Een portret van Jan Rolink (1798-1878), alias ‘Bliensteens Jans’

(…) het werk van Chr. Alida van Heek-Blijdenstein is als een bescheiden bloem in een stille gaarde. Het is meer geweest. Behalve het fleurige frissche werk, hoofdzakelijk in portrettuur, dat zij ons schonk, heeft zij ons nagelaten een blik op personen en families, die hier in het midden der vorige eeuw leefden. Ook hunne omgeving en kleederdrachten en op hun leven. Een leven zoo verschillend van dat van dezen tijd, waarin een jagen naar meer en anders dagelijks aan de orde is. Men wordt door de schilderes teruggevoerd in een tijd van blijden ernst en bezonkenheid, waarnaar ouderen van dagen thans soms een gevoel van heimwee bekruipt.”

Deze tekst is afkomstig uit een catalogus uit 1932, uitgegeven ter gelegenheid van een expositie in het Rijksmuseum Twenthe met schilderijen en tekeningen van C.A. ‘Lida’ van Heek-Blijdenstein (1823-1859). De tijdelijke tentoonstelling bestond uit maar liefst 46 schilderijen (uit particulier bezit), waaronder tientallen portretten van familieleden en vrienden van de kunstenares uit Enschede. Ook blijkt uit haar werk affiniteit met het boerenbestaan. In 1932 wisten nog enkele oude mensen de namen van sommige boerenmeisjes op de schilderijen te herinneren; zo meende de 92-jarige heer Engbert Morsman (1840-1934) twee nichtjes te herkennen (‘Hanna en Betje’). Dat is bijzonder aardig, want van hen – in tegenstelling tot commerciële opdrachtgevers – ontbreken meestal de namen. Ook herkende de oude Morsman twee schilderijen met daarop afgebeeld zijn schoonvader Jan Rolink (1798-1878). Op een van die schilderijen was Rolink in gesprek met een boerenmeid, die een bundel stro onder de arm houdt. Volgens Morsman moest zij de kunstschilderes zelf voorstellen. Op het ons bekende schilderij van Jan Rolink zit hij als een Lonneker boer gekleed op een hek zijn pijp te roken, de zweep onder de arm, achter hem een grote zak en aan zijn voeten een mand met eieren. Wie was Jan Rolink?

De koetsier met zijn familie

Jan Rolink werd op 10 juni 1798 te Gildehaus geboren als zoon van een dagloner (uit een oorspronkelijk Enschedese familie). Uit zijn huwelijksbijlagen blijkt dat hij aan ‘de militaire verpligtingen’ in zijn vaderland had voldaan en dat hij in mei 1825 verhuisde naar Nederland. Hij werd knecht in dienst van fabrikant Benjamin Willem Blijdenstein (1780-1857), de vader van de kunstschilderes. In 1834 trouwde hij met de 30-jarige dienstmeid Geesken Godschalk (1804-1877) uit Hengelo. Uit dat huwelijk werden drie (levensvatbare) kinderen geboren:

  1. Dina Rolink (1835-1871), huwde in 1864 met Engbert Morsman (1840-1934), fabrieksarbeider. Hij hertrouwde in 1875 met Dina Schophaus.
  2. Karel Rolink (1838-1917), smid, huwde in 1865 met Johanna Berfelo.
  3. Fredrik Rolink (1845-1914), fabrieksarbeider, huwde in 1872 met Katharina Berflo.

Het jonge gezin woonde eerst in Enschede, maar verhuisde omstreeks 1840 naar buurgemeente Lonneker. Vermoedelijk woonden zij op of rondom Het Amelink van de familie Blijdenstein. Jan Rolink werd in 1834 koetsier genoemd, maar kwam vervolgens voornamelijk voor als ‘dagloner’. Dit betekende dat hij niet alleen op de bok van de koets zat, maar dat hij een breder takenpakket had. Vermoedelijk wisselde hij het chaufferen af met werk op het land of aan huis.

Op gevorderde leeftijd vestigde het echtpaar Rolink-Godschalk zich in de Hofstraat te Enschede. Daar stierf zijn echtgenote in 1877, waarna over werd gegaan tot de verkoop van hun inboedel, bestaande uit bestaande uit: “kast, tafel, stoelen, spiegels, schilderijen, aardewerk, emmers, koperen ketels, eenig beddegoed, enz.” Vervolgens betrok de 79-jarige Jan Rolink het huis van zijn oudste zoon Karel aan de Noorderhagen. Daar stierf Jan Rolink op 27 juli 1878 op 80-jarige leeftijd.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

  • Lida Blijdenstein (sinds 1856 echtgenote van Hendrik J. van Heek) heeft tekenonderwijs genoten van de beroemde Nederlandse schilder Pieneman en van de schilderes van stillevens Johanna Adriana Haanen. Ook heeft zij in 1849 enige tijd in Parijs schilder- en tekenlessen gevolgd. Van haar werk zal een deel zijn gesneuveld bij de stadsbrand in 1862, maar gelukkig werden de meeste portretten als eerste in veiligheid gebracht en is er daardoor nog veel bewaard onder het nageslacht.
  • Mocht u in het bezit zijn van een portret van Lida van Heek-Blijdenstein en meer over het leven van de geportretteerde persoon te weten willen komen, neem dan graag met ons contact op via info@archieftwentsetextielfamilies.nl . Wij delen dan graag een foto van het kunstwerk met de achtergrond op deze facebookpagina.
  • Het Archief Twentse Textielfamilies bezit een exemplaar van de catalogus van de expositie uit 1932, maar ook een paar scherpe zwart-wit foto’s van tentoongestelde werken. Ook op huize Zonnebeek bevinden zich meerdere werken van haar hand, waaronder een recent geschonken zelfportret.
  • In 1932 was dit schilderij van Jan Rolink eigendom van M.H. ‘Martha’ Blijdenstein-van Heek (1870-1941) en hing het op huize Het Amelink in Lonneker. Het andere schilderij van Jan Rolink hangt waarschijnlijk tegenwoordig in Duitsland; in 1932 was het in ieder geval eigendom van G. ‘Trudi’ Stroink-van Delden (1886-1960) in Gronau.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*