De neven Hendrik en Hein van Heek op reis naar Engeland en Frankrijk, 1851

Archiefmedewerker Olaf Visscher stuitte op een aantal zeer interessante, doch moeilijk leesbare velletjes papier. Wel werd hem snel duidelijk dat het een zeer interessant reisverslag betreft, namelijk het ‘Reisverhaal van H.J. van Heek op zijne reis naar Engeland, Frankrijk en Belgien” in 1851. Eerder had iemand geprobeerd het verweerde handschrift te verduidelijken met enkele pennenhalen. Vermoedelijk werden deze aantekeningen vluchtig op doorreis gemaakt, om ooit in de toekomst netter te worden opgetekend. Het reisgezelschap bestond uit Hendrik J. van Heek (1814-1872) en diens gelijknamige neef (en compagnon) H.J. ‘Hein’ van Heek (1830-1875). Daarnaast was waarschijnlijk ook zwager H. ‘Bert’ Stroink (1823-1884) van de partij. Dit laatste blijkt uit een van de brieven die Olaf Visscher aan het reisverslag kon koppelen. Hieronder volgt het vlot geschreven reisverslag, met een kleine slag om de arm…

‘Reisverhaal van H.J. van Heek op zijne reis naar Engeland, Frankrijk en Belgien’

Den [zaterdag] 28 augustus 1851 zijn wij met een rijtuig (om 4?) naar Arnhem vertrokken & wij hebben ons noch anders veel opgehouden als in Zutphen daar wij, om iets in de maag te hebben, beafstuk hebben gegeten. Om 2 uur des namiddags zijn wij verder naar Arnhem vertrokken, alwaar wij dan ook spoedig arriveerden. Wij hebben daar dadelijk een visite bij mr. Lettink afgelegd & vervolgen per spoor n[aar] Amsterdam gestoomd. Het was half elf uur toen wij daar arriveerden & zijn afgestapt in het logement van H. Hardenbergh in den Warmoesstraat1 het ons niet is mee gevallen. Om twaalf uur zijn wij, als nog eerst gegeten te hebben, naar bed gegaan.

Den anderen morgen, namlijk vrijdaag [29 augustus], zijn wij om elf uur naar Scheveningen vertrokken waar wij 3 uren vertoefd hebben. De stoomboot den volgenden morgen om 8 uur van Rotterdam vertrekkende, moesten zij ‘s avonds te voren reeds aldaar wezen. In het logement (…) hebben wij gelogeerd alwaar het heel duur, doch extra goed was. Bij ons vertrek naar Londen was het weder echt mistig & guur, doch het (…) des namiddaags toen wij in volle zee kwamen zoo luslijk mooi & gunstig voor het varen, dat wij den anderen morgen (zondag) om 6 uur te Londen arriveerden. Het eten op stoomboot was goed, echter de slaapvertrekken lieten wel wat te wenschen over. Wij zaten wel met 150 man op de boot, behalve de kalveren die ook een getal van 30 gerekend kunnen worden.

Wij hebben te Londen wel 2 uur gewagt voordat wij de stad konden binnentreden, want de declaratie moest eerst worden afgeloopen. Het mooie gezigt dat zij den Teems op al die schepen & stoombooten hadden, maakte den duur van het wagten ruimschoots zeer goed. In het hotel St Pauls Cathedrale nabij de (…) zijn wij gelogeerd alwaar het goed is en een mooi gesigt hebben. Wij hadden nooit gedacht dat het op de straten [zo] druk was. Wij hebben eerst gedejeuneerd & toen zijn wij, wijl zondaags niets te doen is, naar Hampton Court met een omnibus vertrokken, waar wij den morgen (… ….) weg passeerden over Richmond. Het paleis van de hertogin van Kent was mooi met veel fijne schilderijen behangen. Wij zijn ‘s middaags met het spoor weer naar Londen teruggekeerd. Vervolgens hebben wij in het logement gegeten & toen de Londen-bridge gaan zien. Om 10 uur zijn wij van daar dadelijk bedwaarts gegaan. Den volgende morgen gingen wij om 9 uur naar de (…) tentoonstelling, welke een uur rijdens van ons logement gelegen is. Wij hebben ons veel van dit gebeuren voorgesteld, maar het heeft verreweg de verwagting overtroffen. Wij zijn er tot 5 uur des namiddags in geweest toen het weder (…) werd. Om 7 uur wij zijn naar de Vauxhall geweest om onze avond door te brengen. (…) verscheiden welken vertoond & mooi vuurwerk afgestoken.

