Gus Jungé-van Heek (1878-1944) en andere Twentenaren in Scheveningen

Hartelijk dank voor uwe lieven brief en voor de liefde aan H[erman] betoond door hem een pak met chocolade te zenden, waar hij u zeer dankbaar voor zal zijn, vooral wanneer er eerstdaags eens weer een verandering op til mocht staan. Ik weet weliswaar niets, doch reken mij zelf uit, dat het zeer wel mogelijk is, daar hij nu reeds eenigen tijd met zijn bataillon op dezelfde plaats ligt, waar het nu heet toegaat. Zijn ze later weer op marsch, dan is chocolade onderweg het beste. De poote kanonnen zijn ook aan ‘t werk waar H[erman[ ligt en hij schrijft onmogelijk te kunnen schrijven. Het laatste dat ik hoorde dateerde van 4 juni, eenige woorden met potlood gekrabbeld.”

Dit schreef de 36-jarige A.H.G. ‘Gus’ Jungé-van Heek op 10 juni 1915 aan haar geliefde moeder, Christine F. van Heek-Meier (1842-1920). Zij woonde met haar twee dochtertjes, Riek en Otta, over de grens in Münster. Duitsland verkeerde in staat van oorlog. De 20 jaar oudere echtgenoot van Gus, Hermann Jungé (1858-1915), werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gelijk opgetrommeld. Op 1 augustus 1914 trok hij met zijn garde-regiment België binnen, was enige tijd commandant van Namen en werd vervolgens met zijn regiment naar het Oostfront gezonden. Daar raakte hij op 12 oktober 1914 zwaar gewond. In maart 1915 was hij weer aangesterkt en nam wederom het bevel over. Op het moment van schrijven maakte hij zich klaar voor een offensief op Warschau.

Gus Jungé was zeer gesteld op haar ouders en verbleef regelmatig op hun zomerverblijf ‘t Stroot nabij Enschede. Kort na het schrijven van de brief verbleef zij met haar dochtertjes voor langere tijd op ‘t Stroot. Nauwelijks een maand na de ontvangst van de chocolade, op 16 juli 1915, stierf Hermann Jungé op 56-jarige leeftijd aan het front in het huidige Polen.

Broer Ludwig en ik brachten het tragische bericht reeds den volgenden morgen naar het Stroot over, waar Gus bij Moeder logeerde. Degene aan wie een soortgelijke opdracht ten deel is gevallen, zullen beseffen wat dit beteekent. In den daaropvolgenden winter kon het stoffelijk overschot naar Baden-Baden worden gebracht, waar het op 9 februari 1916, terwijl het geschut in de Vogezen en voor Verdun dreunde, op den Friedhof werd bijgezet”, aldus haar broer Jan Herman van Heek (1873-1957).

De jonge weduwe en moeder van twee kinderen koos eerst voor een leven dichtbij haar familie in Enschede. Zij woonde korte tijd aan het Van Lochemspark, maar verhuisde vervolgens regelmatig. In het najaar van 1916 verbleef zij enige tijd in het pension Franken aan de Badhuisweg 42 te Scheveningen. Daar vierde zij op 29 september 1916 haar 38e verjaardag. Op 8 oktober 1916 schreef zij aan haar moeder:

Ten eerste [schrijf ik] om mijn lieve moeder hartelijk voor de fiets te danken, die vandaag aangekomen is. In hooge mate schat ik de liefde die er schuilt in het geven van dit geschenk, want gij wilt mij weer natuurgenot doen smaken door de mogelijkheid te bieden op mooie windstille dagen naar buiten te fietsen. Ik zal aan u met dankbaarheid denken, lieve moeder, wanneer de dag gekomen is dat ik er van gebruik maak en op een zonnigen herfstdag eens de stad en de huizen de rug zal keeren, om te zien of ik het nog kan en om de frissche lucht daar buiten in te ademen.”

De heilzame werking van de frisse zeelucht in dagen van rouw was de familie Van Heek reeds langer bekend. In de zomer van 1850 verwerkte een tante van Gus, M.G. ‘Mietje’ Ledeboer-van Heek (1820-1895), het onverwachtse overlijden van haar echtgenoot op Scheveningen tezamen met haar aangehuwde neef en nicht Jannink-van Heek uit Goor. Zij verbleven in de badinrichting van de heer Maas.

Anders dan men zich tegenwoordig kan voorstellen, trok de badplaats Scheveningen in de negentiende en begin twintigste eeuw illustere badgasten uit binnen- en buitenland; het was daar zien en gezien worden! Het eerste badhuis werd in 1818 opgericht en werd de voorganger van het huidige Kurhaus. In 1844 opende voornoemde heer Maas het tweede badhuis van Scheveningen (later bekend als ‘Zeerust’). In de tweede helft van de negentiende eeuw sproten te Scheveningen verscheidene dure en minder dure hotels uit de grond. In sommige dagbladen werd verslag uitgebracht van de aankomst van badgasten en waar zij verbleven. In 1850 werden de eerste gasten uit Twente met naam genoemd (voornoemde weduwe Mietje Ledeboer-van Heek en haar aangehuwde neef ds. Nicolaas Jannink en nicht E.C. ‘Cato’ Jannink-van Heek). Een maand later werd blijkens de bladen het gezelschap aangevuld met oom G.J. ‘Jan’ van Heek (1780-1851). In de beginjaren was het overigens ook niet ongebruikelijk om bij particulieren te logeren; zo werd zelfs bij een visdroger de beste kamer vergeven aan de jonge C.M. ‘Kaatje’ van Heek-Blijdenstein (1820-1854) en haar nichtje Anna C. Blijdenstein (1837-1899). Na de Tweede Wereldoorlog verdween al vlug het deftige publiek en werd die ruimte opgevuld door met name dagjesmensen. Grand Hotel (voorheen Garni), Hotel des Galeries, Palace Hotel, Hotel d’Orange en Hotel Rauch: ooit grote, dure hotels in Scheveningen, allen zijn inmiddels met de grond gelijk gemaakt. Alleen het Kurhaus staat nog trots overeind.

  • benieuwd welke Tukkers als badgasten in Scheveningen in de krant werden aangemerkt? Zie voor een overzicht de online inventaris van het Archief Twentse Textielfamilies, inv.nr. 1332
  • Gus Jungé-van Heek (1878-1944) had evenals haar zuster E.A. ‘Bertha’ Jordaan-van Heek (1876-1960) een voorliefde voor de schilderkunst. Tezamen kregen zij schilderles van o.a. Sieger Baukema en Arnold Marc Gorter en werkten vervolgens op ateliers in Amsterdam en Parijs. In een schilderatelier in Parijs ontmoette zij in 1905 haar toekomstige echtgenoot Hermann Jungé. Na het verlies van haar echtgenoot heeft zij het plezier in schilderen helaas verloren.
  • Haus Menshikov, Lichtentaler Allee, Baden-Baden. Dit huis werd een kleine dertig jaren bewoond door de weduwe Gus Jungé-van Heek (1878-1944). Haar laatste levensjaren werd zij gekweld door het nazi-regime. Tevoren was dit huis de woonstede van de Russische vorst Vladimir Menshikov, de naamgever van het pand.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Jordaan, inv.nr. 1328. Deze brieven maken deel uit van een recente schenking en zijn afkomstig van het echtpaar Jordaan-van Heek uit Haaksbergen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*