De oorsprong van het geslacht Lehman de Lehnsfeld

Het horen van familieverhalen van vrienden en collega’s wekt altijd mijn nieuwsgierigheid en inspireert me om op onderzoek uit te gaan. Het zijn als het ware kleine puzzeltjes voor tussendoor. Onlangs raakte ik aan de praat met een nakomeling van de Nederlandse familie Lehman de Lehnsfeld. Het is een familie met een opvallende en deftig klinkende achternaam, maar waarvan de stamreeks onverwachts vroeg eindigt bij Godfried Jan Lehman de Lehnsfeld (1740-1805). Volgens de overlevering zou hij een edelman zijn geweest, maar over zijn concrete afstamming tast men nog in het duister. Met frisse energie heb ik een poging gewaagd meer te weten te komen over de achtergrond van Godfried, wat gelukt is dankzij het inmiddels vergevorderde digitalisatiewerk van archieven en bibliotheken…

Vestiging in Nederland

De Nes in Amsterdam
(prent vervaardigd door Hermanus Petrus Schouten, 1741)

In 1761 komt de stamvader van het geslacht Lehman de Lehnsfeld voor het eerst voor in ons land. Johan Godfried Leensveldt, zoals hij op dat moment werd genoemd, was ongeveer 20 jaar oud en woonde ten huize van het Duitse echtpaar Hendrik Koek en Maria Muldert in de Zwartlakensteeg in Amsterdam. Op een zomerse dag werd hij getuige van huiselijk geweld, waarbij een vrouw door haar man uit het huis werd gejaagd. Godfried, zoals zijn roepnaam luidde, verklaarde een jaar later: “’Ik riep vanuit een raam dat hij (Rijneveld) moest stoppen, anders zou ik getuigen naar beneden sturen om hem tegen te houden. Waarop Rijneveld naar binnen ging.” Buurman Rijneveld stond in de buurt bekend als een “wrevelig” en “kwaadaardig” persoon en hij zou gedurende de dag niets anders doen dan “vloeken en razen”.

De woonsituatie in de smalle steeg tussen de Oudezijds Voorburgwal en Warmoesstraat liet veel te wensen over. Een jaar later woonde Godfried in de Nes, vlakbij de Dam, en in 1766 bleek hij te zijn verhuisd naar een locatie iets verderop aan het Damrak (“op ‘t Water”). In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Johanna Looman uit Amsterdam. Bij de ondertrouw verklaarde hij dat hij 26 jaar oud was en afkomstig was uit Duisburg. Zijn ouders waren reeds overleden, waardoor hij werd bijgestaan door zijn vriend Jan Pieter Schlickum, ook afkomstig uit Duisburg. Hij ondertekende de ondertrouwakte met de achternaam ‘Van Lehnsveldt’, maar bij de doop van zijn eerste kind in 1767 noemde hij zichzelf ‘Lehman van Lehnsfeldt’. Een jaar later verhuisde het jonge gezin van Amsterdam naar Ravenstein. Aan het eind van de achttiende eeuw werd het tussenvoegsel ‘van’ vervangen door de Franse variant ‘de’: Lehman de Lehnsfeld.

De eerste Godfried en prins Rákóczi

De oorspronkelijke achternaam van de familie was Lehman, maar aan het einde van de zeventiende eeuw werd de naam uitgebreid met ‘von Lehnsfeld’. Dankzij een recent gedigitaliseerd boek uit 1765 hebben we meer inzicht gekregen in de achtergrond van deze familienaam. De familie komt oorspronkelijk uit de Hanzestad Köslin in Pommeren, het huidige Polen. In het boek Versuch einer diplomatischen Geschichte der Königlich Preusischen Hinterpommerschen Immediat- und vormaligen Fürst-Bischöflichen Residenzstadt Cöslin seit ihrer vor fünfhundert Jaren erlangten Stäftischen Einrichting” besteedt auteur Christian Wilhelm Haken uitgebreid aandacht aan de oudste generaties van het geslacht Lehman von Lehnsfeld. De familiegeschiedenis blijkt erg delicaat te zijn, waardoor er waarschijnlijk generatieslang binnen de familie over is gezwegen. Niettemin is het een van de meest avontuurlijke familieverhalen die een genealoog zal tegenkomen…

Prins Frans Rákóczi (1676-1735)
(geschilderd door Adam Manyoki)

