De oorsprong, ‘de bron’ van de familie Jannink

Waarom zijn wij hier gekomen als Jannink? Wij zijn waarschijnlijk eind 16e eeuw, begin 17e eeuw naar Twente gekomen. Wij woonden daarvoor in Duitsland. De familie Jannink bewoonde als huurders de Janninks-Mühle in het Duitse plaatsje Suttorf. De Mühle was eigendom van de bisschop van Münster. Dus wij waren vroom katholiek. Op een goed ogenblik hebben wij met het katholicisme gebroken en zijn wij Wederdopers geworden en de bisschop heeft ons van de molen afgetrapt. Op die manier zijn wij in Twente terechtgekomen”, aldus Tobias Jannink (1927-2009).

Het oude Jannink-archief wordt sinds enkele maanden beschreven door vrijwilliger Eileen Jordaan-Jannink. Het archief is indertijd geschonken door Bert Jannink (1929-2009) en bestrijkt verschillende eeuwen. Maar wat de documenten precies behelzen, zal de komende tijd blijken. Via de online inventaris archieftwentsetextielfamilies.nl zijn die documenten voortaan in toenemende mate vindbaar en aan te vragen. Wat zijn de oudste documenten aangaande de Enschedese familie Jannink in andere archieven? En klopt de bovenstaande familie-overlevering?

Erfgoed Enschede

Het stadsarchief van Enschede wordt sinds kort aangeduid als ‘Erfgoed Enschede’. Het Oud-Rechterlijk Archief van Enschede is online doorzoekbaar gemaakt en is in die zin een ware goudmijn voor onderzoekers. Uit een zoekactie blijkt dat in 1678 voor het eerst een Jannink voorkomt in de oude stadsgerichtspapieren. Het betreft een zekere Anna Janninck. Zij was dienstmaagd van Arnold Wolderinck en eiste van hem de betaling van 36 guldens en 10 stuivers, ‘bij hem verdient loon’. Zij gaf aan anderhalf jaar in dienst te zijn geweest en ‘sonder reden weggejaegt’ te zijn. Het kwam uiteindelijk goed met haar; zij trouwde met Jan Severijn uit Enschede. Een paar jaar later duikt voor het eerst de stamvader van de Enschedese familie Jannink op: Engbert Jannink. Hij trad in 1684 op als momber over de minderjarige kinderen van wijlen Andries van Lochem te Enschede. Engbert Jannink was getrouwd met Geertruid Nieuwenhuis uit Burgsteinfurt, maar vestigde zich in de jaren ’80 van de achttiende eeuw als koopman in linnen en bombazijn te Enschede.

De Janninksmolen

Engbert Jannink behoorde inderdaad tot de wederdopers (‘Mennonieten’), maar of hij afkomstig was van een molen in een plaatsje Suttorf? Dit laatste lijkt niet waarschijnlijk. In het Archief Twentse Textielfamilies bevindt zich een brief van Bertha Jordaan-van Heek aan haar jongere broer Gerrit Jan van Heek Jr. waarin zij in 1953 schreef over een uitstapje met de familie Jannink naar de ‘Janninksmühle onderaan de Schöppingerberg’ bij Leer, Kreis Burgsteinfurt…

Het riviertje de Leerbach ontspringt op de Schöppingerberg uit een zekere bron. Die bron staat bekend als de ‘Leerbach Quelle’ of ‘Janning Quelle’ en wordt gezien als een belangrijk Duits natuurmonument. Nabij de bron bevindt zich sinds de middeleeuwen het erve Johanning, later Janning geschreven. Van oudsher is dat erf eigendom van het Stift Borghorst. Zeker is dat reeds in de zestiende eeuw op dat erf een watermolen werd aangedreven door het stroompje Leerbach. In de negentiende eeuw werd de watermolen door de toenmalige eigenaren (het katholieke echtpaar Bernard en Elisabeth Janning-Grewing) grondig gerenoveerd en verpacht. Een paar honderd meter stroomafwaarts stond nog een watermolen, toebehorende aan het erve Wilming. Omstreeks 1930 kocht de pachter van de Jannings Mühle de Wilmings Mühle, waarna Wilming de pacht overnam van de oude Jannings Mühle. Sindsdien staat de oude Jannings Mühle ook bekend als de Wilmings Mühle. In de twintigste eeuw raakte de watermolen wel in onbruik, maar gelukkig heeft een vereniging zich bekommerd over het oude gebouw, waardoor de oude Jannings Mühle tegenwoordig nog, met waterrad en al, te bezichtigen is. Het is mogelijk dat aan de Leerbach ook de ‘bron’ ligt van de Enschedese familie Jannink, de Jannings Quelle.

