De Russische griep, corona of “infipenza” in Enschede, 1890

Stadsarchief Enschede, bedrijfsarchief C. Roessingh & Zonen, verslag Carel Roessingh uit 1890

Onze theorie is dat [het humaan coronavirus OC43] een uitloper is van de Russische griep in 1890. Die Russische griep was vermoedelijk geen griep, maar een coronavirus. Uit oude krantenberichten blijkt dat er een verbluffende gelijkenis is met ons huidige coronavirus SARS-COV-2. Die zogenaamde Russische griep veroorzaakte dezelfde symptomen, zelfs het geur en smaakverlies wordt vermeld in de lectuur”
(website Universitair Ziekenhuis Leuven, 2022)

Hoewel men in de afgelopen jaren vooral verband legde met ‘de Spaanse griep’ (1918-1920), is een vergelijking met ‘de Russische griep’ (1889-1890) misschien beter op zijn plaats. Dat die epidemische golf ook in Twente huishield, blijkt uit dit persoonlijke verslag van de Enschedese fabrikant Carel Roessingh (1849-1913). Niet alleen de overeenkomsten op gezondheidsgebied zijn opmerkelijk, maar ook de klaagzang over arbeidstekorten, stijgende kosten van ‘energie’ en stakingen klinken voor ons heel herkenbaar! Carel Roessingh aan het woord:

Influenza 1890

In het najaar van 1889 kwam uit Rusland het bericht dat aldaar de influenza of griep epidemisch heerschte. Weinige weeken later vertoonde zich deze ziekte ook te Berlijn, Weenen en Parijs en nog eenigen tijd later was zij over geheel Europa verspreid. Ook vertoonde zij zich in Amerika en kwam zelfs op schepen in volle zee voor. Begin januari 1890 kwamen de eerste gevallen hier in Enschede voor en breidde de ziekte zich tot ongeveer 20 januari uit en begon toen af te nemen.

In ons huishouden werden er door aangetast de dienstbode Laura & Sientje, doch ook bij degene die niet aangetast werden, deden zich dezelfde verschijnselen in mindere mate voor. De verschijnselen die er zich bij vertoonden waren pijn in de beenen, pijn in de rug, hoofd en nek, daarbij erge koortsen. Bij gezonde personen hield de ziekte het 2 a 3 dagen geheel op, doch bij zwakke en oude lieden, vooral degenen die geen gezonde longen hadden, duurde ze langer en ontaarde in hoesten en longontsteking, hetwelk voor zeer zwakke personen veelal met den dood eindigde. Er werd voor aangewend antiperine, antifebrine, chinine en zweetmiddelen. Wij hebben voor de aangetasten gebruikt chinine en thee van lindebloesems, welke laatste transpireeren veroorzaakte dat zeer heilig aan werkte.

Van de familieleden werden er door aangetast onze mama M.A. ten Cate-Kleyn te Deventer, onzen zwager Herman Stroink & schoonzuster Cato Cardinaal & onzen broeder Theodorus, onzen zwager Herman Nieuwenhuis & zijn vrouw Cato ten Cate te Lochem, verder onze schoonzuster Bertha ten Cate te Groningen met eenige kinderen en de verschillende huishoudens van de familie, de dienstboden.

In de fabrieken en ook in onze fabriek kwamen vele gevallen voor en veroorzaakte dit eene belemmering in de werkzaamheden. Post en telegraafboden, spoorwegbeambten en verder alle personen die veel buiten werkten, werden er door aangetast en veroorzaakte het in alle takken van bedrijf een geduchte belemmering. Het weer was zacht , doch mistig en woedde er omstreeks 21 tot 24 januari hevige stormen.

De steenkolenmijnen in Westphalen leverden zeer ongeregeld de kolen wegens de influenza. In het begin van 1889 kosten de kolen aan de mijn ca. 70 Mark, doch na eene werkstaking in de mijnen in het voorjaar van dat jaar was de prijs in januari 1890 tot 125, ja zelfs tot 150 Mark per wagon loco mijn gestegen. De oorzaak hiervan was:

1ste de werkstaking

2de verbetering in de ijzerindustrie

3de opstapeling van steenkolen in depots was het geval van werkstaking.

In het jaar 1889 kwamen vele werkstakingen voor, waaronder zeer groote, onder anderen van dokwerkers te Londen, Liverpool, Rotterdam en andere groote havens. Vele dezer werkstakingen hadden meer loon voor de arbeiders ten gevolge.

De staking van den arbeid door de werklieden van de Metropolitan Gasmaatschappij te Londen had evenwel voor de werklieden een slecht verloop, daar andere werklieden in dienst werden genomen. De meeste werkstakingen werden door sociaal demokraten aangestookt.

Een en ander veroorzaakte dat de januari-maand van 1890 geen aangename was en alles onder een onaangenamen indruk verkeerde.

Onze Marianne was toen bijna 2 ½ jaar oud en was dit een zeer aanvallig kind en aardige praatster. Toen zij van influenza hoorde spreken, zeide zij: “Nenne heeft ook Infipenza!”

Enschede, 30 januari 1890

C. Roessingh”

Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Roessingh, inv.nr. 1390

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*