Het treinongeluk van Arnold Ledeboer, 1876

Ledeboer, Enschede, Holland – Suppose received my letter about accident Arnold, decidedly improving, no pain, very cheerful, no danger , whatever Radcliffe reports nothing broken what can be mended, can move, about sleeps, eaten well.” (telegram van Bernard Ledeboer, Hitchin Infirmary, 27 december 1876)

Zaterdagmiddag 23 december 1876 vond omstreeks 15.45 een dramatische aanrijding plaats nabij Arlesey in het Engelse graafschap Bedfordshire. De sneltrein van Londen naar Manchester, van de Great Northern Railway, was met hoge snelheid ingereden op een stilstaande vrachttrein. De machinist en stoker probeerden nog hun leven te redden door een sprong uit de denderende locomotief, maar kwamen door de val alsnog om het leven. In het totaal waren vijf mensen op slag dood en tientallen passagiers raakten ernstig gewond. Onder hen o.a.“Mr. Leddeboer, a Dutch gentleman, received injury to spine’, aldus een locale krant. Ongeveer twee uur later arriveerden verschillende artsen en deskundigen uit Londen en het plaatsje Hitchin. Zij werden overgebracht naar het ziekenhuis in het nabijgelegen plaatsje Hitchin. In het familiearchief Ledeboer zijn verscheidene documenten bewaard gebleven over het ongeluk en herstel van H.A. ‘Arnold’ Ledeboer (1846-1886).

De 30-jarige Arnold Ledeboer uit Enschede had met zijn jongere broer J.B. ‘Bernard’ Ledeboer (1848-1907) sinds 1871 een katoendrukkerij overgenomen in het dorpje Mottram-in-Longdendale ten oosten van Manchester. Bernard Ledeboer zwaaide de scepter op de fabriek en Arnold Ledeboer hield kantoor in Manchester. De firma Ledeboer Brothers & Co bestond verder uit een compagnon Milner Gibson en, als loyale stille vennoot, de firma Van Heek & Co (waarvan hun dierbare oom Hendrik Jan van Heek en later hun broer Bram Ledeboer mede-firmant was). Ook Milner’s broer John Gibson was als fabrieksdirecteur in Mottram werkzaam bij de firma.

De gezondheid van Arnold Ledeboer was ook voor het treinongeluk niet goed. In december 1876 had hij zich voorgenomen om zich te laten onderzoeken door de specialist dr. Charles Bland Radcliffe in Londen. Dat initiatief werd volmondig gesteund door zijn arts in Manchester, dr. Hekscher. Op 21 december 1876 reisde Arnold per trein naar Londen en hield hij zijn broer Bram in Enschede daarvan op de hoogte.

Ik blijf tot zaterdag in The Langham Hotel & schrijf u nader. Groet Moeder & alle anderen op het hartelijkst; ik zou Moeder zoo gaarne geschreven hebben, doch doe zulks misschien van London. Zeg maar niets aan haar over London; ik zeg dat ik daar voor zaken ben.”
(20 december 1876)

Ik heb juist dr. Radcliffe gezien & met zeer zeer veel genoegen kan ik u melden dat hij mijn spine volstrekt niet aangedaan beschouwt. Hij ziet niets geen gevaar in mij & guarrandeert mij all right in 3 a 4 maanden. Mijn dieet heeft hij geheel gechangeerd. (…) No. 1 is, ik moet een belt dragen. Hij zegt de heele zaak is nervous weakness & lowspiritedness en er is een kleine strain geweest in de zijde bij de lies. Ik moet vooreerst niet veel wandelen & staan, doch mag ik gerust een beetje bedaard paardrijden, doch nooit zonder belt (no hunting yet). Het paardrijden zal ik echter nog maar een beetje uitstellen, ofschoon hij het zelfs adviseerde. De eerste 3 a 4 maanden wenschte hij mij elke maand te zien. Ook heeft hij mij eene medicijn gegeven. (…) Dan, o gruwel voor dr. André, moet ik koffie drinken. ‘s ochtends & ook na lunch, café noir. Ik mag dit echter ook met cacao varieren. (…) Ik ben zoo innig blij dat hij niets geen bezwaar in mij heeft; ik moet niet te veel alleen zijn zegt hij, ik ben veel te low spirited. (…) Ik ben van plan morgen terug te gaan daar ik vandaag liever de reis niet maak. Tom Gibson is op verzoek van Bernard & John met mij meegegaan om mij gezelschap te houden.”
(22 december 1876).

Hadden zij toch maar gekozen om gelijk terug te reizen naar Manchester; dan was hen een hoop leed bespaard gebleven. Tom Gibson, een broer van John en Milner, kwam er volgens de lokale krant vanaf met slechts een gebroken arm, maar Arnold hield er o.a. een gekneusde ruggengraat aan over.

Bernard Ledeboer was gelijk overgekomen uit Mottram en ontfermde zich over zijn broer die inmiddels was opgenomen in het ziekenhuis te Hitchin. Hij hield de familie in Nederland per brief en telegram op de hoogte van de ontwikkelingen. Ruim een maand heeft Arnold daar gelegen. Vervolgens liet hij zich nog enige tijd onderzoeken door dr. Radcliffe in Londen. Hij verbleef in het hem vertrouwde Langham Hotel en werd daar vriendelijk bezocht door o.a. zijn oud-stadsgenoten B.W. ‘Willem’ Blijdenstein (1839-1914) en D.B. ‘Bernard’ Jordaan (1844-1909). In februari 1877 vertrok Arnold voor enkele maanden herstel naar Enschede, alwaar hij werd verzorgd door zijn moeder M.G. ‘Mietje’ Ledeboer-van Heek. Vermoedelijk was toen ook een zekere vriendin van zijn zuster in beeld: B.A.C. ‘Keetje’ Cort van der Linden (1847-1917) uit Den Haag.