Dingsdagmorgen zijn wij naar den Tower gegaan, aldaar onder anderen de diamanten der kroon te bezigtigen waren. Toen zijn wij naar de bank geweest & vervolgens naar het Colosseum waar wij een mooi diorama & panorama over de stad Londen hadden. Van daar (…) wij met de (…) naar de Zoölogischen tuin waar wij allerhande (…) van dieren & (…) bezagen. Toen zagen wij (…) van stad & ons land eene voorstelling en was van alle groote mannen te zijn. Tot slot van dien dag in een fransche restauratie te dineren gegaan & hebben vervolgens bij Simpson (..) eene (…) sigaar gerookt.

Woensdag zijn wij ‘s morgens dadelijk om 10 uur naar de tentoonstelling geweest waar wij weder tot 5 uur zijn gebleven. Van daar komende hebben wij bij Soyer gedineerd & vervolgens naar het Asley (Amphitheq?) geweest waar wij (…) of het (heldepaard?) hebben zien spelen. Om 11 uur zijn wij van daar huiswaarts gekeerd.

Donderdagmorgen hebben wij eerst de bierbrouwerij van Barclai & Perkins bezocht die de moeite wel waard is er te bezigtigen. Onder anderen werd onze aandacht gevestigd op eenige grote vaten die 3000 okshoofd kond bevatten. Men had er 170 paarden in gebruik. Van daar reden wij met eene vigilante naar de London Doks die vol schepen naar (…)landen lagen. Vervolgens hebben wij een (…) entrepot gezien die 30.000 oxhoofden op in hield. Van hier gingen wij naar de spoorweg alwaar wij naar Greenwich vertrokken om het hotel des Invaliden te aanschouwen. Er waren 3000 invaliden (…) Wij hebben nog een lepel soup gehad die perfect goed was. Van hier stoomden wij per boot naar een Chineesch schip De Chinesche Jawe genaamd, welke vroeger door de Engelschen is veroverd. Wij hadden er een concert van die Chinesen hetwelk buitengewoon gemeen was. Van hier zijn wij naar ons logement gegaan waar wij gegeten hebben & vervolgens naar Simpson’s restauratie waar wij een cigaar gerookt hebben & hierna de Asley’s (…) hebben bezocht.

Vrijdagmorgen hebben wij weder de tentoonstelling bezocht & na den middag bij Soyer gedineerd & later naar de Vauxhalls gereden waar het zeer amusant was & ook zeer druk bezocht.

Zaterdagmorgen weder naar de tentoonstelling tot 3 uur, toen wij naar ons logement reden om onze bagage te pakken & verder reden wij naar het station om om 5 uur naar Manchester te reizen. Wij passeerden verscheidene plaatsen waaronder Birmingham (eene groote fabrijkstad) en arriveerden ‘s avonds om 11 uur op onze bestemde plaats, waar zij door een vriend die lang te Enschede gewoond had, Bazley genaamd, vriendelijk aan het station ontvangen [werden]. Hij begeleidde ons naar het hotel, het Albion Hotel genaamd, waar wij aangekomen nog een paar uurtjes met hem hebben doorgebragt.”

– – – – – –

Het reisgezelschap bezocht ‘the Great Exhibition’ in Londen, de eerste wereldtentoonstelling die werd gehouden. Prins Albert, de echtgenoot van de Britse koningin Victoria, was een van de organisatoren. Hij stelde veel belangstelling in de technologische vooruitgang en daar was in de speciaal voor dit evenement gebouwde Crystal Palace genoeg plaats voor. De bezoekers konden zich daarnaast dagenlang vergapen aan alle pracht en praal afkomstig uit de gehele wereld. Hendrik van Heek en zijn vrienden waren niet de eerste bezoekers van de familie. Zwager Isak Bussemaker (1826-1901) uit Deventer was hen voorgegaan en had Hendrik uitgebreid van tips and tricks voorzien.

