jordaan (1802-1860)4 en de spanningen tussen de beide takken Jordaan namen vervolgens af. Op 5 mei 1840 overleed Anna Geertruid Jordaan op 32-jarige leeftijd. Hierop werd het weeskindje Hein vermoedelijk opgenomen ten huize van diens oom en tante, Johann F.W. Schulten (1797-1857) en Alberdina H.M. Schulten-Jordaan (1806-1886).

In de jaren ’30 van de negentiende eeuw kwam de textielindustrie in Twente letterlijk en figuurlijk ‘op stoom’. Dankzij tussenkomst van de Nederlandse Handelmaatschappij wisten de Twentse fabrikeurs zich voortaan verzekerd van een groot afzetgebied in de Verre Oost. De introductie van de stoommachine en treinverkeer in de jaren ’30 van de negentiende eeuw bood een gouden toekomst voor de Twentse textielindustrie. Hein’s oom Schulten, een fabrikantenzoon uit het Duitse Schermbeck, stichtte in 1835 een calicotweverij en -spinnerij aan de Molenstraat in Haaksbergen.5 Het gezin Schulten-Jordaan woonde met zoon Albert Schulten (1823-1868)6 en vermoedelijk hun ouderloze neefje Hein tegenover die fabriek in een deftig patriciershuis.iv v Later zou dat woonhuis worden bewoond door hun aangetrouwde neef, de bekende arts Warmold Prins (1858-1936).



Johann F.W. Schulten (1797-1857) en zijn echtgenote Alberdina H.M. Jordaan (1806-1886)

In de jaren ’40 van de negentiende eeuw werd de familie Jordaan opnieuw opgeschrikt door een gevoelige affaire. Ditmaal viel de eer te beurt aan de textieltak Jordaan. Albertus Jordaan (1822-1917, alias Oom Bats), zoon van voornoemde Derk Jordaan en Berendina Wessels, was textielfabrikant net over de grens in Gronau. Hij had zijn oog laten vallen op een Duitse katholieke schone die in 1847 te Vreden beviel van een dochtertje. Oom Bats’ zijn dochtertje wel te verstaan! Opnieuw zat de familie Jordaan met de handen in het haar. Toen ook nog de moeder van het kindje overleed, was er voor de familie geen ontkennen meer aan. Oom Bats nam de zorg voor het meisje op zich en had – vermoed ik – geen boodschap aan de scheve ogen in Twente. Hij gooide in 1849 het roer compleet om en zette koers op… de Verenigde Staten van Amerika! Hoe het oom Bats en zijn dochtertje verder is vergaan, zal ik in een ander artikel beschrijven.

De ‘Verdeelde’ Staten van Amerika

Hein was 17 jaar oud toen zijn achteroom, als eerste van de familie, de grote oversteek maakte. Een groot avontuur dat ongetwijfeld door familie en vrienden met de grootst mogelijke interesse, op afstand, werd gevolgd! Ondertussen was men in Twente druk met het verdelen en ontginnen van de laatste woeste gronden, maar dat stelde natuurlijk niks voor in vergelijking met de eindeloos uitgestrekte wildernis van Amerika! Het was de tijd van het Wilde Westen, Indianen, pioniers en slaven. Wanneer de Lucky Luke eerder was uitgebracht, lag dat destijds ongetwijfeld op het nachtkastje van Hein…

De eerste helft van de negentiende eeuw stond in Amerika in het teken van gebiedsvergroting. Ten tijde van de onafhankelijkheidsverkaring, in 1789, telde de Verenigde Staten van Amerika slechts 13 staten. Het overige deel van het ‘continent’ behoorde nog toe aan Spanje, Frankrijk, Engeland en Mexico. In de eerste helft van de negentiende eeuw wisten ook die Amerikaanse territories zich af te scheiden om zich vervolgens bij de Unie aan te sluiten. De staat Wisconsin, waar oom Bats Jordaan zich in 1849 vestigde, was slechts een jaar eerder – in 1848 – toegetreden als 30e staat van de Verenigde Staten.

De verschillende staten kon men onderverdelen in slaafvrije (Noordelijke) staten en slaafhoudende (Zuidelijke) staten. Wisconsin trad in 1848 toe als slaafvrije staat. Die verhouding lag zeer gevoelig en leidde in de jaren ’50 tot hoogoplopende spanningen. De morele discussie rondom slavernij werd in 1852 gevoed door het uitkomen van het boek ‘Uncle Tom’s Cabin’ van de Amerikaanse Harriet Beecher Stowe. Deze ongekende bestseller stelde het trieste, onderworpen leven van een slaaf aan de kaart en had veel invloed op het maatschappelijk debat. Met name in het agrarische zuiden, die de Twentse textielindustrie voorzag van katoen, werkten veel slaven op de verscheidene plantages. Daardoor waren die staten niet te porren om de slavernij af te schaffen.

Ondanks al deze tumult, trokken in de negentiende eeuw massaal Europeanen naar de Verenigde Staten en met name steeds verder westwaards. Door de ontwikkeling van de westelijke staten groeiden sommige kleine Amerikaanse nederzettingen in no-time uit tot grote, belangrijke handelssteden. Een vereiste was in eerste instantie de ligging aan een waterweg, de belangrijkste transportader in de negentiende eeuw. Voorbeelden van booming cities zijn Chicago en St. Louis. Chicago, een havenstad in de staat Illinois, werd in 1830 gesticht en telde in 1870 al meer dan 300.000 inwoners. St. Louis, aan de oevers van de Mississippi en Missouri, telde in 1830 een kleine 6.000 inwoners, in 1850 ruim 77.000 inwoners en in 1860 telde de stad meer dan 160.000 zielen!

Op 12 maart 1852 vierde Hein zijn 20e verjaardag. Hij voelde zich aangetrokken tot het avontuurlijke leven in den vreemde en had zijn voogd, oudoom Berend Jan Jordaan (1778-1856), en oom Schulten overtuigd zijn grootvaderlijk legaat op te eisen. Op 25 februari 1852 verklaarde Hein, ten overstaan van notaris Jan Dinant Jordaan (1802-1860) en cand.-notaris Hendrikus ter Horst (1825-1886)7, de som van 400 gulden ontvangen te hebben van oom Schulten. Het grote avontuur kon beginnen!

De grote overtocht 1852

In 1852 emigreerden drie jongemannen uit Haaksbergen naar de Verenigde Staten van Amerika, te weten Bernardus Augustinus Franciscus Schartman, Evert Maatman en Hein. Als reden gaven zij op ‘hoop op fortuin’vi!

Hein vestigde zich in 1853 in de even te voren aangehaalde groeiende handelsstad St. Louis in de staat Missouri. Hein noemde zich in Amerika Henry Jordan, hoewel zijn achternaam op velerlei manieren werd geschreven.8 Het laatste deel van zijn reis zal Henry hebben afgelegd met een van de vele karasterieke radarboten die de Mississippi toendertijd sierde. Deze boten, aangedreven door stoom, zagen er prachtig uit, maar uit het onderstaande brieffragment blijken ze niet bepaald comfortabel geweest te zijn. De Amsterdammer A.N. Wormser (1805-1864)9 vestigde zich in 1848 in Burlington, Iowa en schreef het volgende aan zijn in Nederland achtergebleven broer o.a.:

It is impossible to describe the misery, cold, and deprivation we endured on that boat. All the steamboats that travel on the Illinois and Mississippi rivers are the same make and size, but the deck passengers are located where the animals are in Holland; (…) If you are standing on the shore and see such a boat lying in the river, then you might think, especially if you were a farmer, that such a big, beautiful boat must provide its passengers with every convenience, and you might think that the Americans who build such boats can work wonders in comparison to the Hollanders.

