Het overlijden van Hendrik Jan van Heek (1759-1809) in Amsterdam

Hedenmorgen ontfangen wij het treurig berigt dat onzen zeer geliefden Vader, Hendrik Jan van Heek, gisterenmorgen in den ouderdom van circa 50 jaren, zeer subiet, bij zijne familie te Amsterdam is overleden. Wij achten het onzen plicht om van dit voor ons zoo treffend en smertelijk verlies aan Vrienden en Bekenden kennis te geven.
Enschede, den 6 van Hooimaand 1809
Gt. Jan van Heek
Uit aller naam.
NB De Fabriek en Koophandel zal onder de firma H.J. van Heek & Zoonen gecontinueerd worden.”
(Opregte Haarlemsche Courant, 15 juli 1809)

Ruim 212 jaar geleden stierf in Amsterdam de stamvader van de Enschedese tak van het geslacht Van Heek, Hendrik Jan (1759-1809). Hij was een telg uit een Deldense regentenfamilie, maar werd naar verluid vooral vermogend door zijn huwelijk met Engelbertha Lasonder (1755-1799) uit Enschede. Zij was “de erfdochter van het Lasonder-vermogen dat gedurende haast een eeuw door een aantal linnenredersgeneraties van deze familie was gevormd”, aldus dr. A.L. van Schelven in ‘Onderneming en Familisme’ (1985). De theorie dat het Van Heek-vermogen voor een belangrijk deel afkomstig was van schoonvader Jan Berend Lasonder (1724-1808) wordt sindsdien als een voldongen feit aangenomen. Maar is dit wel terecht? Zeker is dat Hendrik Jan van Heek vermogend was; hij liet ruim fl. 100.000,- na.

Van Heek was een hard werker, die zelf zijn administratie en correspondentie afdeed, maar die ook geweven stukken keurde en in ontvangst nam en ze daarna aan de man bracht. Met een tas vol stalen maakte hij meermalen reizen naar Holland, gedeeltelijk te voet en gedeeltelijk per postkoets en trekschuit. Op een van die reizen is hij in Amsterdam, als het ware in het harnas, overleden. “ (‘Van Bombazijn tot fluweel; 100 jaar Schuttersveld’)

Met deze tekst wordt Hendrik Jan van Heek (1759-1809) geloofd als succesvol en hands-on zakenman. In 1778 maakte hij als fabrikeur in Enschede zijn entree. Hij zette huiswevers aan het werk liet het doek vervolgens in eigen beheer verven, bleken en kalanderen. In 1780 stichtte hij een natuurbleek achter het Wageler: de zg. ‘Van Heeksbleek’. Hij handelde onder eigen naam ‘in alle soorten van bombazijnen, marceilles, etc.” en wist binnen twintig jaar uit te groeien tot een van de grootste fabrikeurs van Enschede. Sinds 1728 had Enschede het octrooi verkregen voor het fabriceren van bombazijn, een zwaar weefsel dat zich uitstekend leende voor werkkleding. Hoewel bombazijn aanvankelijk werd gemaakt met een schering van zijde en een inslag van kamgaren, werd de combinatie linnen en katoen in de loop der tijd algemeen. Marselje was een lichtere variant daarvan en werd gebruikt gebruikt voor bijvoorbeeld onderkleding.

Op de inventaris van ‘fabrieken en trafieken’ te Enschede in januari 1809 werden genoemd de drie bombazijnfabrikanten Jan Berend Lasonder, Hendrik Jan van Heek en de erven Herman van Lochem. Jan Berend Lasonder was kort tevoren, op 23 december 1808, op 85-jarige leeftijd komen te overlijden. Hij was sinds 1802 weduwnaar van zijn tweede echtgenote Margaretha Elisabeth Warners en had zijn enige dochter Engelbertha van Heek-Lasonder (1755-1799) overleefd. Wel had hij nog een stiefdochter bij zijn tweede echtgenote en verschillende stiefkinderen bij zijn eerste echtgenote Wilhelmina Lasonder, waaronder twee stiefzonen in Amsterdam: Jacob (1744-1824) en Laurens Lasonder (1748-1811). Zij waren twee van de vier kinderen van voornoemde Wilhelmina Lasonder bij haar eerste echtgenoot Engbert Lasonder.

