Johanna Frederika Engberts-Scholl (1763-1841) en de ‘Ruslui’

Op 9 januari 1841 overleed de 77-jarige Johanna Frederika Engberts-Scholl in haar woonhuis bij de Koornmarkt in Almelo. Zij behoorde tot de zg. ‘Ruslui’, van oorsprong boerenfamilies uit Vriezenveen die met groot succes handel dreven in onder meer textiel te St. Petersburg. Dit betekende dat de mannen het merendeel van het jaar in Rusland woonden, terwijl de boerderij in Vriezenveen door de vrouwen werd gemanaged. Dit maakte de Vriezenveense vrouwen zeer zelfstandig en ondernemend. Alles werd goed bijgehouden en men stelde elkaar via briefwisseling op de hoogte van het wel en wee in Nederland en Rusland. Een van de laatste wensen van Johanna Frederika was dat de ‘familiepapieren, documenten en aantekeningen’ goed bewaard zouden blijven voor het nageslacht…

(…) De familiepapieren, documenten en aantekeningen van dien aard, geene eigenlijke geldswaarde hebbende en aan den heer Jan Hendrik Scholl Engberts gelegateerd, door denzelven zijn ontvangen en in bezit genomen (…)”

[akte van scheiding der nalatenschap van wijlen J.F. Engberts-Scholl, 1841; Collectie Overijssel, 0122 Notarissen in Overijssel, inv.nr. 37, akte 2585]

Jeugd in Vriezenveen

21 oktober [1829]

S’ namiddags ten 3 ½ uren wierden we hartelyk verblyd door de Brieven uit St. Petersburg, welke ons de zeer voorspoedige aankomst aldaar, van onzen geliefden zoon Alexander, Bramer en Brouwer berichten. Den 24e Sept. waren ze aldaar, ‘s morgens omstreeks 10 uren, na eenen Zeetocht van slechts 89 uren aangekomen, zynde dit tot nog toe de korste reis geweest, die den capitein ooit gedaan had. (…) Hunne Reis was dus 11 dagen. (…) Toen ik er in den jare 1781 met vader en Neev Jan Engberts naar toe ging bragten we 16 dagen op zee toe. Tien of 12 dagen moesten we in Lubeck op het schip wagten, zoo dat onzen Reize ruim 5 weke duurde.”

Jan Kruys (1767-1830), van wie dit bovenstaande dagboekfragment afkomstig is, was ongeveer 14 jaar oud toen hij verhuisde van de boerderij in Vriezenveen naar de deftige stad St. Petersburg. Daar trad hij in dienst van het handelshuis Kruys, Engberts & Co dat handelde in hoogwaardige confectie en tabak. Hun clientèle bestond uit de bovenlaag van de Russische bevolking. Zelfs de toenmalige tsarina Catharina de Grote wist de winkels van de Vriezenveners te vinden. Dit betekende dat de jonge Vriezenveners niet alleen Russisch leerden, maar juist ook Frans, de voertaal van de adel. De jonge Jan Kruys ging in de leer bij zijn vader Claas Kruys (1731-1802) en Jan Engberts (1747-1803). Een jaar later, in 1782, trouwde Jan Engberts met hun nicht Johanna Frederika Scholl (1763-1841), de 18-jarige dochter van wijlen Jan Scholl en Gerritdina Kruys.

Het is niet waarschijnlijk dat Johanna Frederika zelf St. Petersburg heeft bezocht. Het was indertijd nog gebruikelijk dat de vrouwen achterbleven op de boerderij in Vriezenveen. In de zomer van 1774 werden de 10-jarige Johanna Frederika en haar 36-jarige moeder op hun boerderij opgeschrikt door een brief uit St. Petersburg; hun vader cq. echtgenoot Jan Scholl bleek daar te zijn overleden. Mogelijk werd het slechte nieuws indertijd gebracht door haar toekomstige echtgenoot Jan Engberts, want die was op dat moment werkzaam voor de firma Scholl, Jansen, Kruys & Co (waarvan de vader van Johanna Frederika firmant was).

Uit het huwelijk van Johanna Frederika en Jan Engberts werden in Vriezenveen zeven kinderen geboren, waarvan drie zonen en een dochter de volwassen leeftijd wisten te bereiken. Kleine kans dat echtgenoot Jan bij de geboorten en overlijdens van de kinderen aanwezig was. Anderhalf jaar na de geboorte van de jongste zoon, J. H. ‘Hendrik’ Scholl Engberts (1801-1857), vernam Johanna Frederika dat haar echtgenoot in St. Petersburg was overleden.

