Een bezoekje van de 12-jarige Han Jordaan aan Schiphol, 1930

Gelijk bekend staat Nederland vooraan in de rij der volkeren op luchtvaartgebied. Terecht hebben de ‘Fokkers’ een wereldvermaardheid, terwijl aan de Nederlandsche roem niet weinig heeft bijgedragen het banen van een weg door de lucht naar Indië, waarvan als practisch resultaat de postvluchten werden ingesteld.
Ook de publieke belangstelling voor het luchtverkeer neemt sterk toe, zeker niet in de laatste plaats het gevolg van de door de K.L.M. gevolgde propaganda-methode van het houden van ‘vliegdagen’ in diverse steden, zooals o.a. te Amsterdam.
Wat betreft luchthavens is Nederland echter nog wel schaarsch bedeeld, Schiphol en Waalhaven zijn wel de voornaamste. (…)

In 1925 werden 6050 passagiers vervoerd en 230.000 k.g. post en goederen; in 1928 was dit reeds 13.590 passagiers en 798.000 k.g. post. De resultaten der eerste 9 maanden van 1929 doen opnieuw een stijging verwachten (…)”
(Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, 4 januari 1930)

In de eerste tien jaren van haar bestaan steeg het aantal passagiers op de luchthaven Schiphol tot 17.300 in 1930. Dat jaar bestond Schiphol uit nauwelijks meer dan een nieuwe vertrekhal, verkeerstoren en een paar vliegtuigloodsen. Hoewel vliegen lange tijd alleen was weggelegd voor de ‘happy few’, organiseerde de KLM regelmatig vliegdagen en rondvluchten om het nieuwe, ‘razendsnelle’ vervoer te promoten. Dit had een positieve uitwerking, want in de jaren ’30 liep het aantal passagiers sneller op tot 50.455 in 1935 en 78.500 in 1938. Dat de luchthaven ook veel indruk maakte op kinderen, blijkt uit onderstaand ooggetuigenverslag van de 12-jarige H.J. ‘Han’ Jordaan (1918-1945) uit Haaksbergen.

Op Schiphol

In de groote vacantie van 1930 maakten we tochtjes door Noord-Holland en brachten ook een bezoek aan Schiphol. Van Amsterdam uit waren wegwijzers daarheen, dus we kwamen er zonder den weg te vragen. We hoorden reeds een machine vliegen. Daar opeens lag het veld voor ons met het Neons-herkenningslicht dat in een ijzeren mast is bevestigd en dezelfde dienst doet als een vuurtoren voor de schepen. Op den rand van het veld staat een soort vliegmachine die ‘s nachts verlicht is en op kogellagers draait. Dit vliegtuig geeft de landingsrichting aan. Langs den omtrek van het veld staan 8 landingslichten, elk van 300.000 kaarsen.

Toen we de auto hadden geparkeerd, liepen we naar het vliegveld. Opeens begon een machine te bulderen en het geluid werd steeds harder. Nadat we eerst even gekeken hadden, gingen we eten. Nadat dit achter de rug was, liepen we naar de poort waarbij een man stond om ons te geleiden. Toen we werden rondgeleid, kwamen we op het veld waar juist een vliegtuig naar Londen vertrok. Eenige oogenblikken later daalde een machine die een rondvlucht had gedaan. De leider vertelde ons hoe een vliegmachine in elkaar zit. Dit was zeer interessant. We werden ook gephotografeerd.

Op een gegeven oogenblik kwam een Junker der Deutsche Lufthansa aan snorren met een vleugelwijdte van circa 30 M[eter]. De reus kwam ondanks de modder op het betonnen platform. Enkele beambten liepen hem tegemoet. Een man klom over de vleugel op den grond. We werden door de loodsen geleid. Hier konden heel wat “vliegjes” in. Daar kwam een vliegmachine met den grond in aanraking en daar steeg er een. Nu en dan werd een machine door middel van een tractor in en uit de loods getrokken. Deze loods heeft deuren van 24, 30 en 24 M[eter]. Een eindje van deze loods af, is de hangar voor buitenlandsche machines. Deze heeft een inhoud van 3600 M3 en 2 deuren van 40 M[eter] breedte.

Een dof gebrom werd hoorbaar en een oogenblik later streek een Fokker in de modder van het veld neer. Dit was met recht een reus, want dit vliegtuig kan ruim 15 passagiers herbergen. Hij werd de loods binnengesleept, waarachter de montageloods van Fokker is.

De vliegtuigen worden aan het IJ in Amsterdam gemaakt. Vandaar per boot naar Schiphol gebracht en aldaar gemonteerd en ingevlogen. Wanneer een vliegtuig naar de plaats van opstijging wordt gebracht, moeten eerst enkele lettersignalen met een toestel, die uit electrische lampen bestaat en aan de verkeerstoren is bevestigd, gegeven worden. Vervolgens als de vliegmachine op de plaats van opstijging is gekomen, geeft de chef met een speciale seinlamp, welke is voorzien van een telescoop-vizier, het teeken van vertrek.

De machines bleven dalen en stijgen. Na een poosje gingen we van het veld. We kochten nog enkele briefkaarten en toen vertrokken we. De middag was goed besteed.”

  • Na de Tweede Wereldoorlog werd een plan opgesteld voor een moderne luchthaven. In 1967 werd het ‘nieuwe Schiphol’ geopend en in de decennia die volgden groeide de luchthaven uit tot een van de meest gewaardeerde transit-luchthavens van Europa. In 2019 telde Schiphol ruim 70 miljoen vertrekkende en aankomende passagiers! De pandemie heeft dat aantal flink doen slinken. Het inmiddels groeiend aantal vluchten levert op dit moment moeilijkheden door personeelstekorten.
  • Han Jordaan sprong 12 jaar na dit verslag uit een vliegtuig. Dat was in het jaar 1942, nadat hij zichzelf had aangemeld bij de Special Operations Executive in Engeland. Hij werd als geheim agent gedropt boven Nederland, maar helaas vlug verraden en gearresteerd. In 1945 kwam hij om het leven in concentratiekamp Mauthausen. Han Jordaan werd 26 jaar oud.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Jordaan, inv.nr. 1074

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*