Het echtpaar Van Heek-Meier in Egypte, 1899

In het voorjaar van 1899 begaven Gerrit Jan van Heek Sr. en zijn tweede vrouw, Christine Meier, zich op een avontuurlijke reis naar Egypte, het land van de faroa’s. Dit betekende dat ze de belijdenis van hun zoon Gerrit Jan Jr. moesten missen, maar zoals Christine van Heek-Meier in een brief aan haar zoon schreef: “Als wij de reis wilden maken, was nu de beste tijd.”

In die tijd gaven Twentse fabrikanten doorgaans de voorkeur aan vakanties in vertrouwde Europese oorden zoals Duitsland, Zwitserland en Engeland. Echter, Egypte stond hoog op het verlanglijstje van dit koppel uit Enschede. Ze vertrokken per trein naar Italië, waar ze aan boord gingen van het stoomschip ‘Kleopatra’ van de Oostenrijkse Lloyd. De boottocht naar Alexandrië en vervolgens Caïro duurde ongeveer een week.

In de negentiende eeuw begon het toerisme naar Egypte snel te groeien, deels vanwege de verbeterde vervoersmogelijkheden en de opening van het Suez-kanaal in 1869. Maar het was ook de fascinatie voor de ontdekkingen in Egypte door met name Engelse wetenschappers die mensen aantrok. Men hoopte vooral op de ontdekking van de graftombe van Cleopatra…

Er zijn in de oude geschiedenis weinig personen, die zoveel pennen in beweging brachten, zoveel denkende mensenhoofden bezig hielden, zoveel penselen over het doek en zoveel graveerstiften over hout- of koperplaten deden glijden, als de Egyptische koningin Cleopatra. Sedert zij de wereld verbaasde en verontwaardigde door hare minnerijen, heeft men niet opgehouden hare persoonlijkheid ten tonele te brengen of hare trekken terug te geven in marmer of in kleuren.”
(Leeuwarder Courant, 21 november 1890)

Het opkomende toerisme bood ook kansen voor Egyptenaren. Hotels schoten als paddenstoelen uit de grond in Caïro en Luxor, van waar men de piramides kon bezichtigen. In 1890 bedacht een hotelier zelfs om een lift aan een piramide te bevestigen, zodat zijn gasten gemakkelijk de top konden bereiken.i Lokale bewoners begonnen mummies te verkopen aan reizigers, en in Engeland en Amerika werden zg. ‘unwrapping parties’ georganiseerd waarbij de mummies werden uitgepakt. Sommige eigenaren kregen later spijt en vreesden kwade geesten, wat leidde tot de eerste horrorverhalen waarin mummies wraak namen. De allereerste horrorfilm, genaamd ‘Cléopâtre’, dateert uit 1899, hetzelfde jaar waarin het echtpaar Van Heek naar Egypte reisde. Het verhaal gaat over een man die de graftombe van Cleopatra ontdekte en tot zijn grote schrik kwam zij na negentienhonderd jaar weer tot leven… Jammer genoeg is deze korte film verloren gegaan.

Op zondagochtend 5 maart 1899, aan boord van het stoomschip Kleopatra, zat Christine van Heek-Meier aan haar schrijftafel. Ze hadden een dag eerder de haven van Alexandrië verlaten en daarmee kwam hun overgetelijke reis door Egypte tot een einde.

Wij hebben een heerlijke tijd in Caïro doorgebracht. Ik had nooit gedacht dat de stad zo interessant zou zijn. Alleen het leven op straat is de moeite waard er heen te gaan. Er zijn mensen uit alle landen der aarde, maar nooit heb ik de tegenstelling van rijk en arm zo groot gezien dan hier. Men ziet rijtuigen met prachtig geklede mensen, met Arabische paarden bespannen, daarvoor lopen twee voorlopers, jonge lieden, mooie lichamen, het bovenlichaam prachtig met goud en zilver gewerkte kleden bedekt, statig dravende, roepende dat alles ter zij gaat. Dan weer ongelukkige schepsels op de grond kruipende, lam, blind of van ziekte ontsteld, bedelen.
Wij hebben prachtige tochten gemaakt in Caïro en wat zijn er veel kunstschatten en bouwwerken te zien. Men staat er verstomd van wanneer men bedenkt dat dit alles voor ontzettend lange tijd is totstand gebracht.”
(Brief Christine van Heek-Meier aan haar zoon Gerrit Jan Jr., 5 maart 1899)

  • Niet alleen het echtpaar Van Heek-Meier, maar ook andere Twentse fabrikanten waren nieuwsgierig naar Egypte. In 1879 begaven Arnold en Keetje Ledeboer-Cort van der Linden zich op hun huwelijksreis naar dit exotische land. In het Archief Twentse Textielfamilies bevinden zich meerdere brieven van dit echtpaar, geschreven tijdens hun reis door Egypte.
  • Een opmerkelijke gebeurtenis voltrok zich in 1885, toen het schip ‘Nederland en Oranje’ in aanvaring kwam met een ander schip bij Aden in het huidige Jemen. Dit schip vervoerde onder meer goederen van de firma Van Heek & Co. Bernard van Heek en Barend Gorter besloten persoonlijk de situatie ter plekke te inspecteren. Tijdens deze reis brachten ze ook een bezoek aan de piramides van Gizeh. Van deze reis is in ons archief een bijzonder fotoalbum bewaard gebleven (inventarisnummer 1378).
  • De graftombe van Cleopatra is tot op heden niet gevonden. Wel zorgde de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1923 voor een heropleving van de belangstelling voor de oude Egyptische geschiedenis. Met name in Amerika werd de vondst commercieel uitgebuit, waardoor men voortaan sprak over het fenomeen ‘Egyptomanie’.
  • Archief Twentse Textielfamilies, Lankheet-archief, inv.nr. 4318

iDe Volksstem, 20 juni 1890