Oprechte Haarlemsche Courant, 31 mei 1803

Verhuizing naar Almelo

Voor Johanna Frederika veranderde na het overlijden in praktische zin misschien niet veel; zij stond immers nog steeds alleen aan het hoofd van het huishouden in Vriezenveen en bleef geregeld naar St. Petersburg schrijven, want daar woonde haar oudste zoon Jan Engberts Jr. sinds 1796. Toen zoon Jan in 1810 in het huwelijk trad met Ruslui-dochter Lena Jansen (1789-1824) moest het huishoudboekje worden overgedragen; voortaan nam schoondochter Lena Engberts-Jansen de leiding in het huis aan het Westeinde in Vriezenveen. Johanna Frederika verhuisde met haar drie jongste kinderen naar het nabijgelegen stadje Almelo.

Anders dan men tegenwoordig misschien zou denken, stond Almelo in de negentiende eeuw te boek als een uitermate deftig stadje. De van oorsprong sobere doopsgezinde textielfamilies in Almelo hadden in de loop van de achttiende eeuw een deftige levensstijl aangemeten, waar men vanuit Enschede zelfs lang tegenop keek. Hoe het gesloten doopsgezinde bolwerk aankeek tegen de nieuwkomers uit Vriezenveen is lastig te bepalen. De hervormde Ruslui woonde kort tevoren nog op boerderijen in een afgelegen dorpje, maar tegelijkertijd spraken zij wel hun talen, hadden financieel succes én verkeerden in St. Petersburg in de hoogste kringen en waren daardoor ook bekend met verfijnde etiquette. In de negentiende eeuw vonden huwelijken plaats tussen het Almelose patriciaat en Ruslui, al bleef het trouwen binnen eigen, vertrouwde kring nog wel lange tijd de standaard.

Johanna Frederika Engberts-Scholl vestigde zich op één van de meest gewilde punten van de stad, namelijk nabij de Koornmarkt en het oude stadhuis in de Grotestraat (thans nr. 73). Daar woonden ook veel notabelen, zoals leden van de doopsgezinde fabrikeursfamilie Coster, maar ook vrederechter Dull en medisch doctor Stroink. Nadat in 1824 haar schoondochter Lena Engberts-Jansen op 35-jarige stierf, trok haar oudste zoon Jan Engberts Jr. met kinderschaar bij haar in. Later kocht hij het naastgelegen pand, Grotestraat 75.

16 Juny [1826]

Gisteren is Jan Engberts Jz onzen Neev, naar Almelo met er woon, naamlyk om aldaar op kamers te huizen geheel alleen, by zyn moeder eetende, naar Almelo vertrokken.Ten Zelfden tyde is zynen inboedel tendeele, bestaande veelal uit oude prullen, alhier, geregtelyk door den Notaris Warnars en Engels, verkocht zoo dat de gemeente hierby 2 Zielen, hem en Zynen dochter Johanna verliest. Zyn huis en landeryen zal hy waarschynlyk vervolgens verhuren.”

[Dagboek Jan Kruys, 16 juni 1826; transcriptie gemaakt door Erik Berkhof en Frans Harwig]

Zakenvrouw

Johanna Frederika werd ook eigenaar van het pand Grotestraat 77, waardoor de familie Engberts drie naast elkaar gelegen panden in de Grotestraat bezat. Johanna Frederika was met een opgebouwd vermogen van ruim 110.000 gulden denkelijk een van de rijkste inwoners van het stadje. Haar vermogen was onderverdeeld in onroerend goed (twee van de drie huizen in de Grotestraat, zes boerderijen, vier woningen in Vriezenveen en diverse landerijen), effecten en tientallen uitstaande leningen. Zij moet een doortastende vrouw zijn geweest, want bij het beheer van al die pachten, huishuren en uitstaande gelden kwam nog heel wat administratie kijken. Dit was zij als ‘Rusvrouw’ gelukkig van huis uit gewend.

Haar doortastendheid blijkt verder uit haar eigenhandig geschreven testament uit 1838 en alle specifieke wensen die zij daarin opstelde. Zo moest het eerder besproken familiearchief naar jongste zoon Hendrik en wilde zij graag dat de “meubelen, pourtraitten, tekeningen, prenten en schilderijen” voor de ene helft werden overgenomen door zoon Hendrik en voor de andere helft zouden toekomen aan de dochters van zoon Jan. Het kerkboek met gouden sloten legateerde zij aan kleindochter Johanna Frederika Scholl Engberts. Zij regeerde zelfs letterlijk ‘over haar graf’ met de bepaling dat zij zou worden bijgezet in de grafkelder – “mede wijlen [zoon] Gerhardus Engberts (1793-1837) bevattende en toegemetseld zijnde” – en dat die voortaan “zal blijven gesloten en gehouden buiten de tegenwoordige verdeeling.”