Ondanks dat zijn gestel broos bleef, adviseerde dr. Hekscher in Manchester “mij zelfs aan, niet al te lang met trouwen te wachten, b.v. over een jaar. Hij zeide juist doordat ik dan mij comfortable voelde & alle zorg had, zoude ik mij veel beter gevoelen.” Op 20 december 1878 traden Arnold en Keetje in Den Haag in het huwelijk. Vanwege zijn gezondheid werd het huwelijk in kleine kring gevierd, maar des te groter was de huwelijksreis! Het jonge echtpaar maakte, op advies van dr. Hekscher, een maandenlange huwelijksreis naar Italië en Egypte! Een betere dokter kan men zich niet wensen!

De reis kon worden betaald van de schadevergoeding. Na anderhalf jaar procederen en vervelende medische onderzoeken werd in juli 1878 namelijk een schadevergoeding toegekend van ₤ 3.800,-. Daar had Arnold vrede mee. Minder vrede had hij overigens met de textielzaken in Engeland. De zaken liepen jarenlang bedroevend slecht en de broers hadden moeite het hoofd financieel boven water te houden. Gelukkig konden zij rekenen op support van hun familie in Enschede. Daarbovenop speelde de karakterverschillen tussen beide broers parten en moest John Gibson wegens mismanagement het bedrijf per januari 1881 verlaten. Op 10 juli 1884 memoreerde Arnold:

Als wij John Gibson nooit gekend hadden of laten weggaan in 1876 zoude alles anders zijn, maar ik kan evengoed zeggen als mijn accident niet gebeurd was, want toen had ik hem al eenmaal schriftelijk notive gegeven. Maar al die ifs helpen ons not a shilling. Wij zien vooruit, niet achteruit.”

In 1885 deden Arnold en Bernard de katoendrukkerij over aan Milner Gibson en Harry Costobadie. Die overdracht kon enkel doorgang vinden wanneer de firma Van Heek & Co daar nog met wat geld in bleef zitten en zo geschiedde. Arnold keek vervolgens uit naar een geheel nieuwe betrekking. Hij leerde Spaans en overwoog zelfs emigratie naar Nederlands-Indië. Helaas verslechterde zijn gezondheid accuut en overleed hij in het kuuroord Bad Honnef in 1886. Hij werd slechts 40 jaar oud.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

  • Het echtpaar Arnold en Keetje Ledeboer-Cort van der Linden woonde in een buitenwijk van Manchester, Fallowfield. Het huis was genaamd Norton Place (thans: 361 Wilmslow Road), waardoor zij door (schoon)vader mr. G.M. van der Linden ook ‘de Nortons’ werden genoemd. Arnold had zich in 1879 laten naturaliseren tot Brits onderdaan waardoor ook zijn kinderen de Britse nationaliteit ontvingen. Na het overlijden van Arnold woonden zijn weduwe en kinderen afwisselend in Nederland, Zwitserland en Engeland.
  • Bernard Ledeboer bewoonde jarenlang ‘Mile End House’ in Mottram-in-Longdendale (thans: 32 Broadbottom Road). In 1886 verliet hij Engeland en woonde sindsdien ten huize van zijn moeder M.G. ‘Mietje’ Ledeboer-van Heek (1820-1895) in Enschede. De wintermaanden woonden zij op het adres Langestraat 28 en de resterende maanden brachten zij door op hun geliefde buitenplaats Het Wageler. Beide huizen zijn inmiddels verdwenen; het huis in de Langestraat werd omstreeks 1930 afgebroken voor de bouw van het huidige gemeentehuis en de villa op Het Wageler werd, na schenking daarvan aan de gemeente Enschede, afgebroken en is tegenwoordig beter bekend als het Abraham Ledeboerpark.
  • Treinrampen kwamen vroeger vaker voor. De ramp bij Arlesey was zelfs de derde fatale aanrijding van The Great Northern Railway dat jaar! In 1909 ontsnapte ook Arnold’s oom Gerrit Jan van Heek (1837-1915) met zijn echtgenote Christine, dochter Tiny en schoonzoon Gerhard Jannink ternauwernood aan de dood. Zijn gelijknamige zoon Gerrit Jan van Heek Jr. (1880-1958) schreef daarover op 24 mei 1909 aan neef K.W. ‘Willem Ledeboer (1883-1975):
    “Vader, Moeder en Tiny en Gerhard Jannink zijn aan een groot gevaar ontsnapt op hun terugreis uit Italië. Hun trein liep ‘s nachts kort bij Frankfort op een omgevallen goederentrein, locomotief, tender, postwagen en eerste slaapwagen werden totaal verbrijzeld. Dan volgde twee slaapwagens waarin zij gezeten waren. Deze werd beschadigd maar niet platgedrukt. Allen konden ter nauwernood hun leven redden, daar alle wagens even daarna in vlammen opgingen. Zij waren verplicht door een raampje te klimmen waar een conducteur hen uittrok. Hoewel allen nog erg zenuwachtig zijn, zijn ze er betrekkelijk goed afgekomen waarvoor we niet dankbaar genoeg zijn kunnen. Alle personen uit de eerste wagens zijn doodgedrukt of verbrand,” (Ledeboer Archief, inv.nr. 202)
  • Het Ledeboer-Archief bevat een paar honderd kleurrijke brieven van de broers Arnold en Bernard Ledeboer aan hun broer Bram in Enschede.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*