In Manchester werd het reisgezelschap hartelijk ontvangen door Henry Bazley (1813-1865). Hij stond aan het hoofd van de katoenspinnerij Robert & Henry Bazley, maar had tot het overlijden van zijn broer Robert (in 1845) jarenlang in Enschede gewoond. Henry Bazley was een goede vriend van Hendrik van Heek en nam in 1857 de taak op zich voor Hendrik’s jongste broer Gerrit Jan van Heek (1837-1915) een geschikte stageplaats te zoeken. In Manchester houdt het reisverslag op, maar gelukkig vertellen de getraceerde brieven meer over het vervolg van de reis…

Tijdens de grote reis in augustus-september 1851 werd de firma H.J. van Heek & Zonen gerund door Hendrik’s broer Herman van Heek (1816-1882) en 71-jarige oom G.J. ‘Jan’ van Heek (1780-1851). Vanwege gezondheidsredenen moest de oude chef thuisblijven, zodat Herman van Heek de enige firmant op zijn post was. Jan van Heek schreef zijn zoon Hein over de gezondheidsperikelen, maar drong niet aan op vervroegde terugkeer. Op 30 augustus 1851 schreef hij aan zoon Hein in Engeland:

Met genoegen heb [ik] uit een brief (…) vernomen gij goed en wel te Londen zijt aangekomen. Ik hoop maar u een nuttig gebruik zult maken om zoveel mogelijk te zien. Sedert 4 dagen ben [ik] gants niet wel . Wij willen hopen het spoedig zal overgaan.”

Helaas bleef herstel uit. Op 5 september 1851 schreef Herman van Heek aan zijn broer Hendrik en neef Hein in Parijs:

Laat Hein zich op ontvangst dezes, en was het ook geensinds kwaad gij ook mede kwaam, dadelijk tot de spoedigste reis op hier gereed maken, want met die jaren van Oom en zulk een lichaam als hij heeft kan men niet weten wat er bij komt.”

Al de volgende dag, op 6 september 1851, stierf Jan van Heek op 71-jarige leeftijd. Hendrik en Hein van Heek hebben daardoor geen afscheid meer kunnen nemen. Het overlijden betekende dat Hendrik van Heek zijn oom voortaan opvolgde als oudste firmant (‘chef ‘) der firma H.J. van Heek & Zonen. De firma werd een kleine tien jaar later ontbonden, waarna de neven gescheiden verder gingen in de textiel: Hendrik van Heek stichtte met zijn broers de firma Van Heek & Co en Hein van Heek stichtte met zijn broers de firma Gebrs. Van Heek – Schuttersveld.

  • De brieven in Parijs waren geadresseerd aan ‘G. Wehry’. Dit was de vermogende koopman – in o.a. textiel – J.G. ‘George’ Wehry (1817-1894). Zijn echtgenote Johanna H.M. Maseland (1826-1881) was geboren in Utrecht, maar stamde uit een Enschedese katholieke familie. Vermoedelijk is zo het contact ontstaan.
  • De Van Heeks konden in Parijs gebruik maken van een introductiebrief van de Rotterdamse bankier Moses Ezechiels. Daarmee gingen de deuren van het beroemde bankiershuis De Rothschild zonder probleem open voor ‘Monsieur H.J. van Heek , chef de la maison respectable H.J. van Heek & Fils a Enschede’. Hoewel de joden zeer lange tijd werden geweerd uit het Enschedese verenigingsleven, onderhield Hendrik van Heek goede banden met joodse kooplieden en bankiers. De grote textielfabrikant Godfried Salomonson (1796-1867) werd zelfs tot de persoonlijke vrienden van Hendrik van Heek gerekend (ATT, inv.nr. 1122, brief Lodewijk Salomonson d.d. 19 mei 1868).
  • Over het verblijf in België zijn geen aantekeningen bewaard gebleven.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Jannink.

1Dit moet het hotel De Bijbel zijn geweest. De logementhouder was Hermanus Hardenberg (1800-1866)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*