Mijn voorouders in Tecklenburg
Samen met een vriend maakte ik onlangs een korte roadtrip naar Tecklenburg, een fraai stadje gelegen in het Teutoburgerwoud. Dit plaatsje staat bekend om zijn authentieke vakwerkhuizen en de indrukwekkende ruïne van een middeleeuws kasteel dat trots bovenop een heuvel prijkt. Maar wat ik destijds nog niet wist, is dat Tecklenburg een intrigerend stukje van mijn eigen familiegeschiedenis herbergt. Vandaar een verhaal over de geschiedenis van Tecklenburg, waarbij ik speciale aandacht besteed aan mijn voorouders, de eerste graven en predikanten van Tecklenburg.
Saltus Teutoburgiensis
Het Teutoburgerwoud ontleend zijn naam aan de Teutonen, een dappere Germaanse stam die het aandurfde om de almachtige Romeinen uit te dagen. Samen met hun verwante stammen, de Cimbren en Ambronen, richtten ze aan het eind van de tweede eeuw voor Christus hun pijlen op het Romeinse rijk. In het jaar 105 voor Christus versloegen ze de Romeinen bij de Slag bij Arausio en brachten hen een pijnlijke nederlaag toe. Een paar jaar later werden de Teutonen echter genadeloos verslagen door de Romeinen bij Aix-en-Provence, en sindsdien is er niets meer van deze stam vernomen. Meer dan honderd jaar later werd er in de Romeinse literatuur nog wel gesproken over ‘Saltus Teutoburgiensis’…
Saltus Teutoburgiensis verwijst naar het slagveld waar een belangrijke strijd plaatsvond tussen de Romeinen en verschillende Germaanse stammen in het jaar 9 na Christus. De Germaanse veldheer Arminius, ook bekend als ‘Hermann’, slaagde erin om in de Slag bij het Teutoburgerwoud het Romeinse leger verpletterend te verslaan. Deze overwinning was zo vernietigend dat zelfs keizer Augustinus maandenlang zijn baard en haar liet groeien als teken van rouw. Na deze strijd durfden de Romeinen de Rijn niet meer over te steken. Het Hermannsdenkmal, opgericht in 1875, eert de Duitse vrijheidsstrijder Arminius en was destijds het hoogste standbeeld in de westerse wereld, tot de bouw van het Vrijheidsbeeld in New York.
Van Tecklenburg tot Zutphen
De Slag bij het Teutoburgerwoud heeft waarschijnlijk zo’n 30 kilometer ten noordoosten van Tecklenburg plaatsgevonden. Het stadje zelf, gelegen aan de westelijke uitlopers van Teutoburgerwoud, heeft een geschiedenis die ruim 900 jaar teruggaat. Rond het jaar 1100 werd de imposante ‘Tecklenburg’ gebouwd, op een tweehonderd meter hoge heuvel. De bouwheer van dit kasteel was graaf Otto II van Zutphen, wiens grondbezit zich uitstrekte van Tecklenburg tot Zutphen. In 1105 besloot hij de afgebrande Sint-Walburgiskerk te Zutphen te herbouwen, waar hijzelf en zijn echtgenote later hun laatste rustplaats vonden.
Na het overlijden van graaf Otto II ging Tecklenburg over op zijn dochter Adelheid, wiens echtgenoot zich vervolgens de eerste graaf van Tecklenburg noemde. Een van de bekendste telgen uit deze adellijke familie was hun kleinzoon, graaf Simon I van Tecklenburg (ca. 1140-1202). Deze voorvader was in zijn tijd een bekende en gevreesde vechtjas. ‘Op uitnodiging’ nam hij graag deel aan oorlogen in Saksen, Holstein en Italië en, in 1190, aan de derde kruistocht naar het Heilige Land. Het was tijdens deze kruistocht dat de initiatiefnemer, de machtige Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa, in een onschuldig riviertje verdronk.
Bij de verkiezing van de nieuwe Duitse keizer koos graaf Simon van Tecklenburg niet voor de zoon van Barbarossa, maar voor Otto IV van Beieren, die in Engeland was opgegroeid. Deze keuze zorgde voor grote spanningen tussen de graven van Tecklenburg en Ravensberg, die juist de zoon van Barbarossa steunde. In de hevige strijd rondom deze verkiezing werd graaf Simon in 1202 vermoord. Hij was de meest invloedrijke graaf van Tecklenburg.