In 1808 had men in Twente last van katoenschaarste en dit resulteerde in werkloosheid. Het daaropvolgende jaar werd Enschede vereerd met een bezoek van koning Lodewijk Napoleon. Als een van de zes burgemeesters zal Hendrik Jan van Heek ongetwijfeld de koning welkom hebben geheten. De textielindustrie en de katoenschaarste door Napoleon’s continentaal stelsel zullen tafelonderwerpen zijn geweest. Ook met zijn zwagers Lasonder in Amsterdam zal Van Heek die kwestie meermalen hebben aangesneden.

De broers Lasonder handelden in Amsterdam onder de firmanaam Jacob & Laurens Lasonder. Later werd die firma voortgezet onder de naam Lasonder & Zoon. Die firma handelde in katoenen balen en garens die zij importeerden uit Engeland. Doorvoer naar het Twentse achterland ligt voor de hand. Sinds 1784 was Laurens Lasonder (1748-1811) eigenaar en bewoner van een pand in de Warmoesstraat, ‘schuin over de Enge Kerksteeg’. Dit was in de negentiende eeuw een levendige straat waar veel handel werd gedreven. In dat huis overleed op 5 juli 1809 Hendrik Jan van Heek; hij werd slechts 49 jaar oud. Uit de overlijdensadvertentie blijkt dat niemand dit overlijden had zien aankomen.

De familie Lasonder stuurde een koerier met gezwinde spoed naar Enschede en informeerde naar mogelijke begraafopties. Jacob Lasonder was eigenaar van een graf in de Zuiderkerk te Amsterdam, waar reeds zijn echtgenote Anna Lasonder-Beuger (1751-1785) en schoondochter Johanna Lasonder-van Sorgen (1770-1806) waren bijgezet. Ook Hendrik Jan van Heek werd in de Zuiderkerk bijgezet, al vond hij zijn laatste rustplaats in een kerkgraf. Tegenwoordig zijn de grafzerken van de Zuiderkerk niet meer zichtbaar, maar onder de huidige vloer zal de grafzerk nog liggen. In Enschede herinnerde nog 43 jaar een monument aan Hendrik Jan van Heek: de nieuwe Espoort (1806).

Elk der beide poortkolommen was gedekt met een door vier ronde stenen vastgehouden pyramide. Een dezer ronde stenen bevindt zich in de Oudheidkamer Twente en draagt de namen van drie der toenmalige burgemeesters H.J. Van Heek, A. Ledeboer en B. van Lochem. De namen der andere drie burgemeesters zullen ongetwijfeld op de andere kolom hebben gestaan.”
(L.A. Stroink, ‘Stad en Land van Twente’)

  • Enschede, Oude Markt 18. Hier stond vroeger het woonhuis van Jan Berend Lasonder (1723-1808). Mogelijk werd dat huis later door bewoond diens schoonzoon Hendrik Jan van Heek (1759-1809). In ieder geval werd dit huis enige jaren bewoond door kleinzoon Gerrit Jan van Heek (1780-1851). Hier stierf zijn eerste echtgenote Aleida Bavink met eerste kindje in het kraambed (1812). Met zijn tweede echtgenote Margaretha Hermina ter Kuile (1796-1874) bewoonde hij later het pand Oude Markt 2, waarna nr. 18 door Van Heek werd verhuurd aan de onderwijzer Johannes Wijnand Jennes. In de jaren ’70 van de negentiende eeuw werd het nog tijdelijk bewoond door Helmich August van Heek (1840-1917) die het pand in 1875 verkocht aan de Nederlands-Hervormde Gemeente te Enschede. Tot 1898 deed dit pand vervolgens dienst als pastorie.
  • Amsterdam, Warmoesstraat 76-78. Op deze plaats stond voorheen het huis genummerd 150 alwaar Hendrik Jan van Heek in 1809 zijn laatste adem uitblies. Dat huis werd in 1784 gekocht door koopman Laurens Lasonder (1748-1811). Zijn broer en compagnon Jacob Lasonder (1744-1824) woonde in de Lange Niezel en werd bij zijn ondertrouw in 1769 geassisteerd door stiefvader Jan Berend Lasonder. Dat duidt op een goede verstandhouding tussen vader en stiefzoons.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Van Heek, inv.nr. 414

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*