Pierre Stadnitski (1798-1843), ‘een portret’

Pierre Stadnitski (1798-1843), geschilderd door Conrad von Lumm 1825

Kort geleden werd ik eigenaar van het portret van de heer P. ‘Pierre’ Stadnitski (1798-1843). Hij werd in 1825 geschilderd door de Duitse kunstschilder Konrad von Lumm (1776-1843). Portretten hebben iets intrigerends; wie was die persoon en hoe valt diens leven te plaatsen binnen een bredere, historische context. Het is het verhaal achter het kunstwerk, dat een kunstwerk vaak juist bijzonder maakt. Zo is dat niet minder van toepassing op dit portret. Hoewel het portret niet misstaat boven de schouw, tussen twee portretten van mijn voorouders, is het mijn bedoeling een geschikte plaats te vinden voor‘Pierre‘. Mijns inziens hoort het schilderij thuis in Nijmegen of Krefeld, de woonplaatsen van resp. de geportretteerde en de kunstenaar.

Hoewel de achternaam van Pierre een slavische achtergrond doet vermoeden,werd hij – als ‘Pieter‘ – geboren in onze hoofdstad Amsterdam. Op 9 maart 1798 kwam hij ter wereld als oudste kind van het echtpaar Jan Stadnitski en Geertruid Brechta Uitenhage de Mist. Een jaar later werd het gezin verblijd met dochtertje Amelie Wilhelmine Elisabeth (de la Sarraz-) Stadnitski (1799-1820) en daarmee was het gezin voortaan compleet. Het jonge gezin groeide op ten tijde van de Bataafse Republiek en was tevreden met het vertrek van de stadhouder. Hoewel de families patriottisch gezind waren, verkeerde grootvader mr. Jacob Abraham Uitenhage de Mist (1749-1823) ten tijde van de geboorte van Pierre in grote moeilijkheden. Als federalistisch lid van de Nationale Vergadering werd grootvader Uitenhage de Mist bij de coup van de unitarissen in januari 1798 enige tijd gevangen gezet. Twee jaar later waren ‘de zonden’ vergeven en kon hij zijn loopbaan als Bataafs bestuurder weer voortzetten.

De familie Stadnitski woonde reeds een geruime eeuw in Nederland. Het was Pierre’s voorvader Daniel Stadnitski (ca. 1654-1718) die zichvanuit Rakow (Polen) vestigde in de bloeiende Hollandse koopmanstad. De familie behoorde tot de zogenaamde Collegianten, een vrijzinnige doperse beweging. Door huwelijken met vermogende doopsgezinde dames en een kwieke koopmansgeest wist de familie in de achttiende tot grote welstand te komen. Het was Pierre’s grootvader en naamgenoot, Pieter Stadnitski (1735-1795), die de familie groot aanzien bracht als eerste Amsterdamse handelaar in Amerikaanse effecten en landerijen. Hij was oprichter van het Amsterdamse bankiershuis Stadnitski & Van Heukelom, waarvan de laatste naam verwijst naar het geslacht waarmee twee kinderen van Pieter Stadnitski waren getrouwd. De firma werd in 1904 overgenomen door de Amsterdamsche Bank.

Uit het huwelijk van de vooruitstrevende zakenman Pieter Stadnitski (1735-1796) en Christina Coster (1744-1799) werden twee zonen en tweedochters geboren. Het waren zoon Andries Stadnitski (1782-1839) en schoonzoon Jan van Heukelom (1773-1817) die de beleggingszaken van vader met succes voortzetten. Pieter’s oudste zoon Jan Stadnitski (1775-1817) had minder affiniteit met financien en hield zich liever bezig met kunst en wetenschappen. In 1804 liet de “kunstminnaar de heer Jan Stadnitski” in Amsterdam verschillende bijzondere werktuigen veilen, waaronder een pas ontwikkelde “electriciteits-machine en batterij van de grootste soort”.iRond die tijd verruilde Jan Stadnitski met zijn gezin hun woning aan de Herengracht in Amsterdam met een herenhuis op ‘St.Teunis’ in Nijmegen.