Een heilige in de familie
Eeuwenlang koesterden de eerste graven van Tecklenburg een diepe toewijding aan het rooms-katholicisme. Verscheidene familieleden uit Tecklenburg traden toe tot de geestelijkheid, maar ook de eerste graven waren als voogd en ondervoogd betrokken bij onder meer de abdij van Corvey. In die hoedanigheid liet de bouwheer van Tecklenburg, graaf Otto II, in 1105 de relieken van de heilige Justus overbrengen van Corvey naar de Sint-Walburgiskerk in Zutphen, alwaar ze eeuwenlang werden vereerd.
Graaf Simon van Tecklenburg († 1202) bekleedde het voogdijschap over de nabijgelegen bisdommen van Münster en Osnabrück. Hoewel mijn afstamming teruggaat naar zijn dochter Oda, die getrouwd was met Hermann II Edler zur Lippe, en naar zijn zoon en opvolger Otto, is het voor dit verhaal de jongste zoon van Simon, Adolf, die extra aandacht verdient. In 1217 werd Adolf van Tecklenburg († 1224) ingewijd als bisschop van Osnabrück. Hij stond bekend als een kerkhervormer en weldoener voor de armen en zieken. Ruim vierhonderd jaar na zijn overlijden, in 1651, werd hij heilig verklaard. Ondanks deze heiligverklaring is er maar weinig bekend over het leven van ‘Sint Adolf’.
Meer bekendheid geniet echter de gespannen relatie tussen de graven van Tecklenburg en de bisschoppen van Münster en Osnabrück. De spanningen bereikten hun hoogtepunt in 1225, toen de moordenaar van aartsbisschop Engelbert van Keulen een veilig toevluchtsoord vond in het kasteel van graaf Otto II van Tecklenburg († 1263).i De bisschoppen van Münster en Osnabrück verklaarden de oorlog aan Tecklenburg en sloten zich aan bij de graaf van Ravensberg, de aartsvijand van Otto’s vader, graaf Simon I. De oorlog duurde tot 1236 en resulteerde in het verlies van verschillende rechten voor Tecklenburg.
Door erfopvolging kwam het graafschap Tecklenburg achtereenvolgens in handen van de graven van Bentheim en Schwerin. Gedurende de daaropvolgende generaties werden ze geconfronteerd met vetes en familieconflicten, wat leidde tot verdere territoriale verliezen die deels ten goede kwamen aan de aangrezende bisdommen. In 1527 laaide de spanning opnieuw hoog op toen het graafschap Tecklenburg als eerste gewest in Westfalen openstond voor de Reformatie…
De Reformatie in Tecklenburg
Graaf Koenraad van Tecklenburg (1493-1557), uit het huis Schwerin, bekeerde zich in 1527 tot het Lutherse geloof. Op bedachtzame wijze voerde hij het lutheranisme in binnen de graafschappen Tecklenburg, Rheda en Lingen. De hervorming won daar gestaag terrein, en in 1555 werd de Godsdienstvrede van Augsburg getekend. Deze vrede bepaalde dat de religie van de vorst voortaan ook de religie van het gebied zou zijn. Hierdoor bestond het Heilige Roomse Rijk voortaan uit zowel katholieke als protestantse vorstendommen en prinsbisdommen. Na het overlijden van graaf Koenraad ging het graafschap Tecklenburg over op zijn enige dochter, Anna.
Anna van Tecklenburg (1532-1582) werd op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan graaf Everwijn III van Bentheim en Steinfurt. Het was een strategisch huwelijk, aangezien zijn familie ook al tot het protestantisme was bekeerd. Het huwelijkscontract bevatte daarnaast een opmerkelijke clausule waarin stond dat als Everwijn jong zou komen te overlijden, Anna zou trouwen met zijn jongere broer. Op die manier wilden de graven van Bentheim zekerstellen dat het aangrenzende graafschap in hun bezit zou komen. In die tijd was een huwelijk vooral een politieke en economische aangelegenheid; geen van de partijen zal romantische illusies hebben gehad. Buitenechtelijke relaties waren gebruikelijk in adellijke kringen, en er werd vaak niet geheimzinnig gedaan over de daaruit voortgekomen kinderen. Het vermoeden bestaat dat mijn voormoeder Adelheid Arnoldsdochter van Bentheim, de latere echtgenote van de burgemeester van Nordhorn, een onwettige halfzuster was van graaf Everwijn III. Ze was nog een kind toen het huwelijk van Anna van Tecklenburg en Everwijn III van Bentheim werd voltrokken in 1553.