The two big iron chimneys at the front end of the boat certainly do make quite a showing. But on closer examination it all breaks down, and you discover once again that everything is only built to make do. For that matter, such a boat can be built very fast, and it is used for hauling freight even before it is finished. Imagine for yourselves a big Amsterdam barge with a ceiling deck built on one side. The engine is located here, and it is also the area that accommodates the deck passengers, the freights, and the sailors. A ceiling, resting on a few miserable posts, has been nailed in place above it, so that you just cannot understand how it can carry the load above. The deck timbers of this ceiling and two-by-fours (at the two inches thick and four to five inches wide), and on this ceiling small rooms have been built with bunks for the passengers. Together these cabins form an inner chamber where you can sit and eat; it is the fanciest part of the boat. Above this, behind the chimneys, there is a small wooden structure for the steersman. At the forward end the boat is entirely open, at the back end there were (supposed to be) two doors, but one was gone so that there was always a wind blowing from the back to front and vice versa, and so we suffered much from the cold. You either sleep on the floor or on the chests. At times there was so much steam that you could not see each other. (…) We finally arrived at St. Louis, a big mercantile city. There was a host of steamboats anchored there. The city is not attractive , and on the river side it looks as though an earthquake had shaken the ground.”vii

Wat de heer Wormser in dit fragment niet beschrijft, zijn de slaven die werkzaam waren op de docks van St. Louis. Missouri was namelijk een slavenhoudende staat. Daarentegen telde de stad St. Louis relatief weinig slaven, veruit de meeste slaven in Missouri werkten buiten de stad op de plantages. De ongekende bevolkingsgroei van de stad St. Louis maakte de bevolking van Missouri meer verdeeld wat betreft hun standpunt rondom slavernij; de handelsbevolking was overwegend tegen slavernij, terwijl de relatief kleiner wordende groep plantagehouders juist sterk gebaat waren bij slavernij. Een voorbeeld van een uitgesproken tegenstander van de slavernij was de heer William Claflin…

fa. Claflin, Allen & Co in St. Louis



William Claflin (1818-1905)

William Claflin (1818-1905), zoon van een schoenenfabrikant uit Massachusetts, was sinds de oprichting van de ‘Free Soil Party’ een van haar prominente leden. De Free Soil Party bestond uit felle tegenstanders van de slavernij en verzetten zich in praktijk tegen verdere verspreiding van slavernij in de nieuwe, westelijke staten. Deze partij ging in 1854 op in de Republikeinse Partij, die eveneens door Claflin werd gesteund. President Abraham Lincoln (1809-1865), Republikein, schafte in de jaren ’60 de slavernij af, waarop verschillende zuidelijke staten zich afscheidden van de Verenigde Staten van Amerika. Hierop volgde de Amerikaanse Burgeroorlog die tot 1865 aanhield en die president Lincoln met de dood heeft moeten bekopen.

William Claflin begon zijn carriere in de schoenenfabriek van zijn vader in Millford, MA. In 1841 vestigde hij zich in St. Louis waar hij een groothandel in schoenen en laarsen oprichtte. Die firma, Claflin, Allen & Co, was “for many years (..) looked upon as among the strongest and most trustworthy of any in that city”. In de jaren ’50 waren firmanten: William Claflin (1818-1905), zijn zwager Samuel Daniels Davenport Jr. (1835-1886)10, John Arthur Allen (1817-1884) en – sinds 1856viii – Nathan Denison Noyes (1832-1904)11. Claflin woonde echter sinds 1845 in Boston, MA. Tussen 1869 en 1872 was hij gouverneur van de staat Massachusetts en later, tussen 1877 en 1881, was hij namens de Republikeinse Partij lid van het Amerikaans congres.ix

Het eerste harde bewijs van Henry in St. Louis dateert van 1857. Hij was op dat moment werkzaam als salesman bij de schoenengroothandel Claflin, Allen & Co op het adres 80 North Main Street.x In 1860 telde de firma – naast de firmanten – 3 salesmen, 1 boekhouder en 1 portier.xi

Verliefd, verloofd, getrouwd

1857 was tevens het jaar dat Henry in het huwelijk trad. Op zondag 4 januari 1857 trouwde hij in de German Presbyterian Church met de Duitse Augusta Schmidt (1836-1908). Haar ouders waren een van de velen Duitsers die zich in de negentiende eeuw vestigden in St. Louis. De wijk Dutchtown12 verwijst naar die grote ‘Deutsche’ gemeenschap. Andere grote buitenlandse gemeenschappen waren de Ieren, geconcentreerd in de wijk ‘Kerry Patch’, en later ook de Italianen, die zich vooral schaarden in de wijk ‘The Hill’. De Nederlandse gemeenschap bleef een kleine, onbeduidende minderheid van St. Louis. Desalniettemin kende de Nederlandse gemeenschap in 1857 wel korte tijd een eigen predikant, al was die predikant zelf ook een Duitser van geboorte. Deze Friedrich Delveau (1812-1885)xii 13 was tot 1857 Pastor of the Dutch Presbyterian Church en ondertekende samen met de getuigen Eildert Derks Diekenga en mevrouw Christiane Streit de huwelijksakte van Henry en Augusta. Op 15 juli 1857 volgde de naturalisatie van Henry Jordaan tot Amerikaans staatsburger.



De originele inschrijving van Henry tot Amerikaans staatsburger. (
stadsarchief St. Louis)

De getuige Diekenga14 was een prominent lid van de kleine Nederlandse gemeenschap in St. Louis. Hij was tot zijn vestiging in Amerika in 1847xiii schoenmaker te Amsterdam, maar hij was evenals predikant Delveau een geboren Duitser. Toen Diekenga in 1853 werd gekozen tot voorzitter van het Nederlandse Emigranten Genootschap (NEG) in St. Louis leidde zijn Duitse nationaliteit in Nederland tot commotie.xiv Ondanks dat het NEG tot doel had “om Hollanders, die aan de boorden van de Mississippi mogten aanlanden en zich in behoeftige omstandigheden mogten bevinden, bijstand te verleenen.”xv, bleek 10 procent van de leden uit Duitsers te bestaan. Mogelijk heeft de opschudding rondom de aanstelling van Diekenga een einde gemaakt aan het genootschap; na 1854 kom ik het genootschap niet meer tegen.

Diekenga was net als Henry werkzaam in de schoenenindustrie. Diekenga had een schoenwinkel aan 184 Market Street in St. Louis.xvi De schoenenindustrie was groot in St. Louis, maar heeft de laatste decennia veel terrein verloren.xvii

fa. Appleton, Noyes & Co

In 1862 verliet firmant Nathan D. Noyes (1832-1904) de gerenomeerde firma Claflin, Allen & Co. Samen met de heren George Dawes Appleton (1818-1890) en John B. Maude (1839-1879) stond hij aan de voet van een nieuwe groothandel in schoenen en laarsen, luisterende naar de naam Appleton, Noyes & Co. Zijn Claflin, Allen & Co-collega Henry bleek solidair; hij werd in 1862 salesman bij de nieuwe firma. Noyes was verantwoordelijk voor de inkoop in Boston en op andere markten.xviii Hun warenhuis annex kantoor lag Downtown, op de zuidwesthoek van het kruispunt Main Street (nu: First Street) en Washington Avenue. In 1875xix vestigde de firma zich op de noordoosthoek van het kruispunt Fifth en St. Charles Streets.

Old Frenchtown

Door de gigantische bevolkingsgroei van St. Louis breidde de stad steeds verder westwaards uit. ‘Downtown St. Louis’ werd het commerciële centrum van de stad; daar waren de meeste bedrijven gevestigd en de mensen woonden steeds vaker in de nieuw opgetrokken woonwijken landinwaarts. Een van die woonwijken was Old Frenchtown; daartoe worden de wijken LaSalle Park, Lafayette Square en Soulard gerekend. Deze woonwijken verwijzen naar de Franse achtergrond van de stad; in 1764 vestigden de Franse bonthandelaren Pierre Laclède en Auguste Chouteau zich aan de westelijke oever van de Mississippi-rivier. Hoewel die grond tussen 1762 en 1800/1803 toebehoorde aan de Spaanse koning, vernoemden zij hun nederzetting naar de ooit heiligverklaarde Franse koning Saint Louis (IX, 1214-1270): St. Louis!