“De Heidensche heele kapel op ‘t Valkhof te Nijmegen; uijt eene kamer op St. Teunis van de heer Stadnitski”, tekening in bruin, penseel door Hendrik Hoogers (1747-1814), vervaardigd in 1810.  (fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen)

De naam St. Teunis verwijst naar de voormalige St.Anthoniuskapel, voorheen gelegen aan de huidige Ridderstraat /Muchterstraat. Tegenwoordig beslaat de nauwe Muchterstraat enkel fantasieloze nieuwbouw, maar in de negentiende eeuw stonden aan de zuidzijde van de Muchterstraat imposante herenhuizen van de families De Salve de Bruneton, Verschoor, Van Roggen en Sadnitski.ii Tot 1839 bewoonde Pierre het (ouderlijk) huis aan de Muchterstraat.In 1838 werd het “aanzienlijk, bijzonder goed onderhouden heeren-huis en erf, staande aan de bovenste gedeelte der stad Nijmegen, aan de Muchterstraat, wijk C, No. 292, opleverende, over de rivier en landwaarts, de schoonste en ruimste uitzichten, bevattende deszelfs eerste verdieping eene zeer ruime gang met marmeren steenen geplaveid, eene zaal en vier kamers en deszelfs tweede verdieping eene geplafonneerden gang, eene zaal en vijf kamers, zijnde al dezevertrekken zoo wel beneden als boven geplafonneerd, behangen en vanstookplaatsen voorzien (…)” te koop aangeboden.iiiHet was duidelijk goed toeven in Nijmegen voor de rentenier Jan Stadnitski en zijn gezin.

Een paar weken voor de negentiende verjaardag van Pierre, op 15 februari 1817, overleed zijn vader Jan Stadnitski op 41-jarige leeftijd. Over haar twee minderjarige kinderen, Pierre en Amelie, werd oom Andries Stadnitski (1782-1839), de bankier uit Amsterdam, aangesteld als toeziend voogd. Voor de 18-jarige Pierre was een plaats bij de fa. Stadnitski & Van Heukelom geen optie, waardoor zijn moeder aanstuurde op een militaire loopbaan. De weduwe Geertruid Brechta Stadnitski-Uitenhage de Mist liet haar zoon in 1817 inschrijven als cadet marinier. De commissie noteerde in het vakje ‘ingeschreven door’ “Deszelfs Mama”. Opmerkelijke benaming voor ‘moeder’ in een officieel document…

Hopelijk gaf de inschrijving zijn moeder enige berusting, want zij stierf enkele maanden later op 11 augustus 1817. Vermoedelijk onder het mom van ‘er zijn leukere dingen dan werken’, nam Pierre binnen enkele jaren ontslag uit het leger en trad in de voetsporen van zijn vader als eeuwige rentenier. Hij bleef met zijn zusje Amelie het ouderlijk huis aan de Muchterstraat in Nijmegen bewonen, totdat zij in 1819 trouwde met de twaalf jaar oudere legerofficier James Albert Henry de la Sarraz (1787-1877). Een jaar later, op 3 februari 1820, stierf Pierre’s zusje Amelie de la Sarraz-Stadnitski in het kraambed van een tweeling. Zij werd niet ouder dan 20 jaar.

In Nijmegen had de jonge rentenier Pierre zijn oog latenvallen op de jongedame Engelina Johanna Adriana toe Laer (1799-1872); zij trouwden op 1 juni 1820. Zij groeide op in een uitsluitend damesgezin, bestaande uit haar moeder en (ongehuwde) tweelingzuster. Haar vader Robbert Reinhart toe Laer was al een maand na haar geboorte gesneuveld bij de Slag bij Castricum (1799) en haar moeder zou niet hertrouwen. Haar moeder beschikte over een flink kapitaal, waardoor zij – evenals Pierre – als rentenier in het onderhoud van het gezin kon voorzien. Toch was zij enigszins bezorgd over het arbeidsloze bestaan van haar aanstaande schoonzoon, waardoor zij haar dochter aanstuurde op het trouwen onder huwelijkse voorwaarden. Dat was een verstandige zet, zo zal blijken. Uit het huwelijk werden in de periode 1821-1827 drie kinderen geboren, twee zonen en een dochter.

In 1825 liet Pierre het portret vervaardigen dat sinds enkele weken in mijn bezit is gekomen. Het portret werd gemaakt door de Duitse kunstschilder Conrad von Lumm (1767-1843). Hoewel hij geen bekende kunstenaar was, wist hij in de jaren 1825-1826 verschillende opdrachten te verkrijgen in specifiek Nijmegen. Buiten Nijmegen is in Nederland geen werk van hem bekend. Pierre was mogelijk diens eerste Nederlandse opdrachtgever.

De kunstschilder Konrad von Lumm (1767-1843) was afkomstig uit Krefeld. Het Duitse stadje aan de Rijn werd internationaal geprezen vanwege haar textielindustrie. Met name fluweel, zijde en brokaat uit Krefeld wist de Europese adel en aristocratie te behagen. Ook familieleden van Von Lumm waren in de textielindustrie werkzaam, zoals de zijdefabrikant August von Lummiv en sajetfabrikant Mathias von Lumm (1766-1845)v. Laatstgenoemde was een volle neef van Konrad von Lumm en werd samenmet diens echtgenote Catharina Elisabeth von Lumm-Lichtenscheidt(1775-1835) door hem geportretteerd.