Katholiek, Doopsgezind, Hervormd

De wederdopers zijn een vroege afsplitsing van de katholieke kerk. Daardoor is het aannemelijk dat in de zestiende of zeventiende eeuw een Jannink zich heeft afgekeerd van het oude geloof. Wie dat geweest is, is vooralsnog niet bekend. Wel is bekend dat er meerdere katholieke families Jannink zijn. Niet alleen de molenaars op de Jannings Mühle waren katholiek, maar ook in Denekamp en Lingen (Dld.) woonden geloofsgenoten met dezelfde achternaam. In Lingen behoorden de katholieke Janninks in de zeventiende eeuw zelfs tot het stadspatriciaat en vestigden zich o.a. in Oldenzaal en Groningen. Ook waren er in de zeventiende en achttiende eeuw gereformeerde Janninks, die enkele generaties het vak van scherprechter (beul) uitoefenden. Ook in Schüttorf (‘Süttorf’?) leefde omstreeks 1700 een gereformeerde familie Jannink. De doopsgezinde familie in Enschede bekeerde zich pas in 1749 tot de gereformeerde leer.

Janninks in Amsterdam

In Amsterdam vestigden zich Janninks van alle pluimages en uit alle windstreken. Als een van de eerste Janninks treffen we in Amsterdam katholieke kleermakers aan uit Denekamp; zij vestigden zich reeds omstreeks 1670 in de bloeiende handelsstad. Omstreeks 1730 zien we daar ook een zekere Hendrik Jannink uit Schüttorf en tien jaar eerder vestigde zich Lucas Jannink in Amsterdam…

Lucas Jannink was een van de zes kinderen van voornoemde Engbert en Geertruid Jannink-Nieuwenhuis. Hij werd vermoedelijk omstreeks 1682 geboren in Burgsteinfurt en groeide vervolgens op in Enschede. In 1711 werd hij door de Amsterdamse zijdelakenwinkelier Lodewijk van Erpecum (1645-1717) gemachtigd om voor hem in Enschede en omstreken geld te innen bij debiteuren. Hieruit blijkt een eerste handelsrelatie met Amsterdam. Na het overlijden van Van Erpecum vestigde Lucas Jannink zich ook in Amsterdam en vond daar de liefde; hij trouwde in 1719 met Femmetje Mulders. Zijn 70-jarige vader Engbert Jannink kwam voor de ondertrouw over uit Enschede. Op 16 mei 1719 werd een huwelijkscontract gesloten voor notaris Dirk van der Groe in Amsterdam. Lucas verklaarde fl. 500,- in te brengen (mitsgaders zijn linnen en wollen kleren) en Femmetje bracht fl. 1100,- in contant geld in, alsmede ‘nog enig weinig zilver en goud, mitsgaders haar kleren van zijde, linnen, wollen en andere stoffen tot haar lijf behorende.’ Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren, waarna Femmetje op ongeveer 35-jarige leeftijd stierf. Lucas hertrouwde nog tweemaal, maar over zijn verdere leven in Amsterdam is weinig meer bekend.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – –

  • Omstreeks 1785 vestigde zich opnieuw een Enschedese Jannink in Amsterdam: Tobias Jannink (1759-1829). Hij stichtte met zijn zwager August Willem Bare (1750-1805) de firma Bare & Jannink. De grootvader van Tobias was een oudere broer van Lucas.
  • Adres Wilmings / Jannings Mühle: Ostendorf 60 te Leer (Horstmar).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*