<

Pictorial St. Louis 1875, fragment Winter Street

De langste periode woonde Henry in Old Frenchtown, een levendige volksbuurt waar arbeiders, artsen en ondernemers door elkaar woonden. De Soulard Farmers Market trok – toen en nu nog steeds – vele bezoekers. De eerste jaren huurde hij woonruimte en verhuisde hij met grote regelmaat. In 1857 huurde Henry woonruimte op de hoek van 14th en Soulard Streets, in 1859 op de hoek van Lafayette en 7th Streets en in 1860 op de noordoostelijke hoek van Decatur Street en Geyer Avenue. Rond 1867 kocht Henry Jordaan een huis aan de noordzijde van Winter Street, tussen 9th en South Streets. In de loop der tijd zijn verschillende straatnamen in LaSalle Park veranderd; sinds eind negentiende eeuw is het adres 931 Winter Street beter bekend als 931 Morrison Avenue. Ruim 25 jaar vormde dat huis de basis van het gezin Jordaan in St. Louis. Henry en Augusta kregen overigens negen kinderen, waarvan zeven de volwassen leeftijd bereikten en de jongste vijf werden geboren op ‘931 Winter’.15

The Gateway to the West

Hoewel bovenstaande adressen allen in Old Frenchtown gelegen waren, heeft Henry Jordaan wel enige tijd in een andere buurt gewoond. In 1866 stond hij namelijk ingeschreven in Locust Street, tussen Main and 2nd Streets. Dit moet de drukste wijk van de stad geweest zijn! Het lag zeer dicht bij de haven en pal tussen alle grote handelshuizen. Om de hoek lag 80 Main Street, het warenhuis en kantoor van de firma Claflin, Allen & Co, en om de andere hoek lag het warenhuis en kantoor van zijn toenmalige werkgever, de firma Appleton, Noyes & Co, N. Mainstreet / 110 Washington Avenue.16 Deze gebouwen zijn in de jaren ’30 van de negentiende eeuw allemaal afgebroken voor de aanleg van het park Jefferson National Expansion Memorial. In dat park staat sinds 1963/1965 The Gateway Arch, de 192-meter hoge boog die sindsdien de skyline bepaalt van St. Louis. Het monument werd gebouwd ter herinnering aan de westaardse expansie van de Verenigde Staten in de negentiende eeuw.

In de negentiende eeuw was er slechts een periode die de eindeloze stroom gelukzoekers enigszins deed stollen; de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). De blokkade van de Mississippi-rivier beperkten het bootverkeer en de handel drastisch. Maar nadat de vrede was wedergekeerd, nam de bevolkingsgroei ongekend toe. Ondanks de moeilijke jaren 1861-1865 groeide de bevolking van St. Louis van 160.773 inwoners in 1860 tot maar liefst 310.864 inwoners in 1870!xx De stroom mensen die het huis van Henry Jordaan aan de Locust Street passeerde moet in 1866 – het jaar dat hij daar in ieder geval woonde – ongelooflijk zijn geweest. Het zal nog moeilijk zijn geweest voor Henry Jordaan om een oude bekende uit Haaksbergen in die stroom te herkennen….

Maurits A.W. Jordaan (1845-1911) in Amerika

Het vertrek van Henry uit Haaksbergen in 1852 zal een diepe indruk hebben achtergelaten op zijn toendertijd 7-jarige neefje Maurits A.W. Jordaan (1845-1911). Wanneer een brief uit Amerika kwam, zal de hele familie – en vermoedelijk Maurits Jordaan voorop – daarvan hebben gesmuld. Ook zal het meest besproken boek uit die tijd zal de fantasie van Maurits Jordaan hebben geprikkeld: ‘De Negerhut van Oom Tom’, en de kinderversie ‘Een kijkje in de hut van oom Tom door tante Marie, voor hare neefjes en nichtjes’, verschenen namelijk vanaf 185317 ook in Nederland.xxi Toen in 1865 de Amerikaanse Burgeroorlog werd beslecht, betekende dit een grote opluchting voor Twente. Door de katoenschaarste stonden namelijk veel textielfabrieken regelmatig stil. Toen de eerste katoenbalen weer Twente binnenreden, klonken de verschillende stoomfluiten voortaan weer dagelijks. De toekomst lachte Twente tegemoet; katoen in overvloed, stoomindustrie was eindelijk de norm en Twente was sinds 1865 uit haar isolement onttrokken door de komst van een ware spoorverbinding!



Maurits Aricus Wouterus Jordaan (1845-1911)xxii

Met name dat laatste zal een glimlach op de wangen van Maurits hebben getoverd. Hij had namelijk een droom en dat was om in de voetsporen van zijn Amerikaanse neef Henry te treden! Maurits wist zich gesteund door zijn familie en had door het overlijden van zijn vader, notaris Jan Dinant Jordaan (1802-1860), een interessant startkapitaaltje in handen. Hij was na oom Bats (1822-1917) en Henry (1832-1879), de derde en laatste telg van de familie die zijn geluk zou zoeken in de Verenigde Staten van Amerika. Aangezien oom Bats en Henry in de tussentijd nog niet in Haaksbergen teruggekomen waren, beloofde Maurits zijn moeder na niet al te lange tijd voor een familiebezoek weer huiswaarts te keren.18 En zo vertrok hij in 1866, 21 jaar oud zijnde, op weg naar het land van de ongekende mogelijkheden! Aan de rede van St. Louis, waar nu The Gateway Arch staat, werd Maurits hartelijk ontvangen door Henry. Maurits werd liefdevol opgenomen in diens gezin en verhuisde met hen in 1867 naar het ‘stamhuis’ der Jordaans in St. Louis, 931 Winter Street!xxiii

Men zal de eerste dagen, of zelfs weken, niet uitgesproken zijn geweest. De verhalen van Maurits over Twente konden worden opgeluisterd door verschillende familiefoto’s, want die technologie had sinds 1850 allesbehalve stilgestaan. Daarnaast zullen zij hun verschillende reiservaringen hebben gedeeld… Er waren nogal wat verschillen tussen de aankomsten van Henry Jordaan in 1852 en Maurits Jordaan veertien jaar later in 1866…

Ontwikkelingen tussen 1852 en 1866

In 1852 kwam niet alleen Henry per schip aan in St. Louis; ook de eerste stoomlocomotief kwam daar op 20 augustus 1852 aan wal. De locomotief droeg de naam de Pacific, verwijzende naar de eindbestemming van de Missouri Pacific Railway. De noodzaak van de spoorlijn van St. Louis met het westerlijke achterland van de Verenigde Staten werd gesterkt door de Goldrush. Sinds de vondst van goud in California in 1848, bleven niet alle immigranten steken in St. Louis; neen, velen vervolgden juist ook hun reis om hun geluk in California te beproeven. Hoewel tegenwoordig verschillende bruggen de Mississippi-rivier trotseren, moest men tot 1874 wachten totdat een eerste vaste weg en spoorlijn St. Louis met de overzijde van de rivier, de staat Illinois, verbond. Deze Eads Bridge was toen uniek in zijn soort doordat hij geheel in staal was opgetrokken en dusdanig hoog was dat de stoomboten eronderdoor konden varen. De aansluitende verbindingsweg met deze brug lag pal achter Washington Avenue, de straat waar het warenhuis en kantoor van Appleton, Noyes & Co was gevestigd. Door die constructiewerken zag de firma zich rond 1874 genoodzaakt19 het kantoor te verplaatsen naar de hoek St. Charles en Fifth Streets.

