Het Witte Huis in Delden en de vordering van huizen tijdens de Tweede Wereldoorlog

Beelden van geweld uit onder meer Oekraïne zijn ons helaas niet vreemd, en afgelopen week ontvingen we ook zeer schokkende en verontrustende beelden uit Israël en de Gazastrook. Het toont aan hoe wreed en genadeloos mensen kunnen handelen. Ook in Nederland hebben zich tijdens de Tweede Wereldoorlog vreselijke situaties voorgedaan, met name gericht tegen de Joodse gemeenschap. Op sommige momenten werd het de Twentse fabrikantenfamilies ook heet onder voeten. De April-meistaking is daarvan een goed voorbeeld, maar ook het vorderen van woonhuizen kwam zeer regelmatig voor. Een Delftsblauw herdenkingsbordje herinnert nog indirect aan de vordering van huize Scherpenzeel in Goor. De familie Jannink kon in de jaren 1941-1943 gelukkig terecht in Het Witte Huis in Delden.

Het Witte Huis in Delden, gelegen aan de Hengelosestraat 3, werd tussen 1931 en 1935 gehuurd door de bekende landschapsarchitect Pieter Wattez. Dit detail komt naar voren uit de masterscriptie van Niek Oosterbaan, waar wij onlangs over berichtten. Een interessante toevoeging kwam van Hens Jordaan, die kon vertellen dat zijn grootvader, Hens Jannink uit Goor, het huis in een latere periode bewoonde, namelijk van oktober 1941 tot juni 1943. Hier woonde de weduwnaar Hens Jannink met zijn twee jongste dochters, Mia en Bob. Uit het oorlogsdagboek van hun zus, Thalie Jordaan-Jannink, weten we dat de familie Jannink in december 1942 een evacué in huis kreeg, ‘een bescheiden mensje gelukkig’. De persoon in kwestie was een van de 143.000 Nederlanders die wegens de bouw van de Atlantik Wall tijdelijk elders in het land gehuisvest moesten worden.

Ondanks dat de familie Jannink hun eigen woonhuis in Goor miste, hadden ze het in Delden betrekkelijk goed. Er waren zelfs vreugdevolle momenten te vieren, zoals de verloving van dochter Bob met Annes ter Kuile in augustus 1942. De huwelijksvoltrekking vond een jaar later plaats in Goor, waar de familie inmiddels weer was neergestreken op Scherpenzeel. Ondanks de uitdagingen van die tijd zette het dagelijks leven zich daar voort. Maar in september 1944 veranderde de stemming in Nederland alom: er was zeer grote blijdschap, want de geallieerden waren in aantocht!

Binnen een week is een grote verandering over ons gekomen t.o.v. de oorlog. Nu voelen we dat hij ons nadert! Elke dag een ander sensationeel bericht. In Twente zijn overhaast hotels en huizen gevorderd. Hier de Blanckenborgh o.a., waar met alle macht werd gepakt vandaag. Waar trekken de geallieerden heen, waar komt de slag, zullen de Duitsers zich nog hevig verdedigen? ‘t Is een enorme spanning!”
(Fragment oorlogsdagboek Thalie Jordaan-Jannink, 2 september 1944)

Enkele dagen later vierde dagboekschrijver Thalie Jordaan-Jordaan haar dertigste verjaardag, die ‘in enorme opgewondenheid werd gevierd’. Via de telefoon vernam men berichten uit het zuiden des lands, waar de eerste geallieerde troepen de steden en dorpen binnentrokken. De informatie van het front bleek niet altijd juist te zijn, maar het overvliegen van honderden geallieerde vliegtuigen en het nieuws dat soldaten werden gedropt, deed men in Nederland een snelle bevrijding vermoeden. Helaas mislukte de Slag om Arnhem, die plaatsvond van 17 tot 25 september 1944, waardoor onder andere Twente nog ruim een half jaar moest wachten op de bevrijding.

In haar oorlogsdagboek beschrijft Thalie de plotselinge vordering van huizen en auto’s door de Duitsers. Veel familieleden werden gedwongen om halsoverkop hun huizen te verlaten, zoals de families Ter Horst en Van Heel in Rijssen, twee gezinnen Jordaan in Haaksbergen en de familie Ter Weeme in Neede. Ook Hens Jannink moest voor de tweede keer zijn huis verlaten….

Vanmorgen om 12 uur werd Scherpenzeel gevorderd. Ze moesten er om 4 uur uit zijn. We klommen dadelijk op onze fietsen en raceten [van Haaksbergen] naar Goor, waar we nog verscheidene dingen uit kregen. Vader is erg goed van vertrouwen en wou alles er maar laten staan. Dat was trouwens ook gezegd. Vader en Mia gaan naar ‘n Tip [op de Herikerberg]. Er is nog veel te veel in ‘t huis gebleven, maar we hadden geen tijd meer.”
(Fragment oorlogsdagboek Thalie Jordaan-Jannink, 19 september 1944)

  • Het Witte Huis in Delden werd omstreeks 1930 eigendom van Twickel en werd achtereenvolgens verhuurd aan landschapsarchitect Pieter Wattez (1931-1935), voormalig gouvernante mevr. Schleder (1936-1940), fabrikant Hens Jannink (1941-1943), jurist mr. dr. Schneider (1944-1949) en dominee J.P. Enklaar (1950-), de latere schoonvader van Mechteld van Heek.
  • Sommige fabrikanten kregen bij het vorderen van hun woonhuis te maken met dubbel pech. Jan ter Horst (1882-1965) werd in september 1944 uit zijn huis gezet, bracht veel inboedel over naar het kantoor van Ter Horst & Co in Rijssen, dat vervolgens twee weken later werd getroffen door een bombardement.
  • In het oorlogsdagboek van Thalie Jordaan-Jannink wordt niet gesproken over de reden waarom huize Scherpenzeel in 1941 werd gevorderd door de Duitsers. Heeft u informatie over het gebruik van het huis door de Duitsers? Graag zou ik meer te weten komen over die periode op Scherpenzeel.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Jordaan, inventarisnummer 1382, oorlogsdagboek Thalie Jordaan-Jannink (uitgegeven in familiekring door Hens Jordaan, 2022)