Matthias von Lumm (1766-1845), geschilderd door Conrad von Lumm

Konrad von Lumm groeide op als zoon van een glazenblazervi en mag worden beschouwd als de kunstschilder van Krefeld in de eerste helft van de negentiende eeuw. Hij gaf aldaar schilder- en tekenlessen aan o.a. Carl Rudolf Vogelsang (1808-1878)viien Adolf Everard Hönighaus (1810-1882).viii Hönighaus zou zich later verder bekwamen als kunstschilder aan de kunstacademie in Dusseldorf.

Voor zover bij het Rijksinstituut voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag bekend, heeft Von Lumm in Nederland slechts vier portretten vervaardigd. Opvallende deler is de woonplaats van de geportretteerden, namelijk Nijmegen. In 1825 – het jaar dat Pierre Stadnitski werd geschilderd – heeft Von Lumm ook de oude weduwe Wilhelina Carolina Petronella Brantsen-von Löben Sels (1761-1829) geschilderd. Zij was weduwe van het Nijmeegse raadslid Johan Brantsen. Het daaropvolgende jaar, 1826, werd ook het echtpaar mr. Arend Francois van den Steen (1766-1842) en Cornelia Maria Agatha van den Steen-Hulft (1768-1862) door Von Lumm vereeuwigd.

Het is goed mogelijk dat de kunstschilder door Pierre Stadnitski inNijmegen werd aanbevolen. Pierre stond namelijk, evenals zijn vader, lokaal te boek als een gepassioneerde kunstkenner. Dit laatste valt af te leiden aan zijn rol als oprichter van de Nijmeegse afdeling der Vereniging tot Bevordering van de Toonkunst in 1829. Ook in 1831 hield hij zich samen met twee andere heren uit Nijmegen bezig met het verzamelen van “schilderijen,teekeningen en andere voorwerpen van kunst”om daarmee een expositie te houden in Amsterdam.ix

Het jaar daarop, in 1832, liep het allemaal echter in het honderd. Het uitgavenpatroon van Pierre bezorgde zijn familie dusdanig grote zorgen, dat hij door diens oom Andries Stadnitski (1782-1839) “wegens diens verkwistende levenswijze”onder curatele werd gesteld! In verschillende kranten plaatste hij waarschuwingen, “in het welgemeend maatschappelijk belang”.x Zodoende kwam in 1832 een einde aan de kunstliefhebberijen van Pierre en tegelijkertijd aan de Nijmeegse afdeling van de Vereniging tot Bevordering van deToonkunst. Pas ruim zestig jaar later werd de Nijmeegse afdeling van de Vereniging tot Bevordering van de Toonkunst nieuw leven ingeblazen.xi

De spanningen leidde niet tot een echtscheiding of een persoonlijk faillissement, maar het echtpaar groeide wel uit elkaar. In 1838 werd hun herenhuis aan de Muchterstraat in Nijmegen te koop aangeboden en verhuisde Pierre naar Amsterdam. Zijn echtgenote Engelina Stadnitski-toe Laer betrok met haar drie kinderen, moeder en tweelingzuster het voormalige logement en societeitsgebouw De Zwaan aan de Grote Markt in Nijmegen. Zij bewoonde dit pand tot haar overlijden in 1872; nadien werd het pand door haar kinderen verkocht aan de heer Holthaus. In 1944 werd het pand door het bombardement op Nijmegen verwoest.

Pierre Stadnitski stierf op 21 februari 1843 tijdens een verblijf in Kleef. Hij werd 44 jaar oud.

Oprechte Haarlemsche Courant, 25 februari 1843

Genealogie van het geslacht Stadnitski (uitgestorven in mannelijke lijn 1927)

I Daniel Stadnitski, geboren Rakow circa 1654/1655, saaiperser te Amsterdam, begraven aldaar (Nieuwe Kerk) 4 maart 1718, huwde 1e (ondertrouw Amsterdam 1 augustus 1693) met Anna Meynderts Wijngaarts, geboren Zaandam circa 1653, begraven Amsterdam (Leidsekerkhof) 25 december 1693, huwde 2e (ondertrouw Amsterdam 11 maart 1695) met Elisabeth Timmermans, geboren Amsterdam circa 1665, begraven aldaar (Nieuwe Kerk) 8 mei 1720, dochter van Antonie Timmermans.