Naast de spoorlijn, was een groot verschil dat de bagage van Maurits niet van boord werd gedragen door slaven; de slavernij was immers enkele jaren eerder afgeschaft. Hoewel de slavenkwestie eerder besproken is, verdient de Amerikaanse Burgeroorlog hier nog wat meer aandacht. Ik zal mij toespitsen op de rol van St. Louis…

De slavenkwestie kwam tot een uitbarsting in 1861 toen de Republikein Abraham Lincoln (1809-1865) werd gekozen tot nieuwe Amerikaanse president. Hij was een fel tegenstander van de slavernij en zag kans de slavernij in de Verenigde Staten van Amerika af te schaffen. Hierop besloot een groot gedeelte van de zuidelijke, slaafhoudende staten (de ‘Confederatie‘) zich af te scheiden. 20 noordelijke, slaafvrije staten en 4 slaafhoudende staten bleven de ‘Unie‘ trouw. Een van de 4 slaafhoudende ‘grensstaten‘ die Lincoln steunde, was Missouri. Zoals eerder aangegeven was de bevolking van Missouri zeer verdeeld wat betreft de slavernij; met name in de stad St. Louis moest men daar weinig van weten. De Amerikaanse Burgeroorlog verliep in St. Louis praktisch zonder bloedvergieten. Slechts eenmaal brak een schietpartij uit; op 11 mei 1861 nam een groep sympatisanten van de Confederatie een regiment van de Unie onder vuur. Hierbij vielen 6 dodelijke slachtoffers.xxiv

Ondanks dat Missouri veldslagen bespaard zijn gebleven, was de Amerikaanse Burgeroorlog in St. Louis voelbaar om verschillende redenen. Op financieel terrein leed St. Louis schade door de afsluiting van de Mississippi. Die afsluiting had zelfs gevolgen voor de Twentse textielindustrie. Daarnaast was St. Louis een belangrijke militaire basis voor de Unie; hier vond men een groot trainingskamp, een militair hospitaal en een steeds verder uitdijende militaire begraafplaats. Op die Jefferson Barracks National Cemetery liggen (o.a.) vele duizenden militairen die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog zijn gesneuveld.

Lincoln kon ook bij de immigranten in St. Louis op veel steun rekenen. Met name de Duitse immigranten bleken bereid voor de goede zaak de wapens op te pakken.xxv Van de Jordaans leverde oom Bats uit de noordelijke staat Wisconsin een bijdrage; hij diende als officier in de Amerikaanse Burgeroorlog. Het is mij niet bekend of Henry enige tijd onder de wapens is geweest.

Carrière Maurits A.W. Jordaan (1845-1911)

Na te zijn bijgepraat werd het voor Maurits de hoogste tijd om aan de slag te gaan. Henry deed een goed woordje voor zijn neef bij de firma Appleton, Noyes & Co. Zodoende werden Henry en Maurits collega-vertegenwoordigers.xxvi Maurits Jordaan was van 1867 tot de zomer van 1870 vertegenwoordiger bij de firma Appleton, Noyes & Co.

Toen Maurits een baan had, werd het de hoogste tijd voor hem om een eigen woonruimte te zoeken. In 1870 treffen we Maurits Jordaan aan in het St. Nicholas Hotel en in 1872 in het weelderige hotel Planter’s House. Het laatstgenoemde, ruim 300-kamers tellende hotel20 lag naast de St. Louis Courthouse en heeft veel bekende gasten gehad, waaronder de voornoemde president Lincoln.xxvii Het wonen in hotels klinkt voor Nederlanders vreemd in de oren, maar was vroeger in Amerika voor (ongehuwde) mensen niet ongebruikelijk. Ook de weduwe en dochters van Henry Jordaan woonden begin twintigste eeuw in achtereenvolgens het Albany Hotel en het Hamilton Hotel. Ook een zoon van Maurits, de miljonair Dr. John D. Jordaan (1881-1969), woonde de laatste jaren van zijn leven in het toen nog glorieuze Herring Hotel te Amerillo, Texas.xxviii



‘East front of Court House and Planter’s House’, 1870 (Missouri History Museum, 2016)

In juni 1870xxix maakte Maurits een reis naar Europa. Daarmee kwam gelijktijdig een einde aan zijn dienstverband bij de firma Appleton, Noyes & Co. Maurits zou ruim een maand in Nederland verblijven en maakte tijdens die reis kennis met de verloofde van zijn oudste broer.21 De twee broers van Maurits, Jan E.J. Jordaan (1840-1898) en Albert F.W. Jordaan (1848-1906), stonden aan het begin van een ambtelijke carrière buiten Haaksbergen.22 In augustus 1870 reisde Maurits Jordaan via Liverpool met het gloednieuwe23 schip Wisconsin terug naar de Verenigde Staten.

In St. Louis teruggekomen wist hij snel een nieuwe betrekking te regelen; hij werd vertegenwoordiger bij de firma R.B. Pearce & Co, een groothandel in hats, caps, furs and straw goods op 417 N. Main Street.xxx Ondertussen had Maurits plan om een zaak voor zichzelf te beginnen. Hij gaf duidelijk voorkeur voor een dorp, anders zou het afgelegen, onbeduidende High Point in Moniteau County (Missouri) hem zeker hebben afgeschrikt. High Point lag verstopt tussen Kansas City en St. Louis en had klaarblijkelijk nog geen schoenenzaak. Daar zag Maurits Jordaan brood in. De schoenenzaak in High Point zal ruim drie jaren hebben bestaan (tussen 1873 en 1877). De schoenen werden mogelijk ingekocht bij zijn neef Henry, die de rest van zijn leven werkzaam bleef bij de groothandel Appleton, Noyes & Co.



Promotiemateriaal schoenenzaak van Maurits Jordaan in High Point, MO (familiearchief Jordaan)

In 1877 blijkt Maurits in St. Louis te zijn teruggekeerd. Hij trad dat jaar wederom in dienst bij de firma Appleton, Noyes & Co. In 1878 trad ook de oudste zoon van Henry Jordaan, William H. Jordaan (1858-1922), toe al vertegenwoordiger, zodat in 1878 de schoenen en laarzen van Appleton, Noyes & Co werden aangeprezen door maar liefst drie Jordaans!



Fragment ‘St. Louis City Directory of the year 1878’

M. Jordaan is zoo ik verneem te Haaksbergen getrouwd. Wat zegt u van de Jenkees?”

Dat schreef oom Bats op 16 februari 1879 aan zijn broer Willem Hendrik Jordaan (1828-1902) in Haaksbergen.xxxi Hij doelde op Maurits die zich had verloofd met een jongedame uit het plaatsje Hermann (Gasconade County, Missouri). Julia Cramer (1858-1932) werd aldaar geboren als dochter van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Haar vader, Dr. Edward Cramer (1809-1878), was de eerste geneesheer die zich in Gasconade County had gevestigd. Daarnaast was hij niet vies van de handel, hij runde namelijk ook een winkel. Oom Bats was blijkbaar in de veronderstelling dat Maurits en Julia in Haaksbergen waren getrouwd. Dat was echter niet het geval; zij trouwden 28 november 1878 in haar geboorteplaats Hermann.



Maurits A.W. Jordaan (1845-1911) en Julia Cramer (1858-1932)xxxii

Een week na het huwelijk dreigde de firma Appleton, Noyes & Co ernstig in de problemen te komen. Reden hiervoor was het overlijden van de heer Robert Jarvis (1791-1878) uit Lousville, Kentucky, begin december 1878xxxiii. Dit was een oudoom van medefirmant John B. Maude die in 1877 was toegetreden als stille vennoot der fa. Appleton, Noyes & Co.xxxiv Al snel werd duidelijk dat het overlijden van Jarvis de genadeslag betekende voor de groothandel in schoenen.

A settlement of the affairs of the wellknown firm of Appleton, Noyes & Maude has been at last been effected. It will be remembered that the firm were extensive wholesale dealers in boots and shoes, and that their suspension was brought about by the death of Mr. Jarvis, of Louisville, who was a limited partner. The indebtedness of the firm and Mr. Jarvis together amounted to be $ 900,000, and when Mr Jarvis died he left $ 200,000. Ex-collector Wm. A. Simmons, of Boston, who represented the creditors, held that. Jarvis being liable as a general partner, his estate was also liable, but to fix this liability would have required years of litigation and would have consumed the estate. Hence a compromise was affected and this will realize about $ 150,000 of the firm assets and about $ 150,000 from the Jarvis estate, so that the creditors will receive about $ 300,000, or 35 cents on the dollar. This is more than was at first expected. (…)

The firm of Appleton, Noyes & Maude passes out of existence entirely. (…) The failure of Appleton, Noyes & Maude is said to be the heaviest that has ever overaken Eastern manufactures.” schreef de St. Louis Post-Dispatch op 11 juli 1879. Mede-oprichter en firmant John B. Maude overleed tijdens de afwikkeling in april 1879. De overige twee firmanten, George D. Appleton en Nathan D. Noyes, sleten hun laatste levensjaren buiten St. Louis.