De eerste huwelijksjaren verliepen zonder grote problemen. Al snel werden twee gezonde kinderen geboren. Echter, na het overlijden van haar vader ontstonden er grote spanningen tussen de beide echtelieden. Als erfdochter wilde Anna zelf het graafschap Tecklenburg besturen, maar haar echtgenoot wilde namens haar regeren. Ze beschuldigde hem onder andere van verkwisting van geld. De ruzies escaleerden zo erg dat ze door haar man werd opgesloten in het kasteel van Tecklenburg. Na haar bevrijding volgde bemiddeling door verschillende verwante partijen, waarna tot scheiding van tafel en bed werd besloten.
Gravin Anna nam haar intrek in het kasteel van Tecklenburg, terwijl haar voormalige echtgenoot, Everwijn II, achterbleef op het slot van Bentheim. Everwijn zal zich niet alleen hebben gevoeld, want hij overleed in 1562 aan de nieuwe geslachtsziekte syfillis, dat naar verluid was overgewaaid uit de Nieuwe Wereld (Amerika). Vanaf dat moment vervulde Anna niet alleen de rol van gravin van Tecklenburg, maar werd ze ook regentes over het graafschap Bentheim, in naam van haar minderjarige zoon. Zij was een krachtige en eigenzinnige dame waarmee men rekening diende te houden.
Protest tegen heksenvervolgingen
Gravin Anna van Tecklenburg was een zeer godsdienstige vrouw. Regelmatig zorgde het onderwerp religie voor onenigheid binnen haar huwelijk, aangezien haar echtgenoot Everwijn er niet veel belang aan hechtte. Tijdens haar leven werd het thans nog bestaande kerkje in het stadje Tecklenburg gebouwd. Boven de toegangsdeur prijkt het jaartal 1566, en daarboven is een bruidsraam te zien met afbeeldingen die de christelijke visie op het huwelijk weergeven. Denkelijk heeft gravin Anna haar invloed laten gelden bij de keuze voor dit onderwerp.
Tegenwoordig vindt men op de kerk ook een plaquette ter herinnering aan de Nederlandse arts en wetenschapper Johannes Wier (1515-1588). Hij was sinds 1569 een goede vriend van de gravin, die zelf ook een bijzondere interesse had in de geneeskunde, zalven en medicijnen. Wier was een van de eersten die openlijk protesteerde tegen de heksenvervolgingen, en daarom werd hij ook uitgenodigd in Tecklenburg door gravin Anna. Tijdens zijn laatste bezoek overleed hij daar onverwachts, doch op respectabele leeftijd. Het is opmerkelijk dat er tijdens de regeerperiode van Anna geen heksenvervolgingen hebben plaatsgevonden in Tecklenburg. In 1582 overleed gravin Anna aan de gevreesde pest. Ondanks de eerdere haat en nijd, werd ze begraven naast haar man in Bentheim.
De predikanten Rump
In 1574 speelde gravin Anna een persoonlijke rol bij de benoeming van mijn voorvader, dominee Dietrich Rump (1540-1606) uit Schüttorf. Hij werd een van de eerste gereformeerde predikanten van Tecklenburg en stond voortaan op de kansel van het pasgebouwde kerkje. Op dat moment had de kerk nog geen toren; deze werd pas in het begin van de achttiende eeuw toegevoegd. Wel was er een daktorentje met een kleine bel. Het koor van de kerk is sinds de zestiende eeuw nagenoeg onveranderd gebleven. Op het koor bevond zich tot de negentiende eeuw een bibliotheek, die in 1585 werd opgericht door Dietrich Rump en zijn schoonzoon, Wilhelm Snethlage. Na het overlijden van Dietrich Rump in 1606, werd hij als predikant opgevolgd door zijn zoon, dominee Arnold Rump (1579-1639). Ze woonden in de nog bestaande pastorie genaamd Widum, gelegen aan de Krummacherstrasse 4 in Tecklenburg.
