De laatste koning van Hannover, de laatste keizer van Duitsland en Lida Blijdenstein-van Heek

Es gereicht Mir zum Vergnügen Ihnen, Mein (…) Minister, zum Beweise Meines Wohlwollend das Commandeurkreuz II [Klasse] Meines Guelphen-Ordens zu verleihen, das von Insignien Ich mit dem Wünsche hinbei folgen lasse, dass dir einselben als ein Markmal der besonderen Achtung anlegen mögen, womit Ich bin,

Ihr Wohlgeneigter,

Georg Rex

Hannover den 27ten Mai 1854”

Het oud-Duitse schrift is voor ons tegenwoordig moeilijk leesbaar, maar dit korte stukje tekst is gelukkig nog wel redelijk te ontcijferen. Met dit document benoemde de laatste koning van Hannover, Georg V (1819-1878, reg. 1851-1866), zijn minister Bergmann tot commandeur in de Orde van Welfen 2e Klasse. Dit originele document is van waarde voor de staatsgeschiedenis van Hannover. Ook hoe dit document in het Archief Twentse Textielfamilies terecht is gekomen, is een verhaal op zich…

Revolutiejaar 1848

In de jaren ’40 van de negentiende eeuw was er in Europa veel onvrede. Men klaagde over de bedreven politiek, het gebrek aan invloed daarop, daarnaast was er onvrede en zelfs honger vanwege de hoge voedselprijzen (door misoogsten) en eiste men persvrijheid en andere hervormingen. Begin 1848 barstte de bom in Parijs toen een republikeinse bijeenkomst van hogerhand werd verboden. De (laatste) Franse koning Louis Philippe abdiceerde en vluchtte naar Engeland. Ook in andere Europese landen sloeg het politieke klimaat om, tot grote schrik van veel vorsten. Ook de Nederlandse koning Willem II, die jarenlang niks moest weten van politieke hervormingen, verklaarde in 1848 dat hij in één nacht van conservatief tot liberaal was geworden. Prof. dr. Johan Rudolph Thorbecke werd aan het werk gezet en ontwierp een nieuwe grondwet waarin onder meer de macht van de koning werd beperkt.

Ook in Hannover zetelde een conservatieve vorst, de oude koning Ernst August I (1771-1851). Hij was pas sinds 1837 koning van Hannover, het jaar dat zijn broer koning William IV van Groot-Brittanië en Hannover overleed. Doordat in Hannover een Salische wet het niet toestond dat een vrouw de troon zou bestijgen, werd zijn nichtje Victoria alleen koningin van Groot-Brittanië. In 1848 zwichtte ook koning Ernst August van Hannover onder de revolutiedreiging en schreef de liberale regering een nieuwe grondwet. Dit was niet alleen tegen het zere been van de koning, maar ook van diens zoon Georg.

In 1851 volgde Georg V (1819-1878, reg. 1851-1866) zijn overleden vader op als koning van Hannover. Evenals de Nederlandse troonopvolger Willem III (1817-1890, reg. 1849-) kon hij zich totaal niet vinden in de recente machtsbeperkingen die hun vaders waren opgelegd. In Nederland weigerde Willem III zelfs aanvankelijk onder die voorwaarden de troon te aanvaarden. Ook Georg probeerde in Hannover het tij te keren…

Georg V van Hannover en Heinrich Bergmann

Georg werd in 1819 geboren en bracht zijn kindertijd afwisselend door in geboortestad Berlijn en Londen. Als kind verloor hij door ziekte en ongeluk het zicht in beide ogen. Dit verklaart het op het oog knullige onderschrift ‘Georg Rex’. Elk document werd in bijzijn van meerdere vertrouwelingen aan de koning voorgelezen, waarna hij zijn krabbel plaatste. Qua aard verschilde hij weinig met zijn vader; hij was oer-conservatief en had feodale en autocratische trekjes. In tegenstelling tot zijn vader keerde hij zich tegen Pruisen, wat in 1866 zijn kroon zou kosten. Gedurende zijn 15-jarige koningsschap versleet hij maar liefst zes kabinetten. In 1854 werd de loyaliteit van minister Bergmann door de koning gewaardeerd met het commandeurskruis in de Orde van Welfen. Voortaan was hij ook in de Hannoverse adelstand verheven.