Begin december 1878, nog voor het faillissement een feit was, nam Maurits Jordaan afscheid van de firma Appleton, Noyes & Co. Hij maakte met zijn kersverse echtgenote een bijzondere huwelijksreis. Op 20 december 1878 kwamen zij aan in New York om vervolgens hun reis van daaruit te vervolgen naar Nederland! Voor de eerste keer zou men in Haaksbergen kennis maken met een geboren Amerikaanse! Ondertussen waren ook zijn jongere broer Albert F.W. Jordaan en zuster Antje Jordaan in het huwelijk getreden. Helaas was in de zomer van 1879 zijn oudste, ongehuwde zuster Henriette G. Jordaan op 36-jarige leeftijd overleden. Eind februari 1879 keerde Maurits en Julia Jordaan terug naar Amerika.

H. Jordaan in St. Louis is den 31 Jan. ll. overleden”xxxv

Dit zinnetje stond voorafgaand aan het vorige citaat uit de brief van oom Bats. Henry kampte met tuberculosis. Hij overleed daaraan op 31 januari 1879 in zijn huis 931 Winter op 46-jarige leeftijd. Zijn echtgenote Augusta bleef achter met zeven kinderen, varierende van 10 maanden24 oud tot 20 jaar oud. Haar oudste kind, William Henry Jordaan (1858-1922), was voortaan de kostwinner van de familie. Door het faillissement moest hij echter uitzien naar een nieuwe betrekking.

Henry Jordaan liet in januari 1879 een testament opstellen.xxxvi Als getuigen waren aanwezig zijn Appleton, Noyes & Co-collega’s John B. Maude en Charles H. Hoke. Het testament werd pas in mei 1879 geopend. Aangezien toen John B. Maude ook overleden was, testeerde George D. Appleton als volgt: ‘I was personally acquainted with Henry Jordaan, the testator in the annexed will, and also with John B. Maude, who name is subscribed thereto as one of the attesting witnesses, and am well acquainted with the handwriting of each, having frequently seen both of them write and sign their names. The signatures of said testator Jordaan and said witness Maude to said will are their genuine signatures”xxxvii Henry Jordaan liet zijn gehele vermogen na aan zijn echtgenote, Augusta Jordaan.25

Zijn vermogen bestond uit real estate en personal estate, gewaardeerd op resp. ca. $ 10.000 en $ 1.000xxxviii. Uit de inventaris blijkt dat zijn woonhuis 27 feet (7,6 meter) breed was en 118 feet (35 meter) lang was en aan de noordzijde van Winter Street was gelegen. Wat verder opvalt uit de inventaris zijn 500 schoenen voor merchandise... Blijkbaar handelde Henry Jordaan ook op eigen houtje in schoenen. Dat is gezien zijn functie bij een groothandel in schoenen en laarzen opvallend.

De tak Maurits Jordaan in Kansas

Toen Maurits terugkwam van zijn Europese reis vernam hij het overlijden van zijn goede vriend Henry Jordaan. Maurits besloot zich niet meer in St. Louis te vestigen. Zijn ambitie was duidelijk een eigen zaak. In de lente van 1879 vestigde hij zich in het stadje Larned in Kansas. Hij werd daar een succesvol koopman in allerlei. Daarnaast was hij in 1889 vice-president van de Kansas Security and Trust Co. Maurits en Julia kregen zes kinderen waarvan vier de volwassen leeftijd bereikten. De vier kinderen bleven ongehuwd. Van zoon Walter Jordaan is bekend dat hij in 1913 op bezoek was in Nederland. Dr. John D. Jordaan en zijn broer Henry Jordaan lieten een kleine $ 2.000.000 na aan Larned en Pawnee County. Ondanks dat deze tak Jordaan is uitgestorven, is de familie Jordaan in Larned allesbehalve vergeten. De Dr. John D. Jordaan Scholarschip, de Jordaan Memorial Library en het Tera Jordaan Park herinneren in Kansas aan deze oorspronkelijk Twentse familie.

De Jordaans in St. Louis bleven stevig in de schoenen staan

In St. Louis bleven de Jorda(a)ns nog vele decennia werkzaam in de schoenenindustrie. William H. Jordan (1858-1922) werkte achtereenvolgens als handelsvertegenwoordiger bij de firma’s Bryan, Brown & Co (1880-1881)26, Bryan-Brown Shoe Co. (1882-1886)27 en Brown-Desnoyers Shoe Co. (1887-1889)28. Drie verschillende ondernemingsvormen, waarbij alle drie de heer George W. Brown aan het hoofd stond. Bij de laatste twee ondernemingsvormen trad Robert W. Parcels op als secretaris en penningmeester.

In 1889 besloten William H. Jordan, Robert W. Parcels en Charles H. Walden een nieuwe onderneming te stichten: de firma Walden-Parcels-Jordan Shoe Company was geboren. De rolverdeling was als volgt: president Charles H. Walden, vice-president William H. Jordan en secretaris Robert W. Parcels. In 1893 trad Charles H. Walden terug uit de firma, waarop de schoenenfabriek werd voortgezet onder de naam Parcels-Jordan Shoe Co. In 1894 gingen William H. Jordan en Robert W. Parcels in zee met de heer Samuel A. Blasland: Blasland-Parcels-Jordan Shoe Co. De firma werd bestuurd door president Samuel A. Blasland, vice-president William H. Jordaan en secretaris Robert W. Parcels. Ook de jongere broer van William H. Jordan, Albert Jordan (1874-1946), was werkzaam bij deze firma.

In juni 1895 kwam de firma Blasland-Parcels-Jordan Shoe Co. in de financiële problemen. William H. Jordan probeerde de boel te sussen door publiekelijk te verklaren “Our stock will inventory from $ 40.000 to $ 50.000, and that, taken with our outstanding book accounts, will leave us in a solvent condition if we are not pushed too greatly by our creditors”xxxix Helaas bleek dit weinig effectief, de firma werd eind 1895 failliet verklaard. Gelukkig had William H. Jordan een goede naam behouden als handelsvertegenwoordiger, want in 1896 werd hij in die functie aangetrokken door de schoenengigant Peters Shoe Co.



St. Louis-Dispatch 17 november 1895

In 1904 stapte William H. Jordaan over naar zijn voormalige werkgever, althans wederom onder een andere firmanaam, namelijk Brown Shoe Co. Zijn functie werd expliciet ‘traveling salesman’. Dit had invloed op de hele familie Jordan in St. Louis. William H. Jordan woonde tot die tijd samen met zijn moeder en zusters (adressen: 931 Winter Street/Morrison Avenue 1867-1893, 522 Whittier Street 1894-1897 en 4563 Cook Avenue 1898-1904). In 1904 vestigden zijn moeder Augusta Jordan-Schmidt en enkele zusters zich in het Albany Hotel (4873 Page Boulevard) en rond 1907 in het Hamilton Hotel. William H. Jordan had vanwege zijn reizende baan geen vaste woonplaats meer in St. Louis. Op 30 oktober 1908 overleed moeder Augusta Jordan-Schmidt in het Hamilton Hotel. In december 1908 verhuisden haar dochters Alberta Jordaan, Emma Halberstadt-Jordaan en Daisy Klein-Jordaan van het Hamilton Hotel naar een appartement op 3635 Humphrey Street.xl In december 1922 overleed William H. Jordaan op 64-jarige leeftijd.