Uit het tweede huwelijk:

  • Aaltje Stadnitski, geboren Amsterdam 30 december 1695, gedoopt aldaar (D.G.) 9 februari 1721, huwde (ondertrouw Amsterdam 18 november 1718) met Reinier de Haan.
  • Anna Stadnitski, geboren Amsterdam 23 november 1698, gedoopt aldaar (D.G.) 9 februari 1721, huwde (ondertrouw Amsterdam 6 juni 1724) met Remeus Willeboorts.
  • Jan Stadnitski, volgt II

II Jan Stadnitski, geboren Amsterdam 9 maart 1702, gedoopt (D.G.) 13 februari 1729, overleden aldaar 19 juli 1758, huwde Amsterdam 7 november 1728 met Sara de Clercq, geboren Amsterdam 8 januari 1699, gedoopt (D.G.) 13 februari 1718, overleden aldaar 29 juni 1770, dochter van Pieter de Clercq en Cornelia Block

Uit dit huwelijk:

III Pieter Stadnitski, geboren Amsterdam 2 april 1735, makelaar, overleden aldaar 29 november 1795, huwde Amsterdam 22 september 1763 met Christina Coster, gedoopt Rotterdam 14 mei 1744, overleden Amsterdam 22 april 1799, dochter van Andries Coster en JacobaDuysers.

Uit dit huwelijk:

  • Sara Stadnitski, geboren Amsterdam 27 mei 1765, overleden aldaar 2 juni 1812, huwde Amsterdam 3 juni 1787 met Arent van Halmael, geboren Amsterdam 20 januari 1765, rijksontvanger te Naarden, overleden aldaar 12 oktober 1835, zoon van Arent van Halmael en Johanna Bremer.
  • Jacoba Stadnitski, geboren Amsterdam 9 maart 1772, overleden aldaar 31 januari 1808, huwde Amsterdam 8 september 1793 met Jan van Heukelom, geboren Amsterdam 29 april 1773, koopman, overleden aldaar 1 maart 1817, zoon van Frans van Heukelom en Catharina Kloppenburg.
  • Jan Stadnitski, volgt IV-a
  • Andries Stadnitski, volgt IV-b

IV-a Jan Stadnitski, geboren Amsterdam 6 maart 1775, koopman aldaar, laatstelijk rentenier te Nijmegen, overleden aldaar 15 februari 1817, huwde ‘s-Gravenhage 12 juni 1796 met Geertruid Brechta Uitenhage de Mist, geboren Kampen 3 april 1775, overleden Nijmegen 11 augustus 1817, dochter van mr. Jacob Abraham Uitenhage de Mist en Amelia Elisabeth Wilhelmina Strubberg.

Uit dit huwelijk:

  • Pieter Stadnitski, volgt V-a
  • Amelie Wilhelmine Elisabeth Stadnitski, geboren Amsterdam 24 augustus 1799, overleden Namen 3 februari 1820, huwde ‘s-Gravenhage 21 april 1819 met James Albert Henry de la Sarraz, geboren Grave 23 november 1787, luitenant-generaal art., minister van Binnenlandse Zaken 1843 en van Staat 1847, adjudant i.b.d., overleden ‘s-Gravenhage 1 mei 1877, zoon van Albert Marie Jules de la Sarraz en Charlotte Frederique Baumhauer.

V-a Pieter Stadnitski, alias Pierre, geboren Amsterdam 9 maart 1798, cadet marinier (1817), vervolgens rentenier te Nijmegen, overleden Kleef 21 februari 1843, huwde Nijmegen 1 juni 1820 met Engelina Johanna Adriana toe Laer, geboren Ressen 6 augustus 1799, overleden Nijmegen 19 april 1872, dochter van Robbert Reinhart toe Laer en Joanna Dirkje Tijmens.

Uit dit huwelijk:

  • Jan Stadnitski, volgt VI
  • Johanna Robbertina Agnita Stadnitski, geboren Nijmegen 19 juli 1825, overleden Ressen 13 januari 1901, huwde Nijmegen 2 augustus 1850 met Jan Adriaan Koopmans, geboren Amsterdam 24 april 1825, fabrikant te Nijmegen, overleden Ressen 24 december 1900, zoon van Klaas Koopmans en Antje Vander. Uit dit huwelijk het inmiddels uitgestorven geslacht Koopmans Stadnitski.
  • Robbert Aemilius Stadnitski, geboren Nijmegen 14 mei 1827, steenfabrikant fa. Stadnitski & Co (1855-), laatstelijk consul te Saigon, overleden Nijmegen 18 december 1868.

