De schenking van het Blijdensteinshuis aan de gemeente Enschede, 1921

Zeker zijn jelui verbaasd geweest te hooren dat nicht Martha [Blijdenstein-van Heek] haar huis aan de stad cadeau gemaakt heeft voor leesbibliotheek. Het is een spontane daad van haar geweest waar niemand iets vanaf wist, zelfs haar broer Gijs [van Heek] niet. Het huis beviel haar absoluut niet en ze wilde er niet langer wonen, het was haar veel te groot. Ze wil nu een nieuw huis bouwen op het Amelink. 1925 gaat de overdracht van het huis in. Ik ben nieuwsgierig of het haar op den duur bevallen zal, steeds buiten te zijn. Het huis leent er zich uitstekend voor, midden in de stad.”

De schenking was uiteraard het gesprek van de maand. Vol verwondering klom C.M. ‘Cathrine’ van Heek-van Heek (1874-1950) op 28 januari 1921 in de pen om haar familieleden in Arosa (Zwitserland) daarvan op de hoogte te stellen. In haar brief sprak zij wel haar zorg uit over haar 50-jarige aangehuwde nicht, of zij wel goed zou kunnen wennen aan het ‘steeds buiten te zijn’. Wellicht stond Martha Blijdenstein-van Heek bekend als een stadse dame, want de trek naar buiten werd in die periode voor de fabrikantenfamilies namelijk steeds algemener. De opkomst van de auto en verbetering van de infrastructuur verkleinde de reistijd aanzienlijk waardoor het aanhouden van een stadswoning in ieder geval aan praktische noodzaak terrein verloor. Ondertussen bleef het rustieke, gezonde buitenleven lonken. Vandaar dat juist in het interbellum veel zomerverblijven in Twente werden omgebouwd tot ook behaaglijke winteroorden én daarnaast werden ongekend veel nieuwe landgoederen uit de grond gestampt. Tegelijkertijd verloren daardoor veel fabrikantenwoningen in de Enschedese binnenstad hun woonbestemming. Die ruimte werd gretig opgevuld door ondernemingen en andere organisaties, zoals de Openbare Leeszaal en Bibliotheek in het Blijdensteinshuis. De weduwe Martha Blijdenstein-van Heek liet in 1921 architect Samuel de Clercq een ‘vier seizoenen-landhuis’ ontwerpen voor op het Amelink.

De familie Blijdenstein was een van de oudste Twentse fabrikantenfamilies en behoorde eeuwenlang tot het stadspatriciaat. Het Amelink was zelfs ruim tweehonderd jaar in handen van deze familie. Een van de meest invloedrijke telgen was de fabrikant en volksvertegenwoordiger Jan Bernard Blijdenstein (1756-1826). In 1806 kocht hij het huis van zijn buurman Teesselink, dat grensde direct aan de oude Espoort. Waarschijnlijk was Blijdenstein op de hoogte van de gemeenteplannen om de vervallen Espoort door een nieuw, aantrekkelijk bouwwerk te laten vervangen. Ook Blijdenstein was ambitieus en liet de twee woonpercelen annexeren en bouwde daarop vervolgens de riante stadsvilla. Beide bouwprojecten gaven de oostelijke ingang van de binnenstad eigentijdse allure. In 1809 werd Enschede vereerd met een bezoek van de Hollandse koning Lodewijk Napoleon, die vervolgens in het Blijdensteinshuis overnachtte. Voor vertrek schonk de koning een zilveren rammelaar aan de jongste kleinzoon van de gastheer, Herman Gijsbert Blijdenstein (1808-1840).

Kort na het bezoek van koning Willem III in 1862 werd Enschede getroffen door een vreselijke stadsbrand waarbij ook het Blijdensteinshuis door vlammen werd verslonden. Enkel de muren bleven overeind staan. De toenmalige eigenaar Albert J. Blijdenstein (1829-1896) liet daarop het huis in dezelfde stijl herbouwen. Na het overlijden van zijn weduwe in 1912 kwam het huis toe aan hun jongste zoon Helmich Benjamin Blijdenstein (1869-1919).