Het laatste mysterie



De meeste Jordaans in St. Louis hebben hun laatste rustplaats gekregen op de Bellefontaine Cemetery. Het is een zeer grote, keurig onderhouden begraafplaats met verscheidene groteske grafmonumenten. Plaats (‘lot’) 5032 komt toe aan de familie Jorda(a)n. Daar liggen Henry, zijn vrouw Augusta en de meeste van hun kinderen. ‘Je bent zo oud als je je voelt’ / ‘Age is just a number’ zal de lijfspreuk van veel Amerikaanse Jordaans zijn geweest, aangezien zij weinig accuraat waren wat betreft hun geboorte- en overlijdensjaren. Ter illustratie: Daisy Klein-Jordaan was volgens de census van 1880 4 jaar oud, volgens de census van 1900 werd zij in april 1878 geboren en volgens haar grafsteen was haar geboortejaar 1882! Dat laatste jaar is wel heel onwaarschijnlijk, aangezien haar vader Henry in 1879 overleed.

Niet alleen de geboorte van Henry was gehuld in een mysterie, ditzelfde geldt ook voor zijn overlijden. In 1879 werd Henry begraven op de Old St. Marcus Cemetery in St. Louis. Die begraafplaats was tussen 1856 en 1960 in gebruik en werd eerder de laatste rustplaats van zijn jong overleden dochtertje Emma Augusta Jordaan (1862-1863).xli In 1918 werd Henry – op verzoek van zijn zoon William H. Jordaan – herbegraven op de Bellefontaine Cemetery. In het begraafregister van Bellefontaine werd abusievelijk genoteerd dat hij 1 februari 1878 was overleden, maar vervolgens werd 1882 op de nieuwe grafsteen vastgelegd!

Jordaan of toch Jordan?

Een ander misverstand bleef lange tijd bestaan over de schrijfwijze van de achternaam Jordaan. Hoewel de familie in de City Directories bijna steevast Jordan werd geschreven en William H. Jordaan zelfs de naam Jordan aan zijn schoenenfabriek gaf, was men wel accuraat met de achternaam op de begraafplaats: op iedere grafsteen preikt de naam Jordaan. Daarnaast komt de naam Jordaan in deze familie ook voor als voornaam; Jordaan Colquhoun (1924-1980)29 en Jordaan Grannemann (1906-1990)30. De jongere broer van William H. Jordaan, Albert Jordaan (1874-1946), schreef zich – samen met zijn kinderen – steevast Jordan. Het is mij helaas niet bekend of zijn zonen, Albert Jordan (1912-1979) en William H. Jordan (1914-1982), nageslacht hebben gekregen. Ik hoop uiteraard van harte in contact te komen met Amerikaanse familieleden die mij meer kunnen vertellen over deze – tot voor kort in Nederland – compleet vergeten Jordaan-tak…

Jordaan of toch Trip?

Het laatste te behandelen mysterie is de achtergrond van Henry’s biologische vader Leonard Trip (1806-1832). De Trip’s maken het rechstreekse voorgeslacht van de Jordaans in St. Louis. De familie Trip is een bekende Nederlandse patriciërsfamilie, waarvan een tak in de negentiende eeuw in de adelstand is verheven.

De familie Trip maakte furore in de Nederlandse Gouden Eeuw (1600-1700). Elias Trip (1569-1636), afkomstig uit Zaltbommel, was achtereenvolgens koopman te Dordrecht en laatstelijk te Amsterdam. Hij dreef een uitgebreidde handel in ijzer en wapens te Amsterdam en ondersteunde de zeer succesvolle zaken van zijn zwager Louis de Geer (1587-1652) in Zweden. Een zoon van Elias Trip, Adrianus Trip (1621-1684), was enige jaren koopman in Zweden, maar vestigde zich in 1667 op zijn veenderijen in Groningen. Zijn nageslacht vervulden generatieslang hoge ambten binnen en buiten de provincie Groningen. Een achter-achterkleinzoon van Adrianus Trip (1621-1684), Aegidius Daniel Trip (1751-1825), vestigde zich als belastingontvanger te Haaksbergen. Hij werd na diens overlijden opgevolgd door Leonard Trip (1806-1832), de vader van Henry Jordaan.



Stamreeks Trip – Jordaanxlii:

I Gerrit Jansz., vermeld te Zaltbommel, leeft nog 4 juli 1530

II Jan Gerritsz., geboren circa 1490, schipper, eigenaar van het huis ‘De Trip’ in de Kerkstraat te Zaltbommel, pacht in 1535 het veer op Bommel, in 1539 vermeld als bode op Keulen, overleden voor 1561.

III Jacob Jansz. Trip, geboren circa 1530, schipper, gasthuismeester te Zaltbommel 1578, overleden voor 1584, huwde voor 1569 met Jesse Eliasdr. de Cocq.

IV Elias Trip, geboren Zaltbommel 1569, koopman te Dordrecht 1593, te Amsterdam sedert 1613, groothandelaar in geschut, ijzer en koper, bewindhebber der Oost-Indische Compagnie 1614, directeur der Levantsche Handel 1625, overleden Amsterdam 5 januari 1636, huwde 1e Luik 21 december 1593 met Marie de Geer, geboren Luik 14 augustus 1574, overleden Dordrecht 1609, dochter van Louys de Geer en Marie de Jalhea, huwde 2e Dordrecht 8 mei 1611 met Alithea Adriaensdr., geboren Dordrecht 1589, overleden Amsterdam 28 juli 1656, dochter van Adriaen Jansz. en Sophia Heymans.

Uit het tweede huwelijk:

V Adrianus Trip, gedoopt Amsterdam, Nieuwe Kerk, 3 januari 1621, koopman te Norrköping (Zweden), meesterknaap der Houtvesterij van Brederode, overleden Wildervank 11 oktober 1684, huwde Amsterdam 28 november 1645 met Adriane de Geer, geboren Amsterdam 12 april 1627, overleden circa 1685, dochter van Louis de Geer en Adriane Gérard.

VI Joseph Trip, geboren Norrköping (Zweden) 26 mei 1656, lid Admiraliteit van Amsterdam en Harlingen, lid Gedeputeerde Staten van Groningen, secretaris en raadsheer te Groningen, overleden Groningen 1 maart 1716, huwde Groningen 13 januari 1684 met Beerta Elisabeth Gockinga, gedoopt Groningen 19 april 1657, overleden Groningen 11 december 1711, dochter van Mr. Scato Gockinga en Gesina Wichers.

VII Scato Trip, gedoopt Groningen 15 januari 1686, rentmeester en raadsheer te Groningen, lid Staten-Generaal voor Groningen, lid Raad van State, overleden Lisse 23 oktober 1721, huwde met Maria Lant, gedoopt Groningen 19 september 1689, overleden Groningen 24 oktober 1764, dochter van Henricus Lant en Anna Commenes.

VIII Hindrik Rudolph Trip, geboren Groningen 1 augustus 1719, griffier Stad en Lande van Breda, overleden Breda 19 januari 1762, huwde 15 februari 1748 met Dina Fruytier, gedoopt Ridderkerk 10 september 1730, overleden Rotterdam 13 maart 1773, dochter van Ds. Aegidius Burs Fruytier en Adriana van Gelsdrop.

IX Aegidius Daniel Trip, gedoopt Breda 25 november 1751, gemeente-ontvanger van Haaksbergen, overleden Haaksbergen 1 mei 1825, huwde 1e Jacomina Jansen, huwde 2e circa 1797 met Fenneken Aalberink, geboren in 1764, overleden Haaksbergen 22 april 1812, dochter van Jan Aalberink en Aaltjen Lammers.

Uit het tweede huwelijk:

X Leonard Trip, geboren Haaksbergen 17 mei 1806, belastingontvanger van Haaksbergen, overleden Haaksbergen 9 februari 1832. Uit zijn relatie met Anna Geertruid Jordaan, gedoopt Haaksbergen 7 september 1808, overleden Haaksbergen 5 mei 1840, dochter van Jan Hendrik Jordaan en Elisabeth Judith ter Horst:

XI Hendrik Jordaan, geboren Haaksbergen 12 maart 1832, salesman fa. Claflin, Allen & Co (1857)-1862 en fa. Appleton, Noyes & Co 1862-1879, overleden St. Louis 31 januari 1879, huwde St. Louis, German Presbyterian Church, 4 januari 1857 met Augusta Schmidt, geboren in Pruissen in maart 1836, overleden St. Louis 30 oktober 1908, dochter van August Schmidt en Augusta.