VI Jan Stadnitski, geboren Nijmegen 18 april 1821, majoor-magazijnmeester art., overleden Nijmegen 11 december 1876, huwde 1e aldaar 20 juni 1848 met Henriette Caroline Emilie Maria Phaff, geboren Nijmegen 15 januari 1824, overleden aldaar 7 juni 1863, dochter van Carel Hendrik Phaff en Johanna Maria van den Steen, huwde 2e Nijmegen 22 juli 1871 met Hendrica Jacoba Moorrees, geboren Gorinchem 19 juni 1825, overleden Nijmegen 28 oktober 1906, dochter van mr. Hubertus Adrianus Moorrees en Hendrica Jacoba Kulenkamp.

Uit het eerste huwelijk:

  • Andries Henry Stadnitski, geboren Nijmegen 5 augustus 1849, 1e luitenant inf., overleden Batavia 7 maart 1878, huwde januari 1878 met Victoria Verbeek, geboren Batavia 18 februari 1848, overleden Brussel 4 oktober 1938, dochter van Dirk Verbeek en Helena van der Sluys. Zij hertrouwde Haarlem 13 juni 1893 met mr. Henri Marie Josephus Francken.

IV-b Andries Stadnitski, geboren Amsterdam 23 november 1782, lid fa. Stadnitski & Van Heukelom, bankiers te Amsterdam, overleden Leiden 21 maart 1839, huwde Amsterdam 23 april 1808 met Susanna van Heukelom, geboren Amsterdam 30 november 1783, overleden Leiden, h.Rijnhof, 27 september 1854, dochter van Frans van Heukelom enCatharina Kloppenburg.

Uit dit huwelijk:

  • Catharina Stadnitski, geboren Amsterdam 15 mei 1809, overleden Leiden 6 mei 1858.
  • Pieter Christiaan Stadnitski, volgt V-b
  • Jenny Stadnitski, geboren Oegstgeest 17 mei 1814, overleden Amsterdam 10 mei 1868, huwde Leiden 5 maart 1846 met Frans van Heukelom, geboren Amsterdam 19 maart 1812, oprichter en directeur Nederlands-Indische Handelsbank te Amsterdam, overleden aldaar 16 april 1872, zoon van Frans van Heukelom en Elisabeth Hartsen.
  • Maria Stadnitski, geboren Oegstgeest 26 maart 1817, overleden Amsterdam 11 februari 1851, huwde Leiden 14 mei 1841 met dr. Hendrik van Beeck Vollenhoven, geboren Amsterdam 7 maart 1811, geneesheer te Amsterdam, firmant J. van Beeck Vollenhoven & Co en Van Heukelom & Vollenhoven, kooplieden te Amsterdam, lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, overleden Amsterdam 1 augustus 1871, zoon van Jacob van Beeck Vollenhoven en Louise Hartsen.

V-b Pieter Christiaan Stadnitski, geboren Amsterdam 7 mei 1811, advocaat, laatstelijk makelaar te Amsterdam, overleden Vogelenzang 11 juni 1860, huwde Amsterdam 11 mei 1848 met Caroline van Swinden, geboren Amsterdam 5 mei 1830, overleden Geneve 26 mei 1906, dochter van Henri Etienne van Swinden en Marie Catharine Uitenhage de Mist.

Uit dit huwelijk:

  • Andries Stadnitski, geboren Amsterdam 15 september 1849, overleden Geneve 20 november 1927.
  • Henri Etienne Adrien Stadnitski, geboren Amsterdam 28 februari 1853, overleden Mitcham 26 januari 1927.

iOprechte Haarlemsche Courant, 25 september 1805

iiHisgis Gelderland; kadaster 1832

iiiOpregte Haarlemsche Courant, 17 november 1838

ivAmbtsblatt fur den Regierungsbezirk Dusseldorf, 1844

vAdressbuch der Kaufleute und Fabrikanten von ganz Deutschland, so wie der Haupthandels- und Fabrikorte des ubrigen Europa’s und der anderen Welttheile, 1833

vihttp://www.heidermanns.net/gen-pers.php?ID=107220, 2018

viiO. Richter, ‘1828: Das Tagebuch eines Krefelders’, in Westdeutsche Zeitung 2 december 2017

viiiAnja Iwa, ‘Der unersattliche Blick; Adolf Honinghaus’, in: Sammler Journal, maart 2018 (https://issuu.com/gemi-verlag/docs/sammler-journal-0318)

ixOprechte Haarlemsche Courant, 12 februari 1831

xUtrechtsche Courant, 29 november 1833

xihttps://www.toonkunstkoornijmegen.nl/geschiedenis/, 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*