Heinrich Bergmann (1799-1887) was een jurist die in 1842 werd aangesteld tot staatsraad in Hannover. Hij kende de blinde koning goed, want hij had hem tussen 1846 en 1851 onderwezen in de politieke wetenschappen. Bergmann behoorde tot de conservatieve kringen en was sinds het revolutiejaar kamerlid in Hannover. Als minister diende Bergmann vervolgens in meerdere kabinetten.

Den 22sten November is het nieuwe overgangs-ministerie te Hannover geinstalleerd. Van de leden van het oude kabinet is alleen de heer Bergmann, die even als zijne nieuwe ambtgenooten tot de behoudende partij behoort, aan het hoofd gebleven van het departement van eeredienst. Al de aftredende ministers zijn tot leden van den staatsraad benoemd.” (Groninger Courant, 29 december 1853)

1855 werd een kanteljaar. Dat jaar stelde koning Georg de grondwet van 1848 buiten werking en vormde hij een nieuw kabinet met uitsluitend adellijke leden. Hoewel Bergmann door zijn benoeming tot commandeur in de Welfenorde voortaan ook tot de edelen behoorde, trok hij zich uit de actieve politiek terug. Wellicht kon hij zich niet geheel vinden in de nieuwe koers, dat zelfs een absolute monarchie in Hannover voor ogen hield. Bergmann werd voortaan hoofd van de kerkenraad in Hannover en ‘Geheimer Rat’. Als politiek adviseur bleef hij in hoge achting staan van de koning. In 1858 werd Bergmann bevorderd tot commandeur in de Orde van Welfen 1e Klasse.

Kaiser Wilhelm II en Lida Blijdenstein-van Heek

Beste Ger [Jannink],

bijgaande stuur ik je weer iets om uit te zoeken en te behouden als je dit wilt. Het is blijkbaar ondertekend door de koning van Hannover in 1854 aan zijn eerste minister Bergmann.
Achter op de envelop staan de letters L.R. wat waarschijnlijk duidt op de toezending van deze brief aan mijn moeder uit dankbaarheid dat Mam bij de heer Von Ilsemann bemiddelde zodat 6 dametjes uit Bentheim en omstreken hun grootsten wens in vervulling zagen gaan toen ze door de keizer op Huis Doorn op de lunch werden uitgenodigd!!! (…)

Hartelijke groeten aan je beidjes,
Dientje”

Dit kaartje werd op 28 augustus 1975 bij het document gevoegd door B.Th.W. ‘Dientje’ Blijdenstein (1899-1990). Zij was een dochter van mr. Willem B. Blijdenstein (1867-1924) en A.G. ‘Lida’ van Heek (1872-1937). Zij woonden sinds de jaren ’20 van de twintigste eeuw op het Huis te Maarn, nauwelijks 3 kilometer ten noorden van Huis Doorn. Daar woonde sinds 1920 de Duitse keizer Wilhelm II in ballingschap. Schijnbaar onderhield het echtpaar Blijdenstein-van Heek nauwe betrekkingen met de Pruisische adjudant Sigurd von Ilsemann (1884-1952), die de keizer trouw naar Huis Doorn was gevolgd. De letters “L.R.” staan volgens een opschrift op de envelop vermoedelijk voor een zekere Lotte Reynold. Zou zij inderdaad het koninklijke document hebben overgedragen aan Lida Blijdenstein-van Heek? En wat is haar link met oud-minister Bergmann? Zeker is in ieder geval dat het document via Dientje Blijdenstein in het familiearchief Jannink terecht is gekomen.

  • wie kan meer vertellen over Lotte Reynold?
  • Ir. Gerhard Jannink (1900-1976) was een belangrijke archiefvormer van het familiearchief Jannink. Na het overlijden van diens zoon E. ‘Bert’ Jannink (1929-2009) is dit oude archief terechtgekomen bij het Archief Twentse Textielfamilies. Het Jannink-archief wordt op dit moment beschreven door Eileen Jordaan-Jannink en Michiel Tattersall. De ringbandgaten en het oude inventarisnummer “1-20” zijn vanzelfsprekend niet door ons aangebracht.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Jannink, inv.nr. 6016
  • Voor dit verhaal is gebruik gemaakt van verschillende voor de hand liggende digitale bronnen, zoals wikipedia en de krantendatabase delpher.nl. Het portret van koning Georg V van Hannover is afkomstig van Miss Mertens.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*