Adressen: -1852: Haaksbergen , 1852-: Amerika, 1857 r.c. 14th en Soulard Streets, 1859: Lafayette c. 7th Streets, 1860: Decatur, N.E. c. Geyer Avenue, 1866: bds. ss. Locust, bet. 2nd en Main Streets, 1867-1882: 931 Winter Street, 1883-1893: 931 Morrison Avenue, 1894-1897: 522 Whittier Street, 1898-1904: 4563 Cook Avenue, 1905-1906: 4873 Page Boulevard (Albany Hotel), 1908: Hamilton Hotel

Uit dit huwelijk:

1 William Henry Jordaan, geboren St. Louis oktober 1858, salesman fa. Appleton, Noyes & Co 1878-1879, fa. Bryan, Brown & Co 1880-1881, Bryan-Brown Shoe Co. 1882-1886, Brown-Desnoyers Shoe Co. 1887-1889, vice-president Walden-Parcels-Jordan Shoe Company 1889-1893, president Parcels-Jordan Shoe Co. 1893-1894, vice-president Blasland-Parcels-Jordan Shoe Co. 1894-1895, salesman Peters Shoe Co. 1896-1904 en Brown Shoe Co. 1904- , begraven 7 december 1922 op de Bellefontaine Cemetery.

Adressen: 1867-1882: 931 Winter Street, 1883-1893: 931 Morrison Avenue, 1894-1897: 522 Whittier Street, 1898-1904: 4563 Cook Avenue

2 Anna Gertrude ‘Annie’ Jordaan, geboren St. Louis circa 1860, overleden in februari 1909, begraven op de Bellefontaine Cemetery 21 februari 1909, huwde circa 1884 met Alexander McDonald, geboren in Kentucky 18 augustus 1854, iron worker (1880), real estate agent (1900), laborer real estate co. (1910), overleden St. Louis 8 september 1916xliii, zoon van Alexander McDonald en Rosanna.

Adressen: 1916: 1536 Lafayette Avenuexliv

Uit dit huwelijk werd geboren: Alexander McDonald (1887-) en Charlotte McDonald (1890-1978), echtgenote van David Davis Colquhoun (1884-1963). Uit het huwelijk Colquhoun-McDonald werd geboren: Jordaan Colquhoun (1924-1980).

3 Emma Augusta Jordaan, geboren St. Louis 23 april 1862, overleden St. Louis 15 juli 1863, begraven op de Old St. Marcus Cemetery.

4 Emma A(ugusta) Jordaan, geboren St. Louis circa 1864, overleden voor 1870.

5 Emma Augusta Jordaan, geboren St. Louis juli 1870, overleden juli 1931, overleden Hollywood, CA 26 juli 1931, begraven 29 juli 1931 op de Bellefontaine Cemetery, huwde na 1900 met John H. Halberstadt, geboren Missouri circa 1866, salesman te Chicago (1920), overleden Los Angeles, CA 15 mei 1939, begraven op de Bellefontaine Cemetery 20 mei 1939, zoon van August Ferdinand Halberstadt en Katharine Wilhelmine Broecker.

6 Johanna Frederika Wilhelmina ‘Hannah’ Jordaan, geboren St. Louis in 1871, overleden Phoenix, AZ 29 april 1954, begraven op de Bellefontaine Cemetery 4 mei 1954, huwde met Julius H. Grannemann, geboren St. Louis 11 januari 1868, salesman, overleden St. Joseph’s Hill Infirmary 30 september 1945, zoon van Frederick A. Grannemann en Johanna.

Uit dit huwelijk werden geboren: Melba Grannemann (1896-1992) en Jordaan Grannemann (1906-1990).

7 Albertina Maria Andrika ‘Alberta’ Jordaan, geboren St. Louis in augustus 1872, begraven op de Bellefontaine Cemetery 2 november 1952.

Adressen ws.: 1872-1882: 931 Winter Street, 1883-1893: 931 Morrison Avenue, 1894-1897: 522 Whittier Street, 1898-1904: 4563 Cook Avenue, 1905-1906: 4873 Page Boulevard (Hotel Albany), 1908: Hamilton Hotel, 1908-(…) 3635 Humphrey Street, 1920: ten huize van zuster Johanna Grannemann-Jordaan, 1940: Los Angeles (CA) ten huize van zwager Ralph F. Klein

8 Albert Jordaan, volgt XII

9 Daisy Jordaan, geboren St. Louis in april 1878, overleden Hollywood, CA 22 maart 1932, begraven op de Bellefontaine Cemetery 29 maart 1932, huwde circa 1905 met Ralph F. Klein, geboren Illinois oktober 1879, travelling salesman in silk in Chicago (1900), salesman department store aldaar (1910), ,zoon van Henry Klein en Josephine.

Adressen ws. 1872-1882: 931 Winter Street, 1883-1893: 931 Morrison Avenue, 1894-1897: 522 Whittier Street, 1898-1904: 4563 Cook Avenue, 1905-1906: 4873 Page Boulevard (Hotel Albany), 1908: Hamilton Hotel, 1910 & 1920: Chicago, 1930 & 1940: Los Angeles (CA)

XII Albert Jordaan, geboren St. Louis 2 januar 1874, propietor saloon te St. Louis (1920), zonder beroep (1930), building contractor (1946), overleden St. Louis 3 juni 1946, begraven op de Oak Grove Cemetery, huwde 1e Clayton, St. Louis 27 november 1911 met Kathryn O’Brien, geboren in Missouri circa 1880, overleden St. Louis 18 oktober 1920, begraven op de Bellefontaine Cemetery, dochter van Timothy O’Brien en Margarethe Donlun, huwde 2e Clayton, St. Louis 18 november 1921 met Irene Roberts, geboren Rolling Fork 11 februari 1893, overleden St. Louis 14 maart 1965, begraven op Oak Grove Cemetery, dochter van John Roberts en Mamie Brazier.

Adressen: 1946: St. Louis, 5931a Cote Brilliante, 1965: 3946 Lindell Street

Uit het eerste huwelijk werden geboren:

1 Albert Jordaan / Albert Jordan, geboren St. Louis 12 september 1912, werkzaam in een schoenenfabriek (1930, 1940), overleden 1 april 1979, huwde St. Amand 6 juni 1945 met Norma Stone, geboren Normandy, MO, circa 1916, dochter van Bennett T. Stone en Lulubell Barks.

2 William Henry Jordaan / William Henry Jordan, geboren St. Louis 8 juni 1914, werkzaam in schoenenfabriek (1930, 1940), overleden St. Louis 1 augustus 1982.

Adressen: 1965: 9718 Harold Drive

1Derk Jordaan huwde 27 april 1814 met Berendina Wessels. Zij beviel op 15 mei 1814 van haar oudste kind, Anna Geertruy Wisselink-Jordaan.

2Helaas zijn ‘Het Witte Paard’ en ‘De Zwaan’ in det twintigste eeuw afgebroken.

3Zo blijkt uit een passage uit het testament van notaris Jan Hendrik Jordaan, 1834.

4De voornaam ‘Dinant’ verwijst naar Dina Jordaan (1772-1802), een ongehuwde zuster van Jan Hendrik Jordaan die kort voor de geboorte van Jan Dinant Jordaan overleed.

5J.F.W. Schulten (1797-1857), zoon van fabrikant Albert Schulten en Anna Sibilla Uhland, vestigde zich al eerder, namelijk rond 1821, als katoenfabrikant in Haaksbergen. Hij trouwde in 1823 met Alberdina H.J. Jordaan (1806-1886). Schulten werd op 16-jarige leeftijd wees. Waarom hij zich vestigde in Haaksbergen is mij niet bekend. Voor zover mij bekend hadden de families Schulten, Uhland en Entrop namelijk geen familiebanden met Haaksbergen.