De hoofdrolspeler in dit verhaal is Godfried Lehman (1664-1701). Hij kwam voort uit een burgerlijk geslacht uit Köslin en kreeg een studiebeurs aangeboden. Toch koos hij voor het avontuur en trad toe tot het keizerlijk leger van Leopold I van Habsburg. Hij bleek een verdienstelijk officier te zijn, want hij werd door de keizer beloond met een adelsdiploma en een landgoed genaamd Lehnsfeld. Over dit landgoed is weinig bekend, behalve dat het zich waarschijnlijk binnen het Duitse rijk bevond. Leopold I had zijn zetel in Wenen en naast keizer van het Heilige Roomse Rijk was hij ook koning van Bohemen en Hongarije. Hoewel de keizer zich het liefst bezighield met muziek, werd hij geconfronteerd met oorlogen, waaronder met de Franse koning Lodewijk XIV en de Turken. Bovendien had hij een broeiende vrijheidsstrijd in Hongarije te vrezen. Rond 1700 zocht de Transsylvanische prins Frans II Rákóczi, die ondergeschikt was aan de keizer, heimelijk steun bij de Fransen voor zijn Hongaarse vrijheidsideaal. Dit werd ontdekt en de keizer beschouwde het als hoogverraad. Prins Rákóczi werd daarom gevangengezet in een toren van het kasteel in Wenen-Neustadt.

Keizer Leopold I van Habsburg (1640-1705)
geschilderd door Benjamin von Block)

De officier Godfried Lehman von Lehnsfeld, een vertrouweling van de keizer, kreeg de opdracht om de rebellerende prins te bewaken. De vrouw van Rákóczi benaderde Lehman met het voorstel om de prins voor het aanzienlijke bedrag van 20.000 gulden te laten ontsnappen. Lehman kon deze verleiding niet weerstaan en wist met een list de bewaker van Rákóczi weg te sturen. Op dat moment kleedde hij Rákóczi in een dragoneruniform en zijn broer Lehman, die vaandrig was in het leger, stond klaar op de binnenplaats met een paard om de prins te laten ontsnappen uit het kasteel. Rákóczi ontketende vervolgens, met tijdelijk succes, de gevreesde vrijheidsoorlog in Hongarije. Rákóczi wordt in Hongarije beschouwd als een nationale held, en er staat onder andere een groot standbeeld ter ere van hem in Boedapest.

Helaas liep het minder goed af met Godfried Lehman von Lehnsfeld. De keizer was woedend en liet hem gevangennemen. In december 1701 werd Godfried onthoofd en gevierendeeld op het marktplein van Wenen. Zijn broer, wiens voornaam mij onbekend is gebleven, ontving de beloofde 20.000 gulden van Rákóczi’s vrouw, maar volgens de auteur Haken heeft hij het geld “verschwelget” (verkwist). Vanaf dat moment was de familie Lehman von Lehnsfeld niet langer welkom in het Heilige Roomse Rijk en moest de familie elders een bestaan opbouwen.

Mysterie

Het lijkt erop dat de dubieuze rol van Godfried voortaan werd verzwegen en daardoor raakte het familieverhaal eeuwenlang in de vergetelheid. Het is zeer waarschijnlijk dat de stamvader van de Nederlandse tak, Godfried Jan Lehman de Lehnsfeld (1740-1805), een kleinzoon was van de broer van Godfried (1664-1701), die ook betrokken was bij de ontsnapping van Rákóczi, maar die situatie wel overleefde. Ik heb vooralsnog geen informatie over de verblijfplaats van de familie tussen 1701 en 1740. Mogelijk werd in die periode, vanwege de gevoelige achtergrond, de toevoeging ‘von Lehnsfeld’ weggelaten. Hoewel de mannelijke lijn van de familie Rákóczi is uitgestorven, kunnen er mogelijk nog meer gegevens over de familie Lehman te vinden zijn in archieven in Hongarije of Polen (Koszalin).

Bronnen:

C.W. Haken, “Versuch einer diplomatischen Geschichte der Königlich Preusischen Hinterpommerschen Immediat- und vormaligen Fürst-Bischöflichen Residenzstadt Cöslin seit ihrer vor fünfhundert Jaren erlangten Stäftischen Einrichting”

Stadsarchief Amsterdam, DTB-registers

Stadsarchief Amsterdam, Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 14434, aktenummer 339051