Opregte Haarlemsche Courant, 19 januari 1841

Familiearchieven Ruslui

Hopelijk komen ooit nog de familiepapieren en portretten van de familie Engberts boven water. De oude familiepapieren die Johanna Frederika Engberts-Scholl in haar testament noemde, zijn helaas nog niet getraceerd. Ook een portret van Johanna Frederika kunnen wij helaas niet tonen. Het familiearchief en verschillende portretten zullen via haar jongste zoon J.H. ‘Hendrik’ Scholl Engberts (1801-1857) hopelijk over zijn gegaan op zoon Jan Egbertus Scholl Engberts (1843-1910) (aangezien diens oudere broer Lucas Jan Scholl Engberts (1841-1906) een Russische vrouw trouwde en hun nageslacht ook na de revolutie in Rusland gebleven is…) In dat geval zullen de familiepapieren via Geziena Jansen-Scholl Engberts JEdr. (1876-1960) zijn terechtgekomen bij ofwel Margaretha André de la Porte-Jansen (*1900) of J.B.H. ‘Bertha’ van Heek-Jansen (*1903, echtgenote van Loed Jr.). Met een beetje geluk worden ze via deze weg alsnog getraceerd!

Het Archief Twentse Textielfamilies bezit ook een Ruslui-archief, te weten oude documenten afkomstig van de families Brouwer, Kruys en Grevenstein. Dit archief is via Grietje Jordaan-Engberts (1842-1938) in het familiearchief Jordaan terechtgekomen. Dit deelarchief is door ons in bruikleen afgestaan aan Historisch Museum Vriezenveen, alwaar de documenten in een studiezaal kunnen worden ingezien. Vrijwilligers hebben de documenten nauwkeurig beschreven en die beschrijvingen zijn vervolgens ook opgenomen in onze inventaris op archieftwentsetextielfamilies.nl.

De dagboeken van Jan Kruys (1767-1830) geven een bijzonder gedetailleerd beeld van het wel en wee in Vriezenveen tussen 1817 en 1830. 12 van de 14 dagboekdelen zijn getranscribeerd door Erik Berkhof en wijlen Frans Harwig. Zij deden dit aan de hand van afschiften in Vriezenveen. Van twee delen ontbreken echter de afschriften. De originele dagboeken zijn samen met een oud familiearchief Kruys in 1993 geschonken aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag. Doordat men op militair terrein niet mag fotograferen (en het instituut voor het fotograferen van de 19e eeuwse dagboeken geen uitzondering wil maken), wachten nog twee dagboeken op een transcriptie. Hopelijk komt het er ooit nog van! Voor de transcriptie van 12 van de 14 dagboeken zie: onweersberkhof.com

  • de foto van het oude woonhuis van de familie Engberts-Jansen in Vriezenveen is afkomstig van de heer André Elzinga. Later ging het huis over op de familie Tutertien (zie facebookpost 9 juli 2022), waardoor het huis als ‘Villa Tutertien‘ bekend raakte. Voor mensen met ‘Ruslui’-bloed is de website van dhr. Elzinga zeker de moeite waard om te bezoeken: www.vriezenveners.nl.
  • Almelo, Grotestraat 73. In dit pand, waarin thans de kledingzaak Jack & Jones is gevestigd, woonde de weduwe Johanna Frederika Engberts-Scholl (1763-1841). Na haar overlijden werd dit pand eigendom van haar jongste zoon J.H. ‘Hendrik’ Scholl Engberts (1801-1857). Via diens dochter kwam dit huis toe aan de Almelose tak van de familie Scholten. Omstreeks 1898 werd de firma Mendels de nieuwe eigenaar.
  • Johanna Frederika Engberts-Scholl was de laatste van haar geslacht. Haar beide grootvaders Scholl en Kruys behoorden tot de eerste generatie Ruslui. Als enig kind viel haar een aanzienlijke erfenis te beurt. Dat legde de basis voor haar beleggingszaken. Vanwege het uitsterven van het geslacht Scholl kreeg haar jongste zoon Hendrik in 1838 koninklijke toestemming de achternaam ‘Scholl’ voor de zijne te plakken.
  • Archief Twentse Textielfamilies, familiearchief Jordaan, inv.nr. 902, en archief G.J. van Heek Jr., inv.nr. 4178 (portretten echtpaar Engberts-Jansen). Voor dit artikel is verder gebruik gemaakt van de volgende gedigitaliseerde archieven: de Memories van Successie en het Notarieel Archief in Collectie Overijssel, krantendatabase delpher.nl en kadaster.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*