6De ongehuwde Albert Schulten (1823-1868) zette na de dood van zijn vader de fabriek aan de Molenstraat voort. Na het overlijden van J.F.W. Schulten in 1857 ging het echter bergafwaarts met de firma, waarna in 1859 het bedrijf werd geliquideerd.

7Hendrikus ter Horst (1825-1886), laatstelijk notaris te Blokzijl, huwde in 1860 met Johanna Cornelia Jordaan (1831-1932), een zuster van oom Bats.

8Jordaan, Jordan, Jordon, Jourdain, Jorden, etc.

9Oom van Johan Adam Wormser (1846-1916), aangehuwde neef van voormoeder Catharina Aalders-van der Bom (1838-1882)

10William Calflin huwde in 1845 met Mary Bucklin Davenport, een zuster van Samuel D. Davenport Jr.

11Nathan D. Noyes stapte in 1862 uit de firma Claflin, Allen & Co om firmant te worden van Appleton, Noyes & Co.

12Dutchtown is afgeleid van ‘Deutsch’ en heeft daardoor niets te maken met de kleine groep Nederlandse immigranten.

13Friedrich Delveau werd in 1858 predikant der St. Johannes Evangelica Church in St. Louis, in 1867 der Monitau Advent Church en in 1872 te Des Peres.

14Eildert Derks Diekenga, alias Eildert Derks Dickinga, werd op 27 mei 1815 geboren te Greetsiel in Ostfriesland als zoon van Inje Jansen Dickinga en Engel Eilders Menenda. Hij huwde op 6 november 1844 te Amsterdam met Gertje Jacobs Fegter die eveneens afkomstig was uit Ostfriesland.

15Emma A. Halberstadt-Jordaan (1870-1931), Alberta M.A. Jordaan (1872-1952), Johanna F.W. Grannemann-Jordaan (1871-1954), Albert Jordaan (1874-1946) en Daisy Jordaan-Klein (1878-1932)

16Rond 1874 verhuisde trouwens het kantoor van Appleton, Noyes & Co naar de hoek van St. Charles en Fifth Streets. Die verhuizing zal te maken hebben met de bouw van de Eads Bridge, die werd namelijk in 1874 geopend en grensde aan de kruising N. Mainstreet / 110 Washington Avenue waar de firma Appleton, Noyes & Co tot die tijd kantoor hield. De Eads Bridge was een van de eerste bruggen over de Mississippi en had als bijzonderheid dat hij geheel was opgetrokken uit staal. Daarnaast was de brug hoog genoeg zodat de stoomboten eronderdoor konden varen. Aan de bovenzijde verbond een spoorlijn het westen met het oosten van de Verenigde Staten.

17‘Uncle Tom’s Cabin’ van schrijfster Harriet Beecher Stowe verscheen in 1852 in Amerika

18Dit is speculatief

19Dit is speculatief, maar de verhuizing van het kantoor van Appleton, Noyes & Co vond plaats ongeveer ten tijde van de constructiewerken.

20Dit Planter’s House Hotel werd in 1887 zwaar beschadigd door brand en in 1891 afgebroken. Een nieuw, groter hotel van die naam verrees op de hoek van Fourth en Pine Streets en sloot in 1922 haar definitief haar deuren.

21Jan Elizeus Julius Jordaan (1840-1898) trouwde 1 september 1870 te Almelo met Grietje Engberts (1842-1938), dochter van Hendrikus Egbertus Engberts, koopman te St. Petersburg, en Maria Johanna Ursinus Brouwer.

22Jan E.J. Jordaan woonde laatstelijk te Den Haag en Albert F.W. Jordaan woonde laatstelijk te Zwolle

23De bouw van de S.S. Wisconsin – in opdracht van de Liverpool and Great Western Steamship Company – was in 1870 voltooid en maakte op 6 juli 1870 haar eerste tocht van Liverpool naar New York. Maurits Jordaan was passagier op de tweede reis naar New York van de S.S. Wisconsin.

24Over het geboortejaar van haar jongste kind, Daisy Jordaan Klein, bestaat onduidelijkheid. Volgens de census van 1880 is zij geboren rond 1876, echter volgens andere census is zij geboren in april 1878.

25Henry Jordaan liet – bij testament – aan zijn kinderen ieder het symbolische bedrag van $ 1 na.

26Firmanten Bryan, Brown & Co: de heren Alvin L. Bryan, George W. Brown en Jerome B. Desnoyers (1880-1881)

27Firmanten Bryan-Brown Shoe Co.: de heren George W. Brown (pres.), Alvin L. Bryan (vice-pres.) en Robert W. Parcels (secr.) (1882-1886)

28Firmanten Brown-Desnoyers Shoe Co.: de heren George W. Brown (pres.), Jerome B. Desnoyers (vice-pres.) en Robert W. Parcels (pennignmeester) (1887-1889)

29Kleinzoon van Anna G. McDonald-Jordaan (1860-1909)

30Zoon van Julius H. Grannemann (1868-1945) en Johanna F.W. Jordaan (1871-1954)

iG.J. Leppink, ‘Heden en Verleden’, in: Aold Hoksebarge, september 2000

iiG.J. Leppink, ‘Heden en Verleden’, in: Aold Hoksebarge, september 2000

iiiTestament Jan Hendrik Jordaan, Haaksbergen 5 februari 1834 (Familiearchief Jordaan, AJ03-25-31)

ivTwentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant 31 maart 1931

vTwentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant 19 september 1931

viiiBiographical review publishing company (http://www.ebooksread.com/authors-eng/boston-pub-from-old-catalog-biographical-review-publishing-company/biographical-review—ogo/page-24-biographical-review—ogo.shtml, 2016)

ixWilliam Claflin 1818-1905 (https://en.wikipedia.org/wiki/William_Claflin, 2016)

xiKennedy’s 1860 St. Louis City Directory (http://www.rollanet.org/~bdoerr/1860CyDir/1860CD-A-Z.htm, 2016)

xivDe Sheboygan Nieuwsbode 12 december 1854 (kranten.delpher.nl, 2016)

xvZierikzeesche Nieuwsbode 19 december 1853 (kranten.delpher.nl, 2016)

xviiiBiographical review publishing company (http://www.ebooksread.com/authors-eng/boston-pub-from-old-catalog-biographical-review-publishing-company/biographical-review—ogo/page-24-biographical-review—ogo.shtml, 2016)

xixSt. Louis City Directory of the year 1875

xxiiFamiliearchief Jordaan

xxviiiAmarillo Daily News 16 juli 1969

xxixThe Anglo-American Times 18 juni 1870

xxxEdward’s Thirteenth Annual Directory of the year 1871 (http://dl.mospace.umsystem.edu/umsl/islandora/object/umsl%3A6232#page/522/mode/1up, 2016)

xxxiBrief van Albertus Jordaan (1822-1917) aan Willem Hendrik Jordaan (1828-1902), Winnebago (MN, USA) 16 februari 1879

xxxiiFamiliearchief Jordaan

xxxivChicago Tribune January 9th, 1879

xxxvBrief van Albertus Jordaan (1822-1917) aan Willem Hendrik Jordaan (1828-1902), Winnebago (MN, USA) 16 februari 1879

xxxviMissouri Judicial Records Historical Database, Probate Estate Files, Saint Louis City, case number 13357, microfilm roll number c36237 (https://s1.sos.mo.gov/records/archives/archivesdb/JudicialRecords/Detail.aspx?id=153680, 2016)

xxxviiMissouri Judicial Records Historical Database, Probate Estate Files, Saint Louis City, case number 13357, microfilm roll number c36237 (https://s1.sos.mo.gov/records/archives/archivesdb/JudicialRecords/Detail.aspx?id=153680, 2016)

xxxixSt. Louis Post-Dispatch 13 juni 1895

xlSt. Louis Post-Dispatch 27 december 1908

xliiNederlands Patriciaat 1963

xliiiSt. Louis Post-Dispatch 10 september 1916

xlivSt. Louis Post-Dispatch 10 september 1916

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*