De familie Rump telde verscheidene predikanten. Een van de zonen van dominee Arnold Rump, dominee Gerhard Arnold Rump (1629-1691), volgde in de voetsporen van zijn vader en grootvader, maar werd predikant in een dorp ten noordoosten van Tecklenburg. Naast zijn interesse in kerkelijke zaken had hij ook belangstelling voor geschiedenis. In 1672 publiceerde hij het boek ‘Des Heil. Röm. Reichs uhralte hochlöbliche Graffschafft Tekelenburg’, de oudste geschiedenis van het graafschap Tecklenburg. Hij verklaarde dat hij uitgebreid onderzoek had gedaan in vele oude en betrouwbare geschiedenisboeken en brieven, en dat hij dit boek uit vaderlandsliefde had geschreven. Volgens hem was de publicatie mogelijk gemaakt door een aantal invloedrijke en vooraanstaande personen, wellicht zelfs de grafelijke familie. Zijn broer, voorvader Adolf Rump (1614-1684), vervulde de rol van burgemeester en grafelijk notaris van Tecklenburg en zal daardoor waarschijnlijk voor het onderzoek historische bronnen hebben toegereikt.
Ter afsluiting
Bij Tecklenburg zijn nog twee adellijke huizen te vinden, namelijk Hülshof en Haus Marck. De voornoemde Adolf Rump (1614-1684) woonde tijdelijk op het huis Hülshof, waar hij enige tijd werkzaam was als rentmeester. Haus Marck is bekend vanwege de vooronderhandelingen die daar in 1643 hebben plaatsgevonden en uiteindelijk hebben geleid tot de Vrede van Münster in 1648, waarmee de Tachtigjarige Oorlog in Nederland tot een einde kwam.
Dit brengt ons tot het einde van het verhaal over mijn familiegeschiedenis in relatie tot het stadje Tecklenburg. Verschillende stamlijnen leiden terug naar de oudste graven van Tecklenburg1, terwijl ikzelf ook afstam van vier verschillende dames Rump. Dit is niet verwonderlijk gezien het hechte familienetwerk waarbinnen deze familie trouwde. Mijn voorvader dominee Carel Nicolaas Lamping (1771-1836) had een stiefmoeder Rump, twee grootmoeders Rump en maar liefst vijf overgrootouders Rump.2 Het introuwen van de Twentse fabrikanten lijkt hierbij in het niet te vallen. Overigens gingen mijn Twentse voorouders ook graag naar Tecklenburg. Het oude, karakteristieke stadscentrum trekt al lange tijd dagjesmensen aan. Bovendien was het gebied voor de Twentse fabrikanten bekend terrein, omdat het nabijgelegen plaatsje Ibbenbüren in de negentiende eeuw een belangrijke bron van steenkool was voor de textielindustrie.
De aanblik van Tecklenburg is in de laatste eeuwen weinig veranderd. Het eens zo belangrijke en beeldbepalende kasteel raakte in de achttiende eeuw ernstig in verval. Het werd in gebruik genomen als steengroeve, waarbij alleen de oude kasteelmuren en toegangspoort gespaard zijn gebleven. In 1884 werd uit resterende stenen de uitkijktoren ‘Wierturm’ gebouwd, vernoemd naar de Nederlandse arts Johannes Wier, waar men een panoramisch uitzicht heeft over het Tecklenburgerland. Sinds 1934 is de indrukwekkende ruïne in gebruik als openluchttheater.

1De meeste stamlijnen lopen via een bastaard uit de adellijke familie Van Culemborch, Van Diemen, Hoevenaar, De Knijf, Smits en Jordaan.
2Ds. Carel Nicolaas Lamping (1771-1836) was de overgrootvader van mijn overgrootmoeder Christina Helena Harmanna Aalders-Schaafsma (1879-1953).
ihttp://www.stadtmuseum-ibbenbueren.de/natur_kulturraum_ibbenbueren-5.htm, 2023




Mooi geschreven. Ik las het met aandacht, temeer naar mijn -doopsgezinde- roots ook naar Tecklenburg voeren. Later dit jaar hoop ik daarover te berichten .
Leuk om te horen, dank u. Ik ben benieuwd naar uw familiegeschiedenis in Tecklenburg. Overigens ben ik ook geïnteresseerd in met name de Enschedese tak van de familie Warnaars!