De ligging van het Blijdensteinshuis, haaks op de Langestraat, bleek hinderlijk te zijn voor het toenemende stadsverkeer. Helmich B. Blijdenstein liet daartoe het huis afbreken en een kwartslag gedraaid weer in de oude stijl opbouwen. Lang heeft hij niet van het nieuwe Blijdensteinshuis mogen genieten; hij stierf in 1919 op 49-jarige leeftijd.

Na den vroegen dood van H.B. Blijdenstein (…) heeft zijne weduwe Martha Blijdenstein-van Heek diens grandioze plan ten uitvoer gebracht, het oude Blijdensteinshuis aan de vroegere Eschpoort te Enschede te schenken voor een Openbare Leeszaal en Bibliotheek. Zij deed dit in samenwerking met den heer en mevrouw Harry ter Kuile-van Heek, die een belangrijk kapitein beschikbaar stelden voor de verbouwing en inrichting”, aldus Jan H. van Heek (1873-1957).

Deze versie doet niet helemaal recht aan het schijnbaar spontane initiatief van Martha Blijdenstein-van Heek. Haar echtgenoot, Helmich B. Blijdenstein, was naast fabrikant ook jarenlang wethouder van onderwijs te Enschede. In die hoedanigheid was hij ook voorzitter van de Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs. Bij het verbeteren van het onderwijs lag zijn hart. Hij legateerde maar liefst fl. 50.000,- aan de Enschedese gemeente voor de stichting van een Openbare Leeszaal. Dit initiatief werd vervolgens met nog eens fl. 50.000,- gesteund door zijn zwager Harry ter Kuile (1865-1944) en schoonzuster M.G. ‘Marie’ ter Kuile-van Heek (1868-1953). De schenking van het Blijdensteinshuis kwam echter uit de koker van zijn weduwe Martha en had zij volgens Cathrine van Heek in het geheim bekokstoofd.

Op zaterdag 10 januari 1925 werd de Openbare Leeszaal en Bibliotheek feestelijk geopend in het amper tien jaar tevoren herbouwde Blijdensteinshuis. De gevel bleef onveranderd, behalve dat op de voorgevel met sierlijke letters werd aangebracht de tekst “Openbare Leeszaal en Bibliotheek”, terwijl op de rechter vleugel stond: “Helmich Benjamin Blijdenstein Stichting”. De genereuze weduwe Martha Blijdenstein-van Heek moest het doen met ‘een zeer fraai uitgevoerde oorkonde’. Een toespraak werd gehouden door haar aangehuwde neef, de voornoemde Jan H. van Heek (1873-1957).

In 1923 kwam het nieuwe huis op het Amelink gereed, waarna Martha Blijdenstein-van Heek daar haar permanente intrek nam. Architect De Clercq hield zich vervolgens bezig met de inpandige verbouwing van het Blijdensteinshuis tot openbare bibliotheek. De Enschedese bevolking kon daar voortaan snuffelen in tienduizenden boeken. Tot 1944. Een bombardement trof het Blijdensteinshuis en het gebouw ging daardoor helaas definitief voor de stad en haar inwoners verloren.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

  • Martha Blijdenstein-van Heek (1868-1953) had zich met haar ‘stiekeme’ schenking misschien wel laten inspireren door haar oom H.J. ‘Hein’ van Heek (1830-1875). Over zijn aankoop van het Schuttersveld schreef Julia Blijdenstein-Stroink in 1859 “Het was eene verrassing voor heel Enschede, want zelfs zijn schoonouders wisten er niets van…”
  • Het echtpaar Blijdenstein-van Heek woonde het grootste deel van hun huwelijk in het huis Oude Markt 2 te Enschede. Dat huis werd voorheen bewoond door Martha’s grootmoeder (en naamgenoot) Margaretha Hermina van Heek-ter Kuile (1796-1874), haar ongehuwde oom P.E. ‘Piet’ van Heek (1829-1888) en Willem H. van Heek (1865-1929).
  • De in 1862 opgerichte Volksbibliotheek te Enschede ging op in de Openbare Leeszaal en Bibliotheek. Hiertoe behoorde het hen toebehorende gebouw aan de Oude Markt 13-14, de inventaris en